ECLI:NL:OGEABES:2026:120

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
BON202600092
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 555 e.v. Rv BESArtikel 557 Rv BESArtikel 444 lid 2 Rv BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning door broer zonder recht of toestemming binnen drie maanden

Eiser, wonende te Bonaire, vordert ontruiming van zijn woning en terrein (de 'knoek') door zijn broer, gedaagde, die daar zonder recht of toestemming verblijft. Gedaagde erkent het onrechtmatig verblijf en de noodzaak tot ontruiming, maar verzoekt om een termijn van drie maanden om verhuizing naar eigen perceel voor te bereiden.

Het gerecht stelt vast dat gedaagde zonder recht op het terrein en in de woning verblijft en wijst de vordering tot ontruiming toe. Gelet op de omstandigheden wordt een ontruimingstermijn van drie maanden vastgesteld, ingaande op de datum van het vonnis, 27 mei 2026. Indien gedaagde niet uiterlijk op 27 augustus 2026 ontruimt, kan eiser zelf de ontruiming effectueren met inzet van deurwaarder en politie.

Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiser, begroot op USD 829,00 plus wettelijke rente en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een machtiging voor gedwongen ontruiming conform de relevante artikelen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en terrein binnen drie maanden met veroordeling in kosten en machtiging tot gedwongen ontruiming.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: 202600092
Datum uitspraak: 27 mei 2026
VONNIS
in de zaak van
[eiser]
wonend te Bonaire,
eiser,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas
tegen
[gedaagde]
wonend te Bonaire,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel
Partijen zullen hierna ook [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift d.d. 5 maart 2026;
  • de conclusie van antwoord d.d. 22 april 2026.
1.2.
Beide gemachtigden hebben op de rolzitting van 22 april 2026 verklaard dat zonder comparitie of verdere conclusiewisseling vonnis kan worden gewezen. Dat vonnis is vervolgens bepaald op heden.

2.De kern van de zaak

2.1. [
eiser] en [gedaagde] zijn broers. [gedaagde] verblijft zonder recht of toestemming in een woonhuis op het terrein (de ‘knoek’) van [eiser]. [eiser] wil dat [gedaagde] het woonhuis ontruimt. [gedaagde] heeft zich daartoe bereid verklaard, maar vraagt om een ontruimingstermijn van 3 maanden. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot ontruiming binnen 3 maanden na de datum van dit vonnis.

4.De beoordeling

4.1. [
gedaagde] heeft erkend dat hij zonder recht of titel op de knoek en in het woonhuis van [eiser] verblijft. Hij heeft ook erkend dat hij moet ontruimen. De vordering tot ontruiming zal daarom worden toegewezen.
4.2. [
gedaagde] heeft om een ontruimingstermijn van drie maanden verzocht om een verhuizing naar zijn eigen perceel voor te bereiden. In het verzoekschrift van [eiser] valt te lezen dat hij begrijpt dat het [gedaagde] enige tijd zal kosten om het eigendom van [eiser] te verlaten maar dat er nu wel een uiterste datum voor zijn vertrek moet worden bepaald. Het gerecht zal daarom een termijn van drie maanden voor de ontruiming bepalen. De ingangsdatum van die termijn zal op vandaag worden bepaald, omdat voorafgaande betekening van dit vonnis in de omstandigheden van dit geval niet noodzakelijk wordt geacht. Als [gedaagde] niet uiterlijk op 27 augustus 2026 de woning en de knoek zal hebben verlaten, kan [eiser] de ontruiming zelf bewerkstelligen.
4.2. [
gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [eiser] begroot op USD 251,00 aan griffierecht, USD 159,00 aan betekeningskosten, USD 419,00 aan salaris gemachtigde en USD 140,00 aan nakosten (te verhogen met USD 84,00 in geval van betekening).

5.De beslissing

Het gerecht,
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk op
27 augustus 2026de woning en de knoek, bekend als [adres]:
- te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden, met alle personen en zaken die zich van zijn kant in en om de woning en de knoek bevinden voor zover deze niet eigendommen van [eiser] zijn
- onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen.
5.2.
verstaat dat, indien [gedaagde] niet uiterlijk op 27 augustus 2026 aan deze veroordeling voldoet, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv BES) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent reeds thans toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo Pro. 444 lid 2 Rv BES,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] begroot op USD 829,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na de dagtekening van dit vonnis;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] voorts tot betaling van de nakosten van USD 140,00 verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening, indien nakoming door [gedaagde] uitblijft binnen veertien dagen nadat hem schriftelijk is verzocht om aan het vonnis te voldoen;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.