Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
PTMS Hadria B.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze kortgedingprocedure vordert verhuurster ontruiming van de woning en betaling van achterstallige huur. De huurder betwist de tekortkomingen en beroept zich op de tenzij-bepaling van artikel 6:265 BW Pro BES. Het gerecht stelt vast dat de opzegging van de huurovereenkomst niet is goedgekeurd door de huurcommissie zoals vereist volgens artikel 7a:1603o BW BES.
Verhuurster baseert haar vordering op een vermeende systematische huurachterstand en niet-betaling van de huur over april en juni 2022. Huurder betwist dit en voert aan dat de huurprijs volgens de overeenkomst in de eerste week van de maand verschuldigd is, en dat hij de huur over juni 2022 heeft betaald. Ook stelt huurder dat hij de huur over april 2022 mocht verrekenen met de kosten van een nieuwe koelkast, die mogelijk onderdeel uitmaakt van de semi-gemeubileerde woning.
Het gerecht oordeelt dat de verhuurster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de huurder tekort is geschoten en dat de ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming niet met grote waarschijnlijkheid zal worden toegewezen in een bodemprocedure. De vordering tot ontruiming, betaling van huur en incassokosten wordt daarom afgewezen. Verhuurster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en betaling van huur wordt afgewezen wegens ontbreken toestemming huurcommissie en onvoldoende bewijs tekortkoming huurder.