Deze civiele zaak betreft het verzoek om toekenning in eigendom van het perceel Tera Kòrá 50 te Bonaire, dat sinds 1868 langdurig onverdeeld is gebleven na het overlijden van Martis Ignacia. Het verzoek is gebaseerd op de wettelijke regeling voor langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen (artikel 3:200a e.v. BW BES).
Na meerdere mondelinge behandelingen en tussenbeschikkingen is vastgesteld dat verzoeker en zijn zussen als gebruikers kunnen worden aangemerkt, gezien hun afstamming en langdurig gebruik van het perceel. Het gerecht concludeert dat opsporing van alle deelgenoten onmogelijk is en dat toekenning aan de gebruikers de enige reële oplossing is.
Het ontwikkelingsvoorstel van verzoeker is, na overleg en aanpassingen in lijn met het standpunt van het Openbaar Lichaam Bonaire (OLB), aanvaardbaar bevonden. Het OLB heeft aangegeven bereid te zijn tot overleg over een vergoeding, maar een alternatieve afdoening met afkoop is niet aan de orde.
Het gerecht kent het perceel toe aan verzoeker en zijn zussen ieder voor een derde onverdeeld aandeel, met de verplichting om bij ontwikkeling het standpunt van het OLB in acht te nemen. De beschikking wordt openbaar bekendgemaakt en na kracht van gewijsde ingeschreven in de openbare registers.