Uitspraak
.
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Anamnese
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE BEOORDELING
in de bodemprocedureeen onderzoek te verrichten naar de sociale omstandigheden van partijen.
- welke hoofdverblijfplaats is het meest in het belang van [minderjarige]?
- welke zorgregeling is het meest in het belang van [minderjarige]?
- welke gezagssituatie is het meest in het belang van [minderjarige] (handhaving van het gezamenlijk gezag, eenhoofdig gezag van de moeder of eenhoofdig gezag van de vader)?
- moet hulpverlening worden ingezet voor [minderjarige] en zo ja, welke?
- is hulpverlening nodig voor de ouders (gezamenlijk en/of individueel) en zo ja, welke?
5.DE UITSPRAAK
voorlopigbij de vader zal zijn:
maandag 1 juni 2026te rapporteren
in de bodemprocedure met zaaknummer AUA202600455 EJ;