Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende heeft in 2014 en 2015 rente en kosten van een hypothecaire geldlening voor een woning in aanbouw opgevoerd als aftrekbare persoonlijke lasten. De woning werd medio 2016 gereed en stond op circa 1,5 kilometer afstand van het toenmalige hoofdverblijf van belanghebbende en zijn gezin. Belanghebbende heeft zich vanaf augustus 2016 ingeschreven op het adres van de nieuwe woning, maar zijn partner en kinderen bleven op het oude adres ingeschreven en woonden daar ook.
De Inspecteur corrigeerde de aftrekposten omdat de woning in 2014 en 2015 niet als hoofdverblijf ter beschikking stond. Belanghebbende voerde aan dat op grond van beleid van de Belastingdienst rente en kosten ook aftrekbaar zijn als de woning binnen twee jaar als hoofdverblijf wordt gebruikt. Het Gerecht oordeelde echter dat de woning ook in 2016 en 2017 niet als hoofdverblijf kon worden aangemerkt, omdat de centrale levensplaats van het gezin niet daar was.
De zitting vond plaats op 24 april 2018, waarbij partijen hun standpunten toelichtten. Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond voor de premie brand- en natuurrampenverzekering, maar wees de aftrek van rente en kosten af. Het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De rente en kosten van de geldlening zijn niet aftrekbaar omdat de woning niet als hoofdverblijf ter beschikking stond, maar de premie brand- en natuurrampenverzekering is wel aftrekbaar.