ECLI:NL:OGEABES:2026:122

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
BON202600245
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 814 Rv BESArt. 5 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 15 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 1:154 BW BESArt. 819 Wetboek Burgerlijke Rechtsvordering BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gezamenlijk verzoek echtscheiding met nevenvoorzieningen en gezagsregeling

Verzoekers, gehuwd in 2019 te Floridablanca (Colombia), hebben gezamenlijk een verzoek tot echtscheiding ingediend bij het gerecht in eerste aanleg van Bonaire. Uit het huwelijk zijn drie minderjarige kinderen geboren, allen met hun gewone verblijfplaats op Bonaire.

Het gerecht heeft ambtshalve zijn bevoegdheid vastgesteld op grond van artikel 814 Rv Pro BES en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, aangezien zowel verzoekers als de kinderen op Bonaire verblijven. Het toepasselijke recht is dat van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De echtscheiding wordt toegewezen omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Verzoekers blijven gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen. Tevens is een omgangsregeling overeengekomen en vastgelegd in het verzoekschrift, dat deel uitmaakt van de beschikking.

De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen, gezien hun ex-echtelijke relatie. De beschikking is op 27 mei 2026 uitgesproken door rechter H.L. Wattel tijdens een openbare zitting.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken met gezamenlijk gezag en vastgestelde omgangsregeling, proceskosten gecompenseerd.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600245
Datum uitspraak: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:

1.[verzoeker 1], wonende te Bonaire,

2.
[verzoeker 2],wonende te Bonaire,
verzoekers,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 8 mei 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Verzoekers zijn op [huwelijksdatum] 2019 te Floridablanca (Colombia) met elkaar getrouwd.
2.2.
Uit het huwelijk zijn de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren:
-
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats];
-
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats];
-
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats].

3.Het verzoek en de beoordeling

3.1.
Het door beide partijen ondertekende verzoekschrift betreft het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen, te bepalen dat partijen gezamenlijk belast zullen blijven met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen en vaststelling van een omgangsregeling.
3.2.
Het gerecht moet allereerst (ambtshalve) beoordelen of het bevoegd is te beslissen op het ingediende echtscheidingsverzoek met nevenvoorzieningen. Dat is inderdaad het geval. Met betrekking tot het echtscheidingsverzoek komt het gerecht rechtsmacht toe omdat zowel de man als de vrouw op Bonaire verblijft (artikel 814 Rv Pro BES). Ten aanzien van de gevraagde voorzieningen inzake gezag en omgang ontleent het gerecht zijn bevoegdheid aan art. 5 lid 1 van Pro het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996), nu ook de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben op Bonaire. Om dezelfde redenen is het recht van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van toepassing (wat betreft de verzoeken over gezag en omgang op grond van artikel 15 lid 1 van Pro het genoemde verdrag).
3.3.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet (artikel 1:154 BW Pro BES) gegrond worden toegewezen.
3.4.
Uitgangspunt is dat na een echtscheiding beide ouders belast blijven met het gezag. Het verzoek van partijen om na de echtscheiding het gezamenlijk gezag te blijven uitoefenen over de [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zal dan ook worden toegewezen.
3.5.
Partijen hebben in het verzoekschrift onderlinge regelingen opgenomen waarin zij de gevolgen van de beëindiging van hun huwelijk regelen. Hierin is ook de omgangsregeling opgenomen die partijen zijn overeengekomen. Het gerecht verstaat dat dit een verzoek is op grond van art. 819 Wetboek Pro Burgerlijke Rechtsvordering BES en zal het verzoekschrift aanhechten aan de beschikking.
3.6.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd, omdat partijen (ex) echtgenoten zijn.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [huwelijksdatum] 2019 te Floridablanca (Colombia);
4.2.
bepaalt dat partijen, na de inschrijving van de beschikking, gezamenlijk het gezag uitoefenen over de minderjarige kinderen
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2020 te [geboorteplaats] en
[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats];
4.3.
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de in 4.2. opgenomen beslissing;
4.4.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door verzoekers op 7 mei 2026 ondertekende verzoekschrift deel uitmaken van deze beschikking;
4.5.
compenseert de proceskosten tussen partijen.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en op 27 mei 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.