ECLI:NL:OGEABES:2015:4
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij moord en doodslag
Het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij moord en doodslag. De terechtzittingen vonden plaats op meerdere data tussen augustus 2014 en februari 2015, waarbij verdachte werd bijgestaan door zijn raadsvrouw.
De tenlastelegging omvatte drie feiten, maar het openbaar ministerie en de verdediging vroegen beiden om vrijspraak. Medeverdachten verklaarden betrokkenheid van verdachte, maar hun verklaringen waren inconsistent en tegenstrijdig met elkaar en met getuigenverklaringen. Ook de verklaringen van een getuige die op gehoor had gehoord dat verdachte betrokken was, werden als onbetrouwbaar beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden met telecomgegevens.
Er was geen ander bewijs dat de betrokkenheid van verdachte bij de moorden of doodslag kon bevestigen. Daarom achtte het Gerecht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij van alle feiten. De vorderingen tot schadevergoeding van benadeelde partijen werden afgewezen omdat de feiten niet bewezen waren.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.