ECLI:NL:OGEABES:2026:125

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
BON202600248
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:154 BW BESArt. 819 Rv BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitspraak echtscheiding op gezamenlijk verzoek zonder minderjarige kinderen

Verzoekers, gehuwd sinds 1996 te Bladel en Netersel, hebben gezamenlijk een verzoek tot echtscheiding ingediend bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Er zijn geen minderjarige kinderen uit het huwelijk geboren. Op 11 mei 2026 sloten zij een echtscheidingsconvenant waarin zij de onderlinge afspraken vastlegden.

De rechter bepaalde dat een mondelinge behandeling achterwege kon blijven en stelde de beschikking op 27 mei 2026 vast. Het verzoek tot echtscheiding werd toegewezen op grond van het duurzaam ontwricht zijn van het huwelijk, zoals onbestreden tussen partijen stond vast.

Het echtscheidingsconvenant werd aan de beschikking gehecht en maakt daarvan integraal deel uit. Verzoekers deden over en weer afstand van hun recht op hoger beroep, hetgeen in de beschikking werd opgenomen. De beschikking werd niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de echtscheiding pas rechtsgeldig wordt door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand.

Uitkomst: Het gerecht spreekt de echtscheiding uit en neemt het echtscheidingsconvenant op in de beschikking.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600248
Datum uitspraak: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:

1.[verzoeker 1], wonend te Bonaire,

2.
[verzoeker 2],wonend te [woonplaats] (Nederland)
verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 12 mei 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 1996 te Bladel en Netersel (Nederland) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit dit huwelijk zijn geen thans minderjarige kinderen geboren.
2.3.
Verzoekers hebben op 11 mei 2026 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten.

3.De beoordeling

3.1.
Het verzoek betreft het uitspreken van de echtscheiding tussen verzoekers en tot opneming van het echtscheidingsconvenant door aanhechting aan deze beschikking.
3.2.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet gegrond worden toegewezen (artikel 1:154 BW Pro BES).
3.3.
Het echtscheidingsconvenant zal aan deze beschikking worden gehecht en daarvan deel uitmaken (artikel 819 Rv Pro BES).
3.4.
De vrouw en de man verzoeken tot slot het gerecht om in de beslissing op te nemen dat zij over en weer afstand doen van hun recht op hoger beroep. Kennelijk beogen zij daarmee dat de griffier meteen een griffiersverklaring op kan maken. Het gerecht zal dat in de beslissing opnemen.
3.5.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 1996 te Bladel en Netersel (Nederland);
4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 11 mei 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking;
4.3.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat verzoekers berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding;
4.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 27 mei 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.