Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
1.De procedure
- het verzoekschrift van 6 oktober 2025 met producties;
- de conclusie van antwoord met een eis in reconventie met producties;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties.
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Payment Request”waarin staat dat PAS op 30 november 2023 een bedrag van USD 9.000,00 heeft betaald dat blijkens de betaalomschrijving betrekking heeft op
“Dir Fee Jan – Dec 2024”. Op de mondelinge behandeling is dit voorgehouden aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie], maar hij kon daar geen duidelijkheid over geven.
Payment Request”waarin staat dat op 15 september 2022, 4 november 2022 en 8 augustus 2024 bedragen van respectievelijk USD 15.000,00, USD 15.000,00 en USD 26.000,00 aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie] zijn betaald. [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft niet betwist dat hij voornoemde bedragen heeft ontvangen. Het totaalbedrag van betalingen bedraagt USD 56.000,00. [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft dit bedrag zelf al in mindering gebracht op de vaststaande schuld uit 2018 USD 72.405,00. Hij vordert in deze procedure namelijk 72.405,00 minus 56.000,00 = USD 16.405,00.
,waaruit volgens haar zou volgen dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] USD 6.000,00 aan kasopnames uit 2020 erkent. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – volgt uit deze bijlage echter niet dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] erkent dat hij niet-zakelijke kasopnames heeft gedaan. PAS heeft haar stelling voor wat betreft deze kasopnames ook gebrekkig onderbouwd. Zij heeft bij haar conclusie van eis in reconventie slechts in het algemeen – en zonder specificatie of toelichting – verwezen naar producties II en V. Uit deze producties blijkt echter niet van opnames van USD 6.000,00 in 2020. Daar komt bij dat PAS in haar pleitnotities stelt dat het gaat om opnames in het jaar 2019. Al met al heeft PAS – zeker tegenover de betwisting door [eiser in conventie & verweerder in reconventie] – onvoldoende gesteld en onderbouwd dat er niet-zakelijke kasopnames er door [eiser in conventie & verweerder in reconventie] zouden zijn gedaan. De vordering ten aanzien van de kasopnames van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] wordt daarom verworpen.