ECLI:NL:OGEABES:2026:147

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
BON202600170
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv BESArt. 1:253c BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige omgangsregeling en onderzoek naar gezagssituatie minderjarige

De man verzocht het gerecht om gezamenlijk gezag over het minderjarige kind te bepalen en een evenwichtige omgangsregeling van 50/50 vast te stellen, alsmede de verplichting tot kinderalimentatie te laten vervallen. Tijdens de mondelinge behandeling bleek er onvoldoende vertrouwen tussen partijen om afspraken na te komen, wat essentieel is voor gezamenlijk gezag en omgang.

Het gerecht besloot daarom de verzoeken omtrent gezag en definitieve omgangsregeling aan te houden en de Voogdijraad te verzoeken een onderzoek te doen. Tot die tijd wordt de huidige omgangsregeling voortgezet, waarbij de man het kind op maandag en woensdag ophaalt van de crèche en het tot 18.00 uur bij zich houdt, en het kind één zaterdag per twee weken bij hem verblijft.

De Voogdijraad moet uiterlijk een week voor de zitting op 16 september 2026 een raadsrapportage indienen. De beschikking is op 19 juni 2026 mondeling uitgesproken en op 3 juli 2026 schriftelijk vastgesteld door rechter R.P.P. Hoekstra.

Uitkomst: Voorlopige omgangsregeling wordt vastgesteld en beslissing over gezag aangehouden voor nader onderzoek.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600170
datum beslissing: 19 juni 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de man],
wonend te Bonaire,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas
tegen
[de vrouw]
wonend te Bonaire,
hierna: de vrouw,
procederend in persoon.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift van de man is met bijlagen op 1 april 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.
1.2
Op 17 juni 2026 heeft de gemachtigde van de man aanvullende producties op de griffie ingediend.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juni 2026. De man is met zijn gemachtigde verschenen en de vrouw in persoon. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen. Tevens was, met toestemming van de man, de zus van de vrouw aanwezig.
1.4
Daarna heeft de rechter direct mondeling de navolgende beslissing meegedeeld.

2.De feiten

2.1.
Uit de affectieve relatie tussen partijen is het volgende thans nog minderjarige kind geboren:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].
2.2.
De man heeft [de minderjarige] erkend.

3.Het verzoek en de beoordeling

Verzoek
3.1.
De man heeft het gerecht verzocht te bepalen dat partijen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uitoefenen en dat een evenwichtige omgangsregeling van 50/50 wordt vastgesteld. Ook verzoekt de man te bepalen dat de verplichting tot het betalen van kinderalimentatie vervalt.
Beoordeling
3.2.
De tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, kan de rechter in eerste aanleg verzoeken hem met het gezag over het kind te belasten (art. 1:253c BW BES).
3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er op dit moment onvoldoende vertrouwen is tussen partijen om afspraken met elkaar na te komen. Het gerecht overweegt dat dit vertrouwen noodzakelijk is om samen het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit te kunnen oefenen. Ook bij de totstandkoming van een omgangsregeling als verzocht is vertrouwen in gemaakte afspraken heel belangrijk. Het gerecht is van oordeel dat meer informatie nodig is om een beslissing te nemen over de gezagssituatie en een omgangsregeling en verzoekt de Voogdijraad hiernaar onderzoek te doen. Daarom zal het gerecht iedere verdere beslissing aanhouden tot de zitting van
16 september 2026 om 15.30 uur.
3.4.
Gedurende het onderzoek zal in ieder geval de huidige omgangsregeling worden voortgezet. Dat betekent dat op de maandag en de woensdag de man [de minderjarige] ophaalt van de crèche en dat [de minderjarige] dan tot 18.00 uur bij de man blijft. Ook zal [de minderjarige] één zaterdag per twee weken bij de man verblijven.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
verstaat dat voorlopig de huidige omgangsregeling tussen [de minderjarige] en de man wordt voorgezet, die luidt als volgt:
- maandag en woensdag haalt de man [de minderjarige] op van de crèche en verblijft [de minderjarige] tot 18.00 uur bij de man;
- [ de minderjarige] verblijft één zaterdag per twee weken bij de man;
4.2.
houdt de verzoeken met betrekking tot het gezag en een definitieve omgangsregeling aan tot de zitting van
16 september 2026 om 15.30 uuren bepaalt dat deze beschikking voor partijen en de Voogdijraad geldt als een oproeping om dan te verschijnen;
4.3.
bepaalt dat de Voogdijraad uiterlijk een week voor 16 september 2026 de raadsrapportage indient bij de griffie van het gerecht.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 3 juli 2026 op schrift gesteld.