Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
ZITTINGSPLAATS BONAIRE
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Vrijspraak
initial quotationvan Protec Developments N.V. (hierna: Protec) in strijd met de waarheid heeft laten vermelden “Client has advanced the value of 100.000 Naf for the aquisition of some materials in Portugal or abroad - value will be used and managed accordingly to the options and selection made between contractor and client” [2] en dat zij deze valse informatie bij de aanvraag van een hypotheek bij Maduro & Curiel’s Bank N.V. (hierna: MCB) en Banco di Caribe N.V. (hierna: BdC) hebben gebruikt.
initial quotationvan Protec afkomstig is. Het is een uitwerking van een eerder stuk, namelijk de
Quotation # - 03/07d.d. 20 november 2007, dat ook van Protec afkomstig is. In de
initial quotationis vermeld - letterlijk door de rechter vertaald vanuit het Engels naar het Nederlands - dat de klant de waarde van NAf. 100.000 heeft voorgeschoten. Uit de vermelding achter “101 Deposit of 100.000 Naf” blijkt dat de voorgeschoten waarde van NAf. 100.000 verband houdt met de aanschaf van materialen in het buitenland. Deze “value will be used and managed accordingly to the options and selection made between contractor and client”, dat wil zeggen (letterlijk vertaald door de rechter) deze waarde zal worden gebruikt en beheerd overeenkomstig de opties en selectie gemaakt door de aannemer en de klant. Deze omschrijving en het gebruik van de toekomstige tijd passen bij de verklaring van de verdachten dat zij via Protec (bouw)materialen zouden kopen en dat deze (samen met de eigen werkzaamheden) op het bedrag van NAf. 100.000 in mindering zouden worden gebracht. De vermelding van “Reserve for materials (letterlijk vertaald door de rechter: reserveren of reserve) as described in 101 (…) 100.000”, is eveneens in overeenstemming met de door de verdachten gegeven uitleg van de afspraken.
Quotation # - 03/07van Protec d.d. 20 november 2007. Volgens [A1] heeft hij dit stuk opgesteld samen met zijn vader, met wie de verdachten de afspraken hebben gemaakt. In de
Quotation # - 03/07is als noot 2 opgenomen: “From the payments to be done, the already advanced 100.000 Naf wil be deducted according to the payment schedule to be agreed until the value is extinguished”. [3] In de noot wordt in relatie tot de voorgeschoten waarde van NAf. 100.000 de toekomstige tijd gebruikt, hetgeen bevestigt dat de nog te maken kosten daarop in mindering zullen worden gebracht, zoals de verdachten verklaren. Dat lijkt ook logisch, nu de bouw op 20 november 2007 nog niet was gestart en het stuk, volgens[A1], was bedoeld om de verdachten over te halen de opdracht aan Protec te gunnen [4] .
Quotation # - 03/07in zijn brief van 30 januari 2012 nader toegelicht. Deze toelichting luidt als volgt: “Mrs. [verdachte C] contracted herself to an amount for basic building materials and preparation materials which together with costs of WEB (building water and electricity meter) and other miscellaneous costs would sum more and about 100.000 Naf. The payments due and settled directly to suppliers by Mrs. [verdachte C] would had been deducted from totals according to the payment schedule.” [5] [A1] heeft hierover verklaard, als getuige bij de rechter-commissaris, dat de brief het resultaat is van het gesprek met de verdachten en het onderzoek dat hij in de boeken heeft gedaan. Het is een interpretatie van wat er naar zijn overtuiging is gebeurd. [6] Het Gerecht acht deze interpretatie betrouwbaar, nu deze in overeenstemming is met de hiervoor besproken uitleg van de
initial quotationen ook door andere stukken wordt bevestigd. Zo lijkt de door de officier van justitie herhaaldelijk aangehaalde e-mail van [A1] d.d. 2 april 2008 de gegeven interpretatie juist te bevestigen. In die e-mail is weliswaar geschreven “Wat de bank betreft okee, maar wat betreft feitelijk management zal het doorgaan zoals overeengekomen”, maar daarbij is verwezen naar de prijzen “die wij krijgen” en de waarde om materialen mee te kopen. [7] In zijn e-mail van 20 november 2008 15.45 uur schrijft [A1] in dezelfde trant: “Ik heb verschillende malen jullie aandacht gevestigd op het feit dat de begroting (…) bestemd was voor de aanvraag van een lening bij de bank, maar dat die niet noodzakelijkerwijs de realiteit weergaf, wanneer je afhankelijk bent van de werkelijke kosten van materialen en personeel.” [8]
quotations. De door de officier van justitie aangevoerde omstandigheid dat de
Quotation # - 03/07op de computer van [verdachte] is aangetroffen, maakt dat niet anders. Ook de omstandigheid dat [A1] op 31 oktober 2011 heeft verklaard, dat de offerte niet helemaal is gebaseerd op feiten, doet aan het voorgaande niet af. [A1] heeft hierover, als getuige bij de rechter-commissaris, onder ede, verklaard wat hij met dit antwoord heeft bedoeld te zeggen, namelijk dat de offerte niet tot in detail is uitgewerkt, dat wil zeggen niet tot op de cent nauwkeurig. De specificatie is zo opgesteld dat aan het verzoek van de bank werd voldaan. “Ik had een begroting tot op de laatste cent nauwkeurig kunnen opstellen, maar dat was niet nodig en daarom is het niet gedaan. De bank had niet daarnaar gevraagd. Bovendien stond het bedrag al vast. Het is niet zo dat mijn antwoord verkeerd is vertaald, maar het is wel erg kort weergegeven en ik bedoelde daarmee te zeggen wat ik zojuist heb gezegd”, aldus nog steeds de getuige. [9] Dat wat hij gezegd heeft, komt - zoals reeds overwogen - overeen met de twee
quotations, de correspondentie en de uitleg die de verdachten aan de gemaakte afspraken geven. Overigens vindt deze uitleg steun in de met MCB gevoerde correspondentie. Zo is op 18 augustus 2009, dus voor de start van het strafrechtelijk onderzoek tegen de verdachten in september 2009, door [verdachte C] gemaild met [P] van MCB. [verdachte C] schrijft: “Ik zou zelf 100.000,- investeren, maar het grootste gedeelte van mijn geld is aan onvoorziene zaken en ook aan zeer drastische prijsverhogingen besteed, gedurende deze bouw periode.” [10]
initial quotationin strijd met de waarheid is, noch dat de verdachten het opzet hebben gehad dat genoemde passage niet naar waarheid zou zijn, noch dat zij opzettelijk gebruik hebben gemaakt van een vals geschrift bij MCB en BdC. De verdachte zal derhalve van de onder 2, 3 en 6 tenlastegelegde feiten worden vrijgesproken.
loan formd.d. 18 december 2007 heeft doen opnemen: “they have already invested Naf 100/M from own funds in the construction”. [11] Het Gerecht acht het tenlastegelegde niet bewezen en licht dit als volgt toe.
loan formis opgesteld door een accountmanager van MCB, [M]. Het is een intern stuk, dat niet door een van de verdachten is geaccordeerd of ondertekend. [M] heeft verklaard dat, nu de informatie in het formulier is vermeld, hem “moet zijn meegedeeld” dat NAf. 100.000 is vooruitbetaald. Hij kan het zich echter niet herinneren. [12] Aldus is niet bewezen, althans niet zonder meer, dat de verdachten de desbetreffende informatie in de
loan formhebben doen opnemen in de in de tenlastelegging bedoelde zin.
loan formhebben doen opnemen dat ze reeds NAf. 100.000 uit eigen middelen hebben geïnvesteerd. De verdachte zal in zoverre van feit 1 worden vrijgesproken.
loan formvan MCB van 18 december 2007 heeft doen opnemen “mortgage loan with Rabo bank was paid off” [15] (letterlijk vertaald vanuit het Engels naar het Nederlands: hypothecaire geldlening bij Rabobank is afbetaald) en niet dat op dat moment sprake was van een (restant)schuld van € 137.989,20, althans enig ander, substantieel, geldbedrag, aan Rabohypotheekbank N.V. De verdachten betwisten dat sprake is van een valsheid. Volgens de verdachten was de hypothecaire geldlening bij de Rabohypotheekbank ten tijde van het aangaan van de lening bij MCB reeds beëindigd, hebben ze dat meegedeeld aan MCB en wisten zij op dat moment (nog) niet dat zij nog een schuld bij de Rabohypotheekbank hadden, althans niet hoeveel deze schuld bedroeg. Het Gerecht overweegt hieromtrent als volgt.
loan formhebben doen opnemen dat de hypothecaire geldlening bij Rabohypotheekbank was afbetaald, is derhalve niet bewezen.
loan formwerd opgesteld (18 december 2007) het opzet hadden om valselijk, in strijd met de waarheid, in de
loan formniet een (restant)schuld van € 137.989,20 of enig ander
Application Mortgage Loanvan BdC, dat op 8 augustus 2009 door de bank is geaccordeerd. [23] Het Gerecht stelt voorop dat de hiervoor genoemde bedragen, betalingsverplichting en betalings-overeenkomst niet - expliciet - in het document zijn vermeld.
repaymentsvermelde bedrag van Naf 2.135,00. Dit bedrag is een totaal van $ 600,=, omgerekend Naf 1.092,00, en een bedrag van Naf 1.043,00 voor de afbetaling van een auto, aldus de verdachten. Het Gerecht acht deze verklaring niet onaannemelijk, nu deze bevestiging vindt in de verklaringen van twee getuigen, namelijk de heren [s] en [p] van BdC.
repaymentsingevulde bedrag ad NAf. 2.135,00 ziet op de $ 600 die aan de Rabobank verschuldigd was, dit is in guldens NAf. 1.092,00, en daarnaast de autolening van NAf. 1.043,00. Samen is het precies NAf. 2.135,00. [S] wist ten tijde van de goedkeuring al wel van het bestaan van een restschuld. Hij heeft zich toen niet gerealiseerd dat dat aan de Rabobank was en wist niet hoe hoog de schuld was en welke bedrag per maand moest worden afbetaald. Hij wist wel dat de betalingsverplichting in de aanvraag was verwerkt. In 2012 hebben [S] en zijn collega [P] een en ander nog een keer nagekeken en de bedragen bij elkaar opgeteld. [S] was er uit hoofde van zijn vorige baan bij de RBTT mee bekend dat er een restschuld aan de Rabobank was. Hij heeft zich dat in 2009 niet direct gerealiseerd, maar toen hij dit in een brief van 2012 bevestigde, begreep hij dat het om die lening ging. De opgave van mw. [verdachte] van haar schulden voldeed aan de regels die toen voor een aanvraag golden, aldus nog steeds getuige [S]. [24]
non-disclosureclausule en dat dit niet met de verklaringen van [P] en [S] strookt, doen aan het voorgaande niet af. De twee getuigen zijn duidelijk: de bank wist bij het aangaan van de hypotheek van het bestaan van een restschuld; deze is zelfs onderwerp van de onderhandelingen geweest en de betalingsverplichting aan de Rabobank is in de aanvraag verwerkt. Het onder feit 5 tenlastegelegde is derhalve niet bewezen. De verdachte zal ook van dit feit worden vrijgesproken.