ECLI:NL:OGEABES:2026:114

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
BON202500597
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:136 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot terugbetaling investeringen en vergoeding yogalessen na beëindiging samenwerking yogaschool op Bonaire

Partijen zijn samen een yogaschool op Bonaire gestart, maar door een conflict is de samenwerking op 19 mei 2025 beëindigd. Eiser vordert terugbetaling van investeringen in de yogaschool en een vergoeding voor gegeven yogalessen. Gedaagde heeft de yogaschool voortgezet onder een andere naam, maar op dezelfde locatie en met dezelfde inventaris.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde de investeringen van eiser moet terugbetalen, waarbij een bedrag van USD 3.278,71 wordt vastgesteld voor de inventaris die gedaagde gebruikt. Het beroep van gedaagde op afschrijving wordt verworpen vanwege het korte gebruiksduur van maximaal zes maanden. Ook wordt het verweer van verrekening afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van USD 520,00 voor de door eiser gegeven yogalessen, ondanks het ontbreken van een getekende samenwerkingsovereenkomst. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van USD 3.798,71 aan eiser voor investeringen en yogalessen, met proceskostencompensatie.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500597
datum beslissing: 27 mei 2026
in de zaak van
[eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie],
wonend op Bonaire,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna: [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie],
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie],
wonend op Bonaire,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna: [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie],
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.

1.De procedure

1.1.
In het procesdossier zitten de volgende stukken:
  • het verzoekschrift met producties, ingekomen op 25 november 2025;
  • de conclusie van antwoord met producties;
  • de aanvullende producties 9 tot en met 18 van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie];
  • de aanvullende productie 19 van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie].
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 april 2026. [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] is verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] is verschenen, bijgestaan door mr. Winkel. De spreekaantekeningen die mr. Van Lieshout heeft voorgelezen zijn aan het procesdossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.
1.3. [
eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft haar vordering om [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] te bevelen het gebruik van intellectuele eigendomsrechten van de gezamenlijke yogastudio te staken op de mondelinge behandeling ingetrokken. [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft haar vordering tot betaling van schadevergoeding in verband met reputatie- en inkomensverlies op de mondelinge behandeling ook ingetrokken. Tot slot heeft [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] haar vordering tot betaling van onbetaalde arbeid verminderd, in die zin dat daarvoor een bedrag van USD 520,00 wordt gevorderd.
1.4.
Ten slotte is bepaald dat op 27 mei 2026 vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Partijen zijn samen een yogaschool op Bonaire begonnen. Tussen hen is een conflict ontstaan waardoor de samenwerking is gestopt. [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] vordert – kort gezegd – dat het Gerecht uitspreekt dat de samenwerking door toedoen van [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] is ontbonden en dat [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] wordt veroordeeld tot het vergoeden van schade. Haar vorderingen worden gedeeltelijk toegewezen.
2.2. [
gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft een voorwaardelijke tegenvordering ingesteld. Als het Gerecht de vorderingen van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] niet integraal afwijst, vordert [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] dat het Gerecht uitspreekt dat [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] geen recht heeft op volledige terugbetaling van haar investeringen. Die vordering wordt afgewezen.

3.De beoordeling

in conventie en in voorwaardelijke reconventie
De achtergrond van het geschil
3.1.
Partijen zijn eind 2024 met elkaar in gesprek gegaan om een gezamenlijke yogastudio te beginnen en te exploiteren. Partijen hebben onder meer de naam [naam yogaschool] voor de yogaschool bedacht, een logo ontwikkeld en zijn samen een huurovereenkomst aangegaan voor een locatie van waaruit de yogastudio geëxploiteerd zou worden. Bovendien hebben partijen spullen en inventaris ten behoeve van de yogastudio aangeschaft.
3.2.
In de samenwerking tussen partijen is een conflict ontstaan. Op 19 mei 2025 hebben partijen een gesprek gevoerd. Het is niet in geschil dat partijen de samenwerking tijdens dat gesprek hebben beëindigd.
in conventie
De verklaringen voor recht worden afgewezen
3.3. [
eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft verschillende verklaringen voor recht gevorderd. [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] vordert een verklaring voor recht dat:
I. tussen partijen een samenwerkingsovereenkomst heeft bestaan betreffende de exploitatie van [naam yogaschool];
II. de samenwerking per 12 juni 2025 rechtsgeldig is ontbonden door toedoen van [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie];
III. [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] aansprakelijk is voor schade die voortvloeit uit schending van haar verplichtingen uit hoofde van redelijkheid, billijkheid en fiduciaire zorg.
3.4. [
eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft niet gesteld welk zelfstandig (rechts)belang zij heeft bij deze vorderingen naast haar vordering tot betaling van schadevergoeding. Om die reden worden de gevorderde verklaringen voor recht afgewezen.
[gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] moet investeringen van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] terugbetalen
3.5. [
eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] vordert dat [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] wordt veroordeeld om een bedrag van USD 8.000 of USD 8.880,47 te betalen in verband met investeringen die zij heeft gedaan in de yogaschool. Volgens [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] de yogaschool voortgezet, dus is [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] een vergoeding aan haar verschuldigd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] geconcretiseerd dat deze vergoeding uitsluitend betrekking heeft op de uitgaven die zij heeft gedaan ten behoeve van de yogastudio. Zij vordert geen schadevergoeding in verband met tijd en energie die zij heeft gestoken in het opzetten van de yogastudio.
3.6.
Het verweer van [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] dat zij de yogastudio niet heeft voortgezet en daarom geen vergoeding verschuldigd is wordt verworpen. Weliswaar heeft [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] een (deels) nieuwe naam voor haar studio bedacht en een nieuwe website en social media-account gemaakt, maar haar nieuwe yogastudio is voortgezet op dezelfde locatie en met dezelfde inventaris als de gezamenlijke yogastudio van partijen. Bovendien zijn de lidmaatschappen van de cursisten voortgezet door [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] en zijn dezelfde yogadocenten les blijven geven.
3.7. [
gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft niet betwist dat zij een vergoeding verschuldigd is voor de inventaris die zij is gaan gebruiken voor haar yogaschool. [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft geen overzichtelijk inzicht gegeven in de uitgaven van de inventaris van de yogaschool die zij heeft betaald. [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft wel veel losse bonnen en facturen in het geding gebracht, maar een overzicht daarvan ontbreekt. [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft in haar conclusie van antwoord een overzicht gegeven van inventaris die [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] volgens haar heeft aangeschaft en die zij is gaan gebruiken voor haar nieuwe yogaschool. De totale aanschafprijs daarvan bedraagt volgens [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] USD 3.278,71. Omdat [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] daartegenover geen inzichtelijk overzicht heeft gegeven van haar uitgaven, zal van het overzicht van [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] worden uitgegaan.
3.8. [
gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft over het bedrag van USD 3.278,71 een afschrijvingspercentage van 50% en 75% gehanteerd. Zij vindt dat zij slechts het bedrag verschuldigd is aan [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] dat overblijft na aftrek van deze percentages. Daarin wordt zij niet gevolgd. De periode tussen het moment van aanschaf van de verschillende artikelen en het moment dat partijen op 19 mei 2025 hun samenwerking hebben beëindigd bedraagt hoogstens zes maanden. [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft niet gemotiveerd waarom de verschillende artikelen na gebruik van hoogstens een half jaar voor 50% of 75% afgeschreven zijn. Dat betekent dat [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] naar het oordeel van het Gerecht aan [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] een bedrag van USD 3.278,71 verschuldigd is.
3.9. [
gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft als verweer een beroep op verrekening gedaan. Volgens [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] categorisch geweigerd om mee te werken aan het overzetten van de water- en elektriciteitsaansluiting en heeft zij kosten moeten maken om dat opnieuw op haar eigen naam aan te vragen. Daarnaast stelt [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] een te verrekenen vordering op [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] te hebben in verband met opslagkosten en kosten voor inventarisatie en juridisch overleg.
3.10.
Uit de overgelegde correspondentie blijkt niet dat [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] categorisch geweigerd heeft de water- en elektriciteitsaansluiting over te zetten. Op 12 juli 2025 heeft de makelaar aan [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] per e-mail gevraagd om een formulier te ondertekenen om de water- en elektriciteitsaansluiting over te zetten. Op 13 juli 2025 reageert [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] per e-mail dat ze dat dat eerst met haar advocaat wil overleggen. Dat [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] daarna categorisch geweigerd zou hebben het document te tekenen blijkt nergens uit. Dat [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] een opeisbare vordering op [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft in verband met opslagkosten of kosten voor inventarisatie en juridisch overleg is op geen enkele manier onderbouwd.
3.11.
Het voorgaande brengt met zich dat de gegrondheid van het beroep van [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] op verrekening niet eenvoudig in deze procedure vast te stellen is. Daarom slaagt het verrekeningsverweer op grond van artikel 6:136 BW Pro BES niet. Dat betekent dat [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] zal worden veroordeeld om een bedrag van USD 3.278,71 aan [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] te betalen.
[gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] moet een vergoeding voor gegeven yogalessen aan [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] betalen
3.12. [
eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] vordert, na eisvermindering, een bedrag van USD 520,00 in verband met yogalessen die zij heeft gegeven en waarvoor zij geen vergoeding heeft ontvangen. [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] betwist dat zij een bedrag van USD 520,00 voor yogalessen aan [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] verschuldigd is, omdat partijen in de samenwerkingsovereenkomst hebben afgesproken dat zij zichzelf voor hun yogalessen pas zouden laten uitbetalen als de yogaschool winstgevend is.
3.13.
De grondslag voor deze betwisting door [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] valt niet te rijmen met haar primaire verweer dat geen samenwerkingsovereenkomst tot stand gekomen is. De samenwerkingsovereenkomst is niet getekend en op de mondelinge behandeling heeft [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] verklaard dat zij de concept samenwerkingsovereenkomst onduidelijk vond en verschillende artikelen had gearceerd omdat ze die nog met [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] wilde bespreken. Het verweer van [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] wordt daarom verworpen. [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft niet betwist dat [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] voor een bedrag van USD 520,00 aan yogalessen gegeven heeft. De vordering van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] tot betaling van het bedrag van USD 520,00 zal daarom worden toegewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd
3.14.
Omdat beide partijen in conventie gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
De beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.15.
De beslissingen in conventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] dit verzoekt en [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] daartegen geen verweer heeft gevoerd. Het is het Gerecht niet gebleken van omstandigheden aan de zijde van [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] die zich tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring verzetten. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als hoger beroep wordt ingesteld tegen deze uitspraak. De beslissingen in deze uitspraak gelden dan tot de rechter in hoger beroep een andere beslissing heeft genomen.
in voorwaardelijke reconventie
De gevorderde verklaring voor recht wordt afgewezen
3.16.
Omdat de vorderingen van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] in conventie niet integraal worden afgewezen, is de voorwaarde waartegen [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] haar tegenvordering heeft ingesteld vervuld. [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] vordert voor recht te verklaren dat [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] geen recht heeft op volledige terugbetaling van haar investeringen.
3.17. [
gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft niet gesteld wat haar zelfstandig (rechts)belang is bij deze vordering. Uit de beoordeling in conventie volgt immers al dat [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] (deels) recht heeft op terugbetaling van haar investeringen. De gevorderde verklaring voor recht wordt daarom afgewezen.
De proceskosten van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] in reconventie worden op nihil begroot
3.18. [
gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] heeft in reconventie ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] betalen. De proceskosten van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] in reconventie worden op nihil begroot. De vordering en het verweer vloeit voort uit het geschil in conventie en van noemenswaardige extra werkzaamheden door [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] voor haar verweer in reconventie is niet gebleken.

4.De beslissing

Het Gerecht:
in conventie
4.1.
veroordeelt [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] om aan [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] een bedrag te betalen van USD 3.798,71;
4.2.
verklaart de beslissing in dit vonnis tot zo ver uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
4.5.
wijst de vordering van [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] af;
4.6.
veroordeelt [gedaagde partij in conventie/eisende partij in voorwaardelijke reconventie] in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van [eisende partij in conventie/verwerende partij in voorwaardelijke reconventie] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.