ECLI:NL:OGEABES:2026:107

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
3 juli 2026
Zaaknummer
BON202400092
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopig oordeel over wijze van verdeling nalatenschap met onroerende zaken en huurgrond

In deze zaak gaat het om de verdeling van de nalatenschap van een overledene, bestaande uit twee eigendomspercelen en een perceel huurgrond van het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB). De deelgenoten, verdeeld over acht staken, kunnen geen overeenstemming bereiken over de verdeling en de verkoop van de onroerende zaken. Eén deelgenoot staat onder curatele, wat de procedure bemoeilijkt.

Het Gerecht stelt vast dat perceel C eerst moet worden omgezet in erfpacht voordat verkoop mogelijk is. Verzoekers 1, 2 en 5 worden gemachtigd namens alle deelgenoten het verzoek tot omzetting in te dienen en de erfpachtvoorwaarden te aanvaarden. Indien omzetting niet mogelijk is, kan het OLB de huurrechten toekennen aan een deelgenoot, waarbij het Gerecht geen taak heeft.

De verkoop van de eigendomspercelen A en B zal via een gezamenlijk aan te wijzen makelaar plaatsvinden. Indien de deelgenoten niet binnen drie weken een vraagprijs overeenkomen, geldt de door de makelaar vastgestelde marktconforme prijs. De netto-opbrengst wordt gelijkelijk verdeeld over de acht staken, waarna verdere toedeling plaatsvindt naar rato van erfrechtelijke gerechtigdheid.

Het Gerecht verlangt dat verzoekers een akte opmaken met actuele adres- en bankgegevens van de deelgenoten en de curator van de onder curatele gestelde deelgenoot. Alle verdere beslissingen worden aangehouden, en verzoekers krijgen gelegenheid te reageren op dit voorlopige oordeel.

Uitkomst: Het Gerecht stelt voorlopig de wijze van verdeling van de nalatenschap vast en machtigt verzoekers tot omzetting van huurgrond in erfpacht en verkoop via makelaar.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire

Zaaknummer: BON202400092
Datum uitspraak: 8 april 2026
Tussenvonnis in de zaak met betrekking tot drie percelen op naam staande van [naam eigenaar]:
  • een perceel eigendomsgrond van 2.300 m2, kadastraal bekend [kadastrale aanduiding 1], groot 691 m2 (2 stenen huis, schuur en erf),
  • een perceel eigendomsgrond van 72.000 m2, kadastraal bekend [kadastrale aanduiding 2], groot 72.000 m2 (kunuku), en,
  • een perceel huurgrond van 691 m2, kadastraal bekend [kadastrale aanduiding 3], groot 691 m2 (stenen huis, schuur en erf), eigendom ten name van de rechtspersoon het eilandgebied Bonaire,
hierna: de percelen
1. [verzoeker 1], 2. [verzoeker 2], 3. [verzoeker 3], 4. [verzoeker 4], 5. [verzoeker 5], 6. [verzoeker 6], 7. [verzoeker 7], 8. [verzoeker 8],
en

9 [verzoeker 9],

verzoekers,
met als informant ter zake van het huurrecht:
HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE,
zetelend te Bonaire,
hierna te noemen: OLB,
gemachtigde: mr. ir. T.L.H. Peeters.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 juni 2025,
- de akte van verzoekers 1,2 en 5, ingekomen op 22 juli 2025,
- de akte van verzoekers 1, 2 en 5 met productie, ingekomen op 9 oktober 2025,
- de akte van verzoeker 8, ingekomen op 12 oktober 2025,
- de akte van verzoeker 9 met productie, ingekomen op 13 oktober 2025,
- de akte van verzoeker 7, ingekomen op 14 oktober 2025,
- de regiezitting van 3 november 2025, waarbij verzoekers 1 en 2 zijn verschenen en waarbij namens het OLB [medewerker OLB] aanwezig was,
- de akte van verzoekers 1, 2 en 5, ingekomen op 20 november 2025.
1.2.
Vervolgens is uitspraak (nader) bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Het Gerecht volhardt in de overwegingen en beslissingen in het tussenvonnis. Omdat verzoekers nog een akte moeten nemen, zal het Gerecht thans een voorlopig oordeel geven.
2.2.
De deelgenoten kunnen niet tot een verdeling komen. Het lukt de deelgenoten niet om volledige overeenstemming te bereiken. Bovendien staat in ieder geval één Curaçaose deelgenoot onder curatele. Daarnaast lukt het de deelgenoten niet om een verklaring van erfrecht en een concept-verdelingsakte van een notaris te krijgen. Verzoekers verzoeken het gerecht om de wijze van verdeling te gelasten c.q. de verdeling vast te stellen van de nalatenschap van [naam eigenaar], geboren op [geboortedatum] 1896 te [geboorteplaats] en overleden op [overlijdensdatum] 1982 te [plaats van overlijden].
2.3.
De nalatenschap van [naam eigenaar] bestaat uit twee onroerende zaken (A en B) en een huurrecht op een onroerende zaak van het OLB (C):
A. een perceel eigendomsgrond van 2.300 m2,
B. een perceel eigendomsgrond van 72.000 m2 en
C. een perceel huurgrond van 691 m2.
2.4.
Volgens partijen zijn alle deelgenoten (verdeeld over acht staken) in beeld en bij deze procedure betrokken. Alle deelgenoten willen dat de onroerende zaken, voor zover mogelijk, worden verkocht voor een marktconforme prijs en dat de netto-opbrengst onder alle deelgenoten wordt verdeeld naar regels van erfrecht. De deelgenoten zijn het echter niet allemaal eens over wat er moet gebeuren als verkoop gedurende een bepaalde periode uitblijft.
2.5.
Tussen de deelgenoten is verder niet in geschil dat perceel C voordat het verkocht kan worden eerst, voor zover mogelijk, moet worden omgezet in erfpacht. Verzoekers 1, 2 en 5 hebben verzocht om hen te machtigen om zich namens boedel tot OLB te kunnen wenden met het verzoek daartoe. Daartegen is geen bezwaar gekomen van andere deelgenoten.
2.6.
Gelet op het bovenstaande is het Gerecht voorlopig van oordeel dat de wijze van verdeling van de nalatenschap van [naam eigenaar] als volgt moet geschieden.
2.7.
Perceel A en B zullen met toebehoren via een door de deelgenoten gezamenlijk aan te wijzen makelaar worden verkocht aan (een) derde(n).
2.8.
Voor wat betreft perceel C machtigt het Gerecht verzoekers 1, 2 en 5 gezamenlijk m namens alle deelgenoten een verzoek in te dienen bij het OLB tot omzetting van de huurgrond in erfpacht. Zij worden ook gezamenlijk gemachtigd om de gebruikelijke erfpachtvoorwaarden namens alle deelgenoten te aanvaarden. Na omzetting zal ook Perceel C – na toestemming van het Bestuurscollege – via een door de deelgenoten gezamenlijk aan te wijzen makelaar worden verkocht aan (een) derde(n).
Indien omzetting van huurgrond in erfpacht – en daarmee de mogelijkheid tot verkoop van het perceel – niet valt te realiseren, is denkbaar dat de huurrechten door het OLB aan een van de deelgenoten worden toegekend. De boedel kan niet vrijelijk over die huurrechten beschikken en het Gerecht heeft hier geen taak. Advocaat Peeters heeft voor het OLB ter zitting verklaard dat het meest zuivere is dat de huur eindigt, met eventueel overleg over een waardevergoeding. Hoewel geen formele verplichting bestaat, wil het OLB er wel naar kijken. Als er een huurder zou zijn. Doel van het OLB is dat gronden beschikbaar komen voor echt gebruik. Vindt geen omzetting plaats en eindigt de huur, dan is er niets te verdelen, behalve wellicht de waardevergoeding. Deze moet worden verdeeld via de notaris voor wie de verkoop van de onroerende zaken A en B zal plaatsvinden.
2.9.
Als de deelgenoten er niet binnen drie weken na de opdrachtverlening aan de makelaar in slagen gezamenlijk de vraagprijs van de respectievelijke percelen te bepalen, dienen zij zich te conformeren aan de door de makelaar aangegeven vraagprijs. De deelgenoten dienen, in overleg met de makelaar, de verkoopovereenkomst voor wat betreft de respectievelijke percelen aan te gaan met degene die een marktconforme prijs biedt. Indien de deelgenoten het niet eens kunnen worden over de vraag of een aanbod marktconform is, dienen zij zich te conformeren aan de door de makelaar aangegeven marktconforme prijs. Ook eventuele wijzigingen in de vraag- en laatprijs zal de makelaar vaststellen.
Het gerecht ziet geen aanleiding om daarbij een van de door partijen voorgestelde staffels te hanteren. Volgens deze staffels van partijen – die ten opzichte van elkaar niet gelijkluidend zijn – dient na een bepaalde periode de vraag- en laatprijs naar beneden te worden bijgesteld.
Op dit moment is niet te voorzien hoe de vastgoedmarkt zich zal ontwikkelen in de (nabije) toekomst. Niet uit te sluiten is dat er geen aanleiding bestaat om de prijzen te verlagen zoals partijen met deze staffels tot uitgangspunt nemen. Aanpassing van de vraag- en laatprijs dient dan ook aan het deskundig inzicht van de makelaar te worden overgelaten.
2.10.
De netto-opbrengst (na verkoop en aftrek van alle kosten, waaronder (eventuele) erfpachtcanon, uitgiftekosten, notariskosten, makelaarskosten) en de eventuele waardevergoeding zal gelijkelijk via de notaris worden verdeeld over de acht staken, zodat aan iedere staak 12,5 % toekomt. De verdere toedeling binnen iedere staak vindt vervolgens plaats naar rato van de erfrechtelijke gerechtigdheid van de respectievelijke deelgenoten. Dit overeenkomstig de in de akte van 20 november 2025 gespecificeerde percentages. De notaris is niet aansprakelijk indien hij die akte volgt en daaraan iets mankeert.
2.11.
Het Gerecht wil dat verzoekers een akte nemen met de adresgegevens en bankrekeningnummers van de in de akte van 20 november 2025 genoemde (in acht staken onderverdeelde) deelgenoten. Dit ten behoeve van de notaris die de uitkeringen moet doen. De naam en het adres van de curator die de onder curatele gestelde deelgenoot vertegenwoordigt en diens bankrekeningnummer beheert dient ook te worden vermeld. Indien veranderingen zijn opgetreden, kan de opgave in de akte van 20 november 2025 worden geactualiseerd.
2.12.
Voorts kunnen de verzoekers desgewenst ook anderszins reageren op het in dit tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel van het Gerecht.
2.13.
Nu het Gerecht de wijze van verdeling bepaalt en partijen niet zelf verdelen, zijn de bepalingen ter zake van een verdeling waarbij een deelgenoot onder curatele staat niet van toepassing.
2.14.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.Beslissing

Het Gerecht:
- stelt verzoekers in de gelegenheid de in rov. 2.12 bedoelde akte te nemen;
- verwijst de zaak daartoe naar de zitting van het Gerecht van
27 mei 2026 om 09.00 uur;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Boer, rechter, en op 8 april 2026 door de rolrechter getekend en uitgesproken ter openbare terechtzitting in Bonaire in aanwezigheid van de griffier.