Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Uitspraak
[eiser],
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet beroep
ongegrond.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor studiefinanciering BES voor een masteropleiding, maar deze werd op 8 mei 2019 afgewezen omdat hij in de drie maanden voorafgaand aan het studiejaar niet woonachtig was in Caribisch Nederland, maar in de Verenigde Staten. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde.
Tijdens de zitting op 22 januari 2020, gehouden via videoverbinding, heeft het Gerecht het onderzoek geschorst om eiser in de gelegenheid te stellen te reageren op interne richtlijnen die verweerder ter zitting overhandigde. Na ontvangst van de reacties van beide partijen werd het onderzoek gesloten op 25 februari 2020.
Het Gerecht oordeelt dat eiser niet voldoet aan het woonplaatsvereiste van artikel 1.4 Wsf BES omdat hij niet woonde in Caribisch Nederland in de vereiste periode. Ook volgt uit het feit dat eiser sinds augustus 2017 niet meer studeerde maar werkte in de Verenigde Staten in het kader van een stage (OPT), dat hij niet als student kan worden aangemerkt. De hardheidsclausule van artikel 8.3 Wsf BES is terecht niet toegepast omdat de situatie van eiser niet vergelijkbaar is met de situaties waarvoor deze clausule bedoeld is.
Voorts is vastgesteld dat verweerder niet verplicht was eiser te horen voorafgaand aan het besluit, conform artikel 8.4 Wsf BES. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van studiefinanciering BES wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldeed aan het woonplaatsvereiste en de hardheidsclausule terecht niet werd toegepast.