ECLI:NL:OGEABES:2025:141

Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
BON202500254
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling voor verrichte inspectie aan elektrische installatie

In deze zaak heeft ECOM B.V. een vordering ingesteld tegen een gedaagde, die in persoon procedeerde, met als doel betaling van USD 872,- voor verrichte inspectiewerkzaamheden aan een elektrische installatie. De mondelinge behandeling vond plaats op 3 december 2025, waar de rechter een mondeling vonnis heeft gewezen. ECOM stelde dat zij in opdracht van de gedaagde inspectiewerkzaamheden heeft verricht en vorderde nakoming van de overeenkomst. De gedaagde betwistte dat er een overeenkomst tot stand was gekomen en voerde aan dat ECOM slechts een offerte had opgesteld.

Het gerecht heeft vastgesteld dat ECOM daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht op verzoek van de gedaagde, en dat de gedaagde onvoldoende heeft betwist dat er een opdracht was gegeven. De rechter oordeelde dat de gedaagde aan ECOM loon verschuldigd was, omdat er geen vooraf afgesproken prijs was en de gebruikelijke tarieven van toepassing waren. ECOM had haar werkzaamheden goed onderbouwd en de vordering werd toegewezen, met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis. De gedaagde werd ook veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van ECOM op USD 56,- werden begroot.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500254
datum uitspraak: 3 december 2025
in de zaak van:
de besloten vennootschap
ECOM B.V.,
gevestigd te Bonaire,
eiseres, hierna:
Ecom,
vertegenwoordigd door [directeur Ecom] (directeur van Ecom),
tegen
[gedaagde],
wonend te Bonaire,
gedaagde, hierna:
[gedaagde],
procederend in persoon.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het ‘small claim’ verzoekschrift van Ecom van 22 mei 2025 met bijlagen
  • het verweerschrift van [gedaagde] met bijlagen
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 december 2025. Daar zijn verschenen:
  • namens Ecom haar bestuurder [directeur Ecom]
  • [gedaagde]
  • mevr. K. Thielman in haar hoedanigheid van tolk
1.3.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de rechter mondeling vonnis gewezen. Gelet op het gevoerde verweer kan in deze zaak geen bevel tot betaling worden afgegeven. Dit is de schriftelijke uitwerking van het mondelinge vonnis van 3 december 2025.

2.De vordering

2.1.
Ecom vordert dat het gerecht [gedaagde] veroordeelt om aan Ecom USD 872, - te betalen, vermeerderd met rente en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
2.2.
Ecom legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in opdracht van [gedaagde] inspectiewerkzaamheden heeft verricht en vordert nakoming van die overeenkomst, te weten betaling voor die door haar verrichte werkzaamheden. Daarvoor heeft Ecom aan [gedaagde] USD 1.272,- inclusief ABB (USD 1.200, - exclusief ABB) in rekening gebracht waarop [gedaagde] USD 400,- heeft betaald. Het restant (USD 1.272, - minus USD 400, - = USD 872, - inclusief ABB) vordert Ecom in deze procedure.
2.3. [
gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering. [gedaagde] betwist dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan zij gehouden is om Ecom te betalen. [gedaagde] voert aan dat Ecom niet meer heeft gedaan dan het opstellen van een offerte, welk aanbod zij niet heeft aanvaard.

3.De beoordeling

3.1.
Het gerecht is van oordeel dat is komen vast te staan dat [gedaagde] aan Ecom opdracht heeft gegeven om de elektrische installatie van de onroerende zaak aan de [adres] Belnem Bonaire te inspecteren. Daarvoor zijn de volgende feiten van belang.
3.2.
Vaststaat dat Ecom op verzoek van [gedaagde] heeft gekeken naar de elektrische installatie. Als door Ecom gesteld en door [gedaagde] niet betwist, is verder komen vast te staan, dat:
  • Ecom in de persoon van haar bestuurder [directeur Ecom] en een elektricien op 14 september 2024 zes uren aan hebben besteed aan de elektrische installatie en op 29 september 2024 vijf uren
  • bestuurder [directeur Ecom] daarnaast nog vier uren bezig is geweest met het maken van een tekening van de technische installatie
  • voorafgaand en na afloop van de werkzaamheden, te weten op 9 september 2024 en op 30 november 2024 bestuurder [directeur Ecom] en [gedaagde] een gesprek van een uur over de elektrische installatie hebben gevoerd
  • Ecom is ingeschakeld omdat [gedaagde] zonnepanelen wilde installeren waarvoor nodig is dat de elektrische installatie wordt goedgekeurd
3.3.
Gelet op de aard van de door Ecom verrichte werkzaamheden tegen de achtergrond dat de technische installatie moe(s)t worden gekeurd vanwege de door [gedaagde] gewenste zonnepanelen en gelet op de hoeveelheid uren die Ecom op verschillende dagen samen met een elektricien aan de elektrische installatie heeft besteed, wat voor [gedaagde] zichtbaar was althans had kunnen zijn, heeft [gedaagde] naar het oordeel van het gerecht de stelling van Ecom dat [gedaagde] aan Ecom opdracht heeft gegeven om de elektrische installatie te inspecteren, onvoldoende gemotiveerd betwist. Voor [gedaagde] moest duidelijk zijn dat de werkzaamheden van Ecom meer omvatten dan het doen van een offerte.
3.4.
Omdat Ecom bedrijfsmatig heeft gehandeld is [gedaagde] aan Ecom loon verschuldigd (artikel 7:405 lid 1 BW BES). Vaststaat dat partijen vooraf geen prijs hebben afgesproken voor de door Ecom te verrichten inspectie. [gedaagde] is daarom aan Ecom het op gebruikelijke wijze berekende loon verschuldigd (artikel 7:405 lid 2 BW BES).
3.5.
Ecom heeft toegelicht dat zij voor de werkzaamheden van haar bestuurder USD 50,- per uur rekent en dat zij USD 35,- per uur rekent voor een elektricien, naar het gerecht begrijpt exclusief ABB. Uitgaande van de op 14 en 29 september 2024 gewerkte uren (11 x USD 85, - = USD 935, -), de aan de tekening bestede uren (4 x USD 50,- = USD 200, -) en de gesprekken van 9 en 30 november 2025 (2 x USD 50, - = USD 100, -) en daarmee in totaal USD 1.235, - exclusief ABB, kon Ecom aan [gedaagde] het gefactureerde bedrag van USD 1.272, - inclusief 6% ABB in rekening brengen.
3.6.
De vordering van Ecom zal daarom worden toegewezen. De over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis.
3.7.
Voor zover Ecom vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten vordert, wordt deze vordering afgewezen. Ecom stelt niet dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt en evenmin is dit gebleken.
3.8. [
gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Ecom worden begroot op USD 56, - aan griffierecht.

4.De beslissing

Het gerecht:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Ecom van een bedrag van USD 872, -, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Ecom begroot op USD 56, -;
4.3.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 3 december 2025 mondeling uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier en op 5 december 2025 op schrift gesteld.