ECLI:NL:OGEAA:2026:99

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
AUA202501518 AR
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 RvArt. 1:409 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken namen eisers en onjuiste procedure benoeming bewindvoerder

Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba heeft op 25 maart 2026 uitspraak gedaan in een civiele bodemzaak waarin eisers verstek lieten gaan. In het verzoekschrift waren niet alle eisers bij naam genoemd, waarbij één eiser werd aangeduid als "e.a.", wat niet voldoet aan de vereisten van artikel 111 Rv Pro. Hierdoor werden eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.

Daarnaast werd een vordering tot benoeming van een bewindvoerder ingediend op grond van artikel 1:409 BW Pro. Het gerecht overwoog dat deze vordering niet in een algemene rechtszaakprocedure (AR-procedure) kan worden ingesteld, maar uitsluitend in een extra-judiciële procedure (EJ-procedure). Dit leidde eveneens tot niet-ontvankelijkheid van die vordering.

Ten overvloede merkte het gerecht op dat de vordering tot machtiging tot het te gelde maken van een perceel niet toewijsbaar zou zijn geweest, omdat niet was gesteld aan wie de machtiging zou moeten worden verleend. Het vonnis werd gewezen door rechter A.H.M. van de Leur en uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van namen in het verzoekschrift en onjuiste procedure voor benoeming bewindvoerder.

Uitspraak

Vonnis van 25 maart 2026
Behorend bij AUA202501518 AR

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS
in de zaak van:
1.
[Eiser 1],
2.
[Eiser 2],
3.
[Eiser 3],
4.
[Eiser 4],
5.
[Eiser 5],
eisers
,gemachtigde: de advocaat mr. S.A. Kock,
tegen:

[Gedaagde], zonder bekende woon- en/of verblijfplaats,

gedaagde, niet verschenen.
In het verzoekschrift is/zijn eiser(s) sub 5 aangeduid als “e.a.”. Deze aanduiding impliceert dat sprake is van eisers die niet bij naam zijn aangeduid. Op grond van artikel 111 Rv Pro dient een verzoekschrift onder meer de namen van de eisende partijen te vermelden. Nu daaraan niet is voldaan, zullen eisers niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.
Ten overvloede overweegt het Gerecht dat de vordering tot machtiging tot het te gelde maken van het perceel, plaatselijk bekend als [adres], ook niet voor toewijzing gereed zou liggen indien eisers wel ontvankelijk zouden zijn geweest. Eisers hebben immers niet gesteld aan wie de gevraagde machtiging zou moeten worden verleend.
Voorts geldt dat de vordering tot benoeming van een bewindvoerder op grond van artikel 1:409 BW Pro niet kan worden ingesteld in een algemene rechtszaakprocedure (AR-procedure), maar slechts in een extra-judiciële procedure (EJ-procedure). Reeds daarom zou deze vordering eveneens tot niet-ontvankelijkheid hebben geleid.

RECHT DOENDE BIJ VERSTEK:

- verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun vorderingen.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.