ECLI:NL:OGEABES:2026:132

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
BON202600178
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling kinderalimentatie na wijziging draagkracht vader en omgangsregeling

De Voogdijraad Caribisch Nederland verzocht het gerecht om een nieuwe berekening van de kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen, waarbij rekening werd gehouden met de gewijzigde financiële situatie van de vader en de omgangsregeling. De Voogdijraad stelde een maandbedrag van $395 voor, lager dan het eerdere bedrag van $473, vanwege een zorgkorting van 15% omdat de kinderen één dag per week bij de vader verblijven.

Tijdens de mondelinge behandeling op 20 mei 2026 verschenen beide ouders en vertegenwoordigers van de Voogdijraad. De moeder betwistte de verlaging van het bedrag en voerde aan dat de kosten voor levensonderhoud niet waren verminderd en dat de vader de omgangsregeling niet volledig naleeft. De vader bevestigde zijn gewijzigde inkomen en gaf aan dat het verblijf van de kinderen bij hem gemiddeld één dag per week is, met flexibiliteit voor de oudste.

Het gerecht oordeelde dat de draagkracht van de vader is verminderd door zijn nieuwe arbeidsovereenkomst en dat de zorgkorting van 15% op basis van de overeengekomen omgangsregeling terecht is toegepast. De niet-naleving van de omgangsregeling door de vader rechtvaardigt op dit moment geen aanpassing van de korting. Daarom werd het maandbedrag van $395 vastgesteld, met ingang van 1 juli 2026, te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland.

Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op $395 per maand met ingang van 1 juli 2026.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600178
Datum beslissing: 4 juni 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats],
hierna: [minderjarige 1],
en
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats],
hierna: [minderjarige 2].
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
wonend op Bonaire,
hierna: de moeder,
en
[de vader],
wonend op Bonaire,
hierna: de vader.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad is op 7 april 2026 op de griffie van dit gerecht ingediend.
1.2.
Op 29 april 2026 heeft de Voogdijraad een herberekening ingediend vanwege de dubbeltelling van de woonlasten bij de moeder.
1.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. De moeder en de vader zijn verschenen. Namens de Voogdijraad zijn mevrouw [medewerker voogdijraad 1] en mevrouw [medewerker voogdijraad 2] verschenen. Mevrouw K.S.D. Thielman is als beëdigd tolk aanwezig geweest.
1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek
2.1.
De Voogdijraad verzoekt het vaststellen van een bijdrage van de vader in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2.
Op basis van de door partijen ingeleverde inkomensgegevens heeft de Voogdijraad een berekening opgesteld. Uit deze berekening volgt dat een bedrag van $ 395,- per maand, door de vader aan de moeder te betalen, als redelijk en in overeenstemming met de behoefte en draagkracht kan worden beschouwd.
2.3.
Beide ouders zijn niet akkoord met de hoogte van het bedrag.
De beoordeling
2.4.
Het gerecht is van oordeel dat beide ouders naar draagkracht moeten bijdragen aan de kosten voor verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.5.
Bij de berekening van het bedrag dat door de vader aan de moeder moet worden betaald voor de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is er rekening mee gehouden dat zij één dag per week bij de vader verblijven. Om die reden is een korting op de kinderalimentatie toegepast van 15%. De Voogdijraad verklaart dat de zorgkorting van 15% op de kinderalimentatie is gebaseerd op de tussen de vader en de moeder overeengekomen omgangsregeling.
2.6.
De moeder voerde tijdens de mondelinge behandeling aan dat het bedrag niet gewijzigd zou moeten worden van $ 473,- naar de door de Voogdijraad verzochte $ 395,-. De kosten van het levensonderhoud zoals kleding en boodschappen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn immers niet verminderd, maar zelfs meer geworden. Daarnaast zou de korting van 15% niet moeten worden toegepast omdat de omgangsregeling niet wordt nagekomen door de vader. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zouden minder bij de vader verblijven dan is overeengekomen in de omgangsregeling.
2.6.
De vader voerde tijdens de mondelinge behandeling aan dat zijn financiële situatie is veranderd en dat er sprake is van een nieuwe arbeidsovereenkomst. Daarbij is er tijdens de mondelinge behandeling een salarisstrook overgelegd die het inkomen bevestigt waar de Voogdijraad vanuit is gegaan. De vader voert aan dat het verblijf van [minderjarige 2] bij hem thuis afhankelijk is van zijn werkzaamheden, maar dat hij gemiddeld één dag per week bij hem verblijft. De omstandigheid dat [minderjarige 1] bijna meerderjarig is en inmiddels een overwegend zelfstandig leven leidt, maakt dat het verblijf bij de vader van één dag per week in de praktijk minder rigide wordt ingevuld.
2.7.
Het gerecht volgt de berekening van de Voogdijraad. Uit de overgelegde stukken blijkt dat de financiële situatie van de vader is gewijzigd door een nieuwe arbeidsovereenkomst met een gewijzigd salaris. De moeder stelt terecht dat de behoefte van de kinderen niet minder is geworden, maar de hoogte van de kinderalimentatie wordt – behalve door die behoefte – ook bepaald door de draagkracht van de vader. Die is met zijn gewijzigde salaris verminderd en dat rechtvaardigt een vermindering van het door hem te betalen bedrag. De zorgkorting van 15% is gebaseerd op de overeengekomen omgangsregeling. De omstandigheid dat deze regeling thans niet (volledig) wordt nagekomen, maakt op dit moment niet dat deze korting moet worden herzien of achterwege moet worden gelaten.
2.8.
Het gerecht zal de kinderalimentatie daarom overeenkomstig het verzoek vaststellen. De datum waarop het gewijzigde bedrag aan kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 juli 2026.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats], en
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats], met ingang van 1 juli 2026 op totaal $ 395,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
3.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.