Uitspraak
VONNIS IN KORT GEDING
BONAIRE PETROLEUM CORPORATION N.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De curator van Bopec, failliet verklaard, vordert betaling van achterstallige opslagkosten van olieproducten door PDVSA Petro op basis van een overeenkomst uit 2002. PDVSA Petro voert verweer met onbevoegdheid van de rechter wegens arbitrageclausule en betwist het spoedeisend belang en de hoogte van de vordering.
Het gerecht oordeelt dat het bevoegd is op grond van de UNCITRAL Model Law en dat de arbitrageclausule de kortgedingrechter niet uitsluit. De curator heeft voldoende spoedeisend belang aangetoond vanwege de financiële situatie van Bopec en de risico’s voor mens en milieu.
De vordering wordt inhoudelijk getoetst aan de hand van jaarcijfers, facturen en de overeenkomst, waarbij onterechte kosten voor ABB worden gecorrigeerd. De totale toegewezen vordering bedraagt circa US$ 41,7 miljoen plus maandelijkse opslagkosten vanaf mei 2021. PDVSA Petro wordt veroordeeld tot betaling van rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: PDVSA Petro wordt veroordeeld tot betaling van US$ 41,7 miljoen plus maandelijkse opslagkosten en rente aan de curator.