ECLI:NL:OGEABES:2026:111

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
BON202600077
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 84 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevel tot betaling wegens huurachterstand en gebruiksvergoeding na huurovereenkomst

De schuldeiser vordert betaling van een huurachterstand, gebruiksvergoeding en deurwaarderskosten nadat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd op 30 september 2025 eindigde, maar de schuldenaar de woning pas op 7 november 2025 verliet.

De schuldenaar is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waarna het gerecht vaststelde dat de oproeping rechtsgeldig was. De schuldeiser heeft de borgsom verrekend met de huurachterstand en gebruiksvergoeding, waarna een restant van USD 541,80 resteert. Daarnaast zijn deurwaarderskosten van USD 418,70 gemaakt.

Het gerecht oordeelt dat de vordering gegrond is en wijst deze toe, inclusief de proceskosten van USD 28,00. Het bevel tot betaling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het ook bij verzet direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: De schuldenaar wordt veroordeeld tot betaling van USD 960,50 en proceskosten, met uitvoerbaarheid bij voorraad.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

Registratienummer: BON202600077
Bevel tot betaling van 8 april 2026
inzake
[de schuldeiser],
wonend op Bonaire,
hierna: de schuldeiser,
procederend in persoon,
tegen
[de schuldenaar],
wonend op Bonaire,
hierna: de schuldenaar,
niet verschenen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het ‘small claim’ verzoekschrift met producties is op 20 februari 2026 op de griffie van dit Gerecht ingediend.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. De schuldeiser is verschenen. De schuldenaar is niet op de mondelinge behandeling verschenen.
1.3.
Om te controleren of de schuldenaar rechtsgeldig is opgeroepen voor de mondelinge behandeling, is de schuldeiser aan het einde van de mondelinge behandeling opgedragen om een recent uittreksel uit basisadministratie van het Openbaar Lichaam Bonaire te overleggen. Dat heeft de schuldeiser gedaan. Daaruit blijkt dat de schuldenaar voor de mondelinge behandeling is opgeroepen op het adres waar zij ingeschreven staat.
1.4.
Daarna is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.De beoordeling

2.1.
De schuldeiser vordert betaling van een bedrag van USD 541,80 in verband met een huurachterstand en een gebruiksvergoeding van de woning en USD 418,70 aan kosten van de deurwaarder.
2.2.
Als onweersproken is het volgende vast komen te staan. De schuldenaar heeft een woning gehuurd van de schuldeiser. Er is een huurachterstand ontstaan. De huurovereenkomst voor bepaalde tijd eindigde op 30 september 2025, maar de schuldenaar heeft de woning pas op 7 november 2025 verlaten. De schuldeiser heeft de betaalde borgsom verrekend met de verschuldigde huurachterstand en met een gebruiksvergoeding voor de dagen dat de schuldenaar in de woning is verbleven nadat de huurovereenkomst is geëindigd. Na verrekening resteert een bedrag van USD 541,80. Bovendien heeft de schuldeiser kosten gemaakt aan een deurwaarder ten behoeve van de ontruiming van de schuldenaar uit de woning.
2.3.
De vordering tot betaling van de huurachterstand komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor. De kosten van de deurwaarder zullen ook worden toegewezen. De schuldeiser heeft een deurwaarder ingeschakeld, omdat de schuldenaar de woning aan het einde van de huurperiode niet vrijwillig heeft verlaten. Dat had de schuldenaar wel moeten doen. Bovendien zijn de voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Het bevel tot betaling zal gegeven worden voor een bedrag van USD 541,80 + USD 418,70 = USD 960,50.
2.4.
De schuldenaar zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden verwezen. De proceskosten aan de zijde van de schuldeiser worden begroot op USD 28,00 aan griffierecht.
2.5.
Het bevel wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de schuldeiser dat verzoekt. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als door de schuldenaar verzet wordt ingesteld tegen dit bevel. De beslissingen in dit bevel gelden dan tot de rechter in de verzetprocedure een andere beslissing heeft genomen.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
beveelt de schuldenaar tot betaling aan de schuldeiser van een bedrag van USD 960,50;
3.2.
verwijst de schuldenaar in de proceskosten, aan de zijde van de schuldeiser begroot op USD 28,00;
3.3.
verklaart dit bevel tot betaling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitgevaardigd door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 8 april 2026 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Tegen dit bevel tot betaling staat verzet open bij het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, locatie Bonaire. De verzettermijn is twee weken (artikel 84 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering BES).