Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Eiser 1],
[Eiser 2],
[Eiser 3],
[Eiser 4],
[Eiser 5],
,gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft op 25 maart 2026 uitspraak gedaan in een civiele bodemzaak waarin eisers verstek lieten gaan. In het verzoekschrift waren niet alle eisers bij naam genoemd, waarbij één eiser werd aangeduid als "e.a.", wat niet voldoet aan de vereisten van artikel 111 Rv Pro. Hierdoor werden eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
Daarnaast werd een vordering tot benoeming van een bewindvoerder ingediend op grond van artikel 1:409 BW Pro. Het gerecht overwoog dat deze vordering niet in een algemene rechtszaakprocedure (AR-procedure) kan worden ingesteld, maar uitsluitend in een extra-judiciële procedure (EJ-procedure). Dit leidde eveneens tot niet-ontvankelijkheid van die vordering.
Ten overvloede merkte het gerecht op dat de vordering tot machtiging tot het te gelde maken van een perceel niet toewijsbaar zou zijn geweest, omdat niet was gesteld aan wie de machtiging zou moeten worden verleend. Het vonnis werd gewezen door rechter A.H.M. van de Leur en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van namen in het verzoekschrift en onjuiste procedure voor benoeming bewindvoerder.