ECLI:NL:OGEABES:2026:118

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
BON202600043
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:151 BW BESArt. 1:165 BW BESArt. 827 lid 1 onder d Rv BESArt. 1:20 BW BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en verdeling huwelijksgoederengemeenschap met voortgezet gebruik woning

De man heeft bij het gerecht een verzoek ingediend tot echtscheiding, verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en voortgezet gebruik van de voormalige echtelijke woning op Bonaire. De vrouw heeft zelfstandige tegenverzoeken ingediend, waaronder een gebruiksvergoeding voor de woning en een uitkering tot levensonderhoud.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw verklaard zich niet te verzetten tegen de echtscheiding, waardoor deze op grond van de wet is toegewezen. De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is eveneens toegewezen, waarbij de benoeming van een notaris pas aan de orde komt indien partijen het niet eens worden over de keuze.

Het verzoek tot voortgezet gebruik van de woning door de man is toegewezen onder de voorwaarde dat hij een maandelijkse vergoeding van $250 aan de vrouw betaalt. De vrouw verblijft momenteel nog in de woning en heeft aangegeven ongeveer twee maanden nodig te hebben om nieuwe woonruimte te vinden. De beslissing over partneralimentatie is aangehouden om de vrouw in de gelegenheid te stellen haar behoefte nader te onderbouwen.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, verdeling huwelijksgoederengemeenschap toegewezen, voortgezet gebruik woning aan man toegekend tegen vergoeding van $250 per maand, partneralimentatie aangehouden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600043
datum beslissing: 27 mei 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de man],
wonende te Bonaire,
verzoeker,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[de vrouw],
wonende te Bonaire,
verweerster,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 28 januari 2026 op de griffie van het gerecht ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 april 2026. De man is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. De vrouw is verschenen, bijgestaan door mr. Winkel. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Winkel zelfstandige tegenverzoeken ingediend.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op [huwelijksdatum] 2022 zijn de man en de vrouw op Bonaire met elkaar getrouwd.
2.2.
Tijdens het huwelijk zijn geen thans nog minderjarige kinderen geboren.

3.De verzoeken en de beoordeling

Het verzoek
3.1.
De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
- een bevel tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap uit te spreken met benoeming van een notaris en onzijdig persoon;
- voortgezet gebruik voor de duur van tenminste 6 maanden van de (voormalig) echtelijke woning gelegen aan [adres] te Bonaire.
3.2.
De vrouw dient de volgende zelfstandige tegenverzoeken in:
- de man te veroordelen tot betaling van een gebruiksvergoeding van $ 250,- per maand aan de vrouw voor de duur van het uitsluitend gebruik van de woning;
- de man te veroordelen tot betaling van een uitkering tot levensonderhoud van $ 500,- per maand aan de vrouw.
De beoordeling
3.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw verklaard zich niet te verzetten tegen het verzoek van de man om van elkaar te scheiden. Het verzoek van de man om de echtscheiding uit te spreken zal als op de wet gegrond (art. 1:151 BW Pro BES) worden toegewezen.
3.4.
Het verzoek met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is niet weersproken en zal als op de wet gegrond worden toegewezen met ingang van datum inschrijving echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.
3.5.
Tijdens de mondelinge behandeling is het verzoek een notaris te benoemen ten overstaan van wie de scheiding en deling zal plaatsvinden besproken. Het gerecht overweegt dat de benoeming van een notaris pas plaatsvindt op het moment dat partijen het niet eens kunnen worden over de keuze van de notaris. Ook de benoeming van een onzijdig persoon is ter zitting besproken, waarbij het gerecht overweegt dat nog niet is gesteld of gebleken dat de vrouw geen medewerking zal verlenen aan de verdeling van de gemeenschap. De gemachtigde van de man heeft daarom het verzoek ingetrokken.
3.6.
De man heeft ook het verzoek gedaan tot voortgezet gebruik van de woning gelegen aan de [adres] te Bonaire. Op grond van art. 827 lid 1 onder Pro d Rv BES jo. art. 1:165 lid 1 BW Pro BES kan de man verzoeken het gebruik van de woning gedurende zes maanden na inschrijving van deze beschikking te mogen voortzetten. De vrouw heeft dit verzoek niet weersproken, maar heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend dat zij voor het exclusief voortgezet gebruik van de woning door de man een vergoeding van $ 250,- per maand zal ontvangen. De man heeft ter zitting het verzoek van de vrouw betwist. Het gerecht overweegt dat een exclusief gebruik van de woning door de man inhoudt dat de vrouw, die nu nog in de woning verblijft, andere woonruimte moet vinden. Ter zitting heeft de vrouw verklaard dat zij ongeveer twee maanden nodig zal hebben voor het vinden van nieuwe woonruimte. Nu deze nevenvoorziening pas ingaat op het moment dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de daartoe bestemde registers en deze inschrijving pas kan geschieden nadat de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan (art. 1:20 BW Pro BES), is er echter geen aanleiding om de vrouw hiervoor nog een nadere termijn te gunnen. Verder is het gerecht van oordeel dat de door de vrouw gevraagde vergoeding van $ 250,- per maand voor het exclusieve gebruik van de woning door de man een redelijk bedrag is. Het gerecht zal daarom het verzoek van de man tot voortgezet gebruik woning, tegen een vergoeding van $ 250,- per maand, door de man aan de vrouw te betalen, toewijzen.
3.7.
De beslissing over de partneralimentatie houdt het gerecht aan. De man heeft het verzoek van de vrouw betwist en stelt dat de vrouw haar behoefte onvoldoende heeft aangetoond. Uit de aangeleverde stukken en tijdens de mondelinge behandeling blijkt niet of onvoldoende dat de vrouw niet voldoende inkomsten tot levensonderhoud heeft, noch in redelijkheid kan verwerven. Het gerecht zal haar in de gelegenheid stellen die behoefte nader te onderbouwen.
3.8.
De beslissing over de echtscheiding zal niet, zoals verzocht, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Dit betekent dat ook de met de echtscheiding samenhangende overige beslissingen niet uitvoerbaar bij voorraad zullen worden verklaard.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] 2022 te Bonaire;
4.2.
beveelt partijen om, na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daarvoor bestemde registers, ten overstaan van een notaris met elkaar over te gaan tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap;
4.3.
bepaalt dat de man het gebruik van de woning gelegen aan [adres] te Bonaire mag voortzetten gedurende zes maanden na inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand;
4.4.
bepaalt dat de man voor het voortgezet gebruik van de woning een maandelijkse vergoeding betaalt aan de vrouw van $ 250,00, bij vooruitbetaling te voldoen;
4.5.
houdt de beslissingen omtrent de partneralimentatie en de proceskosten aan en stelt de vrouw in de gelegenheid bij akte een nadere onderbouwing van haar verzoek om partneralimentatie in te dienen op de rolzitting van
24 juni 2026 te 09.30uur; de man mag daarop vervolgens bij akte reageren en gegevens overleggen ter bepaling van zijn draagkracht.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.