BCC Bonaire Corporation B.V. heeft een kort geding aangespannen tegen Umbrella B.V. waarbij zij een vordering had ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling op 6 oktober 2025, waar beide partijen werden bijgestaan door hun gemachtigden en bestuurders, is de zaak aangehouden voor minnelijk overleg.
Na het mislukken van de onderhandelingen heeft BCC haar vordering ingetrokken en aangegeven deze in een bodemprocedure te willen voortzetten. Het gerecht heeft geoordeeld dat het spoedeisend belang bij de vordering problematisch was, wat als voorlopig oordeel werd gegeven.
Omdat er geen inhoudelijke beslissing op de vordering is genomen, maar BCC de vordering heeft ingetrokken, werd zij als in het ongelijk gestelde partij aangemerkt voor de proceskosten. BCC is veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan Umbrella, vastgesteld op USD 559,- aan salaris van de gemachtigde, vermeerderd met wettelijke rente vanaf veertiende dag na betekening tot volledige betaling.