Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 januari 2024
- de aktes van partijen van 21 februari 2024.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak gaat het om de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen de vrouw en de man, beiden woonachtig te Bonaire. Het gerecht volgt een eerder tussenvonnis en geeft nadere instructies over de bewijsvoering en standpunten van partijen.
De vrouw betwist dat de hypotheek van haar woning, die buiten de huwelijksgoederengemeenschap valt, maandelijks van de gemeenschappelijke rekening wordt betaald; zij stelt dat dit volledig uit haar huurinkomsten komt. Het gerecht verlangt van haar een gedetailleerd overzicht van hypotheekbetalingen en huurinkomsten met bankafschriften om dit te onderbouwen.
Daarnaast wijst het gerecht de stelling van de vrouw over buitensporige bestedingen van de man op zijn spaarrekening af wegens gebrek aan concrete bewijsvoering. Ook wordt bevestigd dat een eerder genoemde creditcardschuld van de vrouw op de peildatum niet meer bestond en daarom niet relevant is.
De man heeft aangegeven de woning niet te willen kopen, waardoor verkoop aan derden volgt en de overwaarde gelijk wordt verdeeld. Hij vraagt inzage in bankrekeningen van de vrouw en stelt dat hij recht heeft op vergoeding van verzekeringspremies die hij betaalde. Het gerecht stelt partijen in de gelegenheid zich hierover nader uit te laten en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het gerecht wijst de stelling van buitensporige bestedingen af en houdt verdere beslissing aan totdat partijen nadere stukken hebben ingediend.