Uitspraak
BESCHIKKING
[verzoeker],
[verweerder],
De procedure
De feiten
Het geschil
De beoordeling
De beslissing
- ontbindt de tussen de partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 oktober 2019,
- veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoeker] van zijn loon over de periode van 12 februari 2019 tot en met 30 september 2019, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex art. 7A:1614q BW BES over het achterstallige loon en met de wettelijke rente over het loon, telkens vanaf de datum van de opeisbaarheid daarvan,
- veroordeelt [verweerder] in de kosten van het geding, aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot op US$ 726, waarvan te betalen aan [verzoeker] US$ 698 en aan het gerecht (het in debet gestelde griffierecht van) US$ 28,
- wijst het meer of anders verzochte af.