ECLI:NL:OGEABES:2025:151
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot ontruiming wegens onderverhuur in strijd met huurovereenkomst
In deze zaak heeft de eiser, wonende in Nederland, een kort geding aangespannen tegen de gedaagde, wonende op Bonaire, met als doel de ontruiming van een woning. De eiser heeft de huurovereenkomst ontbonden omdat de gedaagde de woning in strijd met een verbod uit de huurovereenkomst aan derden heeft onderverhuurd. De mondelinge behandeling vond plaats op 8 december 2025, waarbij beide partijen vertegenwoordigd waren door hun gemachtigden. De rechter heeft op 22 december 2025 uitspraak gedaan.
De gedaagde huurt sinds 1 februari 2018 een woning voor een huurprijs van USD 550,00 per maand. In de huurovereenkomst is een expliciet verbod opgenomen op onderverhuur zonder toestemming van de verhuurder. De eiser heeft op 14 oktober 2025 de huurovereenkomst ontbonden en de gedaagde verzocht de woning te ontruimen. De rechter heeft vastgesteld dat de gedaagde de woning zonder toestemming heeft onderverhuurd aan zijn werknemers, wat een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst vormt.
De rechter heeft geoordeeld dat de gedaagde de woning binnen vier weken na betekening van het vonnis moet ontruimen. Tevens is de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op USD 1.109,00. De beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de gedaagde de ontruiming moet opvolgen, ook als hij in hoger beroep gaat.