ECLI:NL:OGEAA:2026:61

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
AUA202501357 KG
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 2, sub 12, van de ministeriële beschikking van 15 maart 2023Landsverordening uitgifte domeingronden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot vestiging erfpacht wegens niet-nakoming financieringsvoorwaarde

Care4Care heeft op 15 maart 2023 een recht van optie verkregen om domeingrond in Aruba in erfpacht te verkrijgen, onder de voorwaarde dat binnen zes maanden aan alle gestelde voorwaarden, waaronder een financieringsgarantie van een lokale financiële instelling, wordt voldaan.

De bevoegde ambtenaren van de Directie Infrastructuur en Planning (DIP) moeten toetsen of aan deze voorwaarden is voldaan, maar zijn niet bevoegd om afwijkende voorwaarden te stellen. Care4Care stelde dat zij aan alle voorwaarden had voldaan, onder meer door een persoonlijke garantie van een buitenlandse betrokkene, maar dit voldoet niet aan de eis van een verifieerbare en juridisch afdwingbare financieringsgarantie van een lokale instelling.

De ministeriële beschikking van 19 december 2025 bevestigde dat het recht van optie van rechtswege is vervallen wegens niet-nakoming van de voorwaarden. Het Gerecht oordeelt dat Care4Care geen rechtens te respecteren spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vordering en wijst deze af. Care4Care wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Het Gerecht wijst het verzoek van Care4Care af wegens het niet voldoen aan de financieringsvoorwaarde en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 11 maart 2026
Behorend bij AUA202501357 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
CARE4CARE SERVICES (ARUBA) N.V.,
h.o.d.n. Care4Care Aruba,
te Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: Care4Care,
gemachtigden: de advocaten mrs. E.M.J. Cafarzuza en D.G. Illes,
tegen:
de publiekrechtelijke rechtspersoon
HET LAND ARUBA,
te Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: het Land,
gemachtigde: de advocaat mr. J.A. Saade.
1. DE PROCEDURE
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties;
- de mondelinge behandeling ter terechtzitting van 4 september 2025.
1.2 Care4Care is in persoon ter zitting verschenen bijgestaan door haar gemachtigde mr. Illes voornoemd, die werd vergezeld door de heer [directeur] (directeur van Care4Care). Het Land is verschenen bij zijn gemachtigde, die werd vergezeld door de heer [ambtenaar] (ambtenaar werkzaam bij de DIP). Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - beiden mede aan de hand van overgelegde pleitaantekeningen, die van het Land voorzien van een toegelaten productie - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen. Partijen hebben tevens de aan hen door het Gerecht gestelde vragen beantwoord. Vervolgens is de zaak voor het voeren van onderhandelingen verwezen naar de parkeerrol.
1.3 Omdat partijen niet tot elkaar zijn gekomen heeft Care4Care op 17 november 2025 bij akte om vonnis verzocht. In daarna gevoerde correspondentie met partijen heeft het Gerecht aanleiding gezien de mondelinge behandeling van de zaak te heropenen en voort te zetten op 9 februari 2026. Care4Care is ter zitting verschenen bij haar gemachtigde mr. Cafarzuza voornoemd, die werd vergezeld door de heer [directeur] (directeur van Care4Care). Het Land is verschenen bij zijn gemachtigde, die werd vergezeld door mevrouw [betrokkene 1] (hoofd commerciële afdeling van de DIP). Partijen hebben over en weer het woord gevoerd, en hebben vragen van het Gerecht beantwoord.
1.4 Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2.HET GESCHIL

3.1
Care4Care verzoekt dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. het Land beveelt om binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis aan haar in erfpacht uit te geven de volgende percelen domeingrond:
1-K-4825;
1-K-4826;
1-K-4827;
1-K-4828;
1-K-4829;
1-K-4830;
1-K-4806;
1-K-4807;
en bepaalt dat het Land ten behoeve van Care4Care een dwangsom verbeurt van Afl. 1.000,-- per dag dat het Land dat bevel niet opvolgt;
b. ten opzichte van vorenstaande enige andere juist voorkomende beslissing neemt;
c. het Land veroordeelt in de proceskosten.
2.2
Het Land voert verweer en concludeert dat Care4Care niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, en tot veroordeling van Care4Care in de proceskosten.
2.3
Het Gerecht zal hierna, waar nodig, nader op de standpunten van partijen ingaan.

3.DE BEOORDELING

3.1
Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit kan volgen dat Care4Care niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het door haar verzochte. Indien Care4Care geen rechtens te respecteren spoedeisend belang heeft bij (toewijzing van) haar vordering moet die worden afgewezen. Het ontvankelijkheidsverweer van het Land wordt verworpen.
3.2
Het door Care4Care gestelde spoedeisend belang bij (toewijzing) van haar vordering ligt besloten in die vordering en de daaraan door Care4Care ten gronde gelegde stellingen. Het verweer van het Land op dit punt wordt eveneens verworpen.
3.3
In deze procedure moet aan de hand van het door partijen gestelde, zonder nader onderzoek en met inachtneming van de beperkingen van de op snelheid gerichte procedure in kort geding, de vraag worden beantwoord of de hiervoor omschreven vordering van Care4Care in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopend daarop toewijzing van de door haar gevraagde voorziening gerechtvaardigd is. Het Gerecht overweegt binnen dit kader als volgt.
3.4
Niet in geschil is tussen partijen dat op 15 maart 2023 krachtens een ministeriele beschikking van die datum (hierna: de beschikking) een (derde) optierecht is verleend aan Care4Care ter verkrijging in erfpacht van acht percelen domeingrond gelegen in Aruba te Eagle met een totaaloppervlak van 11.473 m2 (hierna: het optierecht). In de beschikking is opgenomen dat die geldt voor zes maanden en dat bij niet nakoming van de daarin door het Land gestelde voorwaarden binnen die termijn het optierecht vervalt en er geen recht van erfpacht zal worden gevestigd.
3.5
In het licht van vorenstaande wordt voorop gesteld dat de daartoe bevoegde door de minister gemandateerde ambtenaren werkzaam bij de DIP moeten toetsen en beslissen of tijdig is voldaan aan de in de beschikking omschreven voorwaarden [1] . Het is naar het oordeel van het Gerecht echter niet aan hen om in overleg met de optiehouder afwijkende voorwaarden te stellen ten opzichte van die zoals omschreven in de beschikking. Indien die ambtenaren dat buiten de reikwijdte van hun mandaat evenwel (al dan niet door middel van toezeggingen) doen, kan de optiehouder daar geen rechten (geen gerechtvaardigd vertrouwen) aan ontlenen [2] , terwijl ambtenaren die zich aldus gedragen jegens de optiehouder wellicht op grond van onrechtmatig handelen schadeaansprakelijk zijn.
3.6
Eén van de door Care4Care krachtens de beschikking te vervullen voorwaarden is dat Care4Care voor de uitvoering van haar project moest aantonen te beschikken over een financieringsgarantie van een lokale bevoegde financiële instelling. Die voorwaarde is klip en klaar en niet voor meerdere uitleg vatbaar, en moest binnen de termijn van zes maanden (na 15 maart 2023) worden vervuld. In de aan Care4Care gerichte beschikking van de DIP van 19 december 2025, die namens de Minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening (hierna: de minister) is ondertekend door de Directeur ad interim van de DIP, staat onder meer het volgende:

(…).
Bij ministeriële beschikking van 15 maart 2023 (…) is aan Care4Care (…) een recht van optie verleend op domeingronden te Eagle, onder de uitdrukkelijk in die beschikking opgenomen voorwaarden.
In voornoemde minsteriële beschikking is bepaald dat het recht van optie van rechtswege vervalt indien niet (tijdig en volledig) aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan en dat in dat geval geen erfpachtrecht zal worden gevestigd.
Care4Care geeft zich nadien tot het Land Aruba gewend met het verzoek om verdere afhandeling van het dossier en aanpassing/voortzetting van de verleende optie. Bij beoordeling van het dossier, mede in het licht van de sinds de verlening van de optie ingediende stukken en gevoerde overleggen, is vastgesteld dat Care4Care niet (tijdig en volledig) aan de voorwaarden verbonden aan het recht van optie heeft voldaan. In het bijzonder is vastgesteld dat:
-geen verifieerbare en juridisch afdwingbare financieringsgarantie van een bevoegde (lokale) financiële instelling is overgelegd, zoals vereist in de ministeriële beschikking;
(…).
Voorts heeft op 4 augustus 2025 overleg plaatsgevonden, waarbij is beoordeeld of de door Care4Care gewenste aanpassingen binnen het kader van de bestaande ministeriële beschikking konden worden verwerkt. Daarbij is vastgesteld dat dit niet het geval is. Aan dit overleg kunnen geen rechten worden ontleend. Voorts zover Care4Care heeft verzocht om een herbeoordeling van de verleende optie, geldt dat de ministeriele beschikking van 15 maart 2023 geen grondslag biedt voor verlenging of wijziging na het verstrijken van de geldigheidsduur.
Gelet op het voorgaande is het recht van optie van rechtswege vervallen en is het niet mogelijk om op basis van de bij beschikking van 15 maart 2023 verleende optie over te gaan tot vestiging van erfpacht, verlenging of aanpassing van het recht van optie.
Gelet op:
- artikel 2, sub 12, van de ministeriële beschikking van 15 maart 2023;
- de Landsverordening uitgifte domeingronden;
- het advies van de Directie Infrastructuur en Planning;
BESLUIT:
1. Het verzoek van Care4Care (..) om verdere afhandeling, aanpassing of verlenging van het bij ministeriële beschikking van 15 maart 2023 verleende recht van optie wordt afgewezen.
2. Geconstateerd wordt dat het recht van optie, verleend bij ministeriële beschikking van 15 maart 2023, van rechtswege is vervallen, nu niet is voldaan aan de daaraan verbonden voorwaarden.
3. Bepaald wordt dat geen erfpachtrecht zal worden gevestigd op basis van voornoemde optie.
(…).”.
3.7
Care4Care stelt dat zij aan alle optievoorwaarden heeft voldaan, waaronder de in de beschikking omschreven voorwaarde ter zake van financiering. Die door het Land bestreden stelling mist naar het oordeel feitelijke grondslag en wordt daarom gepasseerd. Care4Care stelt immers dat een zekere in het buitenland wonende [betrokkene 2] zich persoonlijk garant heeft gesteld voor de financiering van (de uitvoering van) het project dat Care4Care voor ogen heeft, maar zij miskent daarmee dat dienaangaande geen sprake is van een verifieerbare en juridisch afdwingbare financieringsgarantie van een bevoegde lokale financiële instelling
.Aldus komt niet vast te staan en evenmin wordt voorshands aannemelijk geoordeeld dat Care4Care tijdig en volledig aan deze voorwaarde heeft voldaan. Een beweerdelijke toezegging van een al dan niet door de minister gemandateerde ambtenaar van de DIP, dat de door Care4Care gestelde wijze van financiering ook toereikend is, kan haar niet baten omwille van hetgeen hiervoor onder 3.5 is overwogen.
3.8
Bij de hiervoor geschetste stand van zaken moet de hiervoor onder 3.3 geformuleerde vraag reeds ontkennend worden beantwoord. Dat betekent dat de hiervoor onder a. omschreven door Care4Care verzochte voorziening moet worden afgewezen. De onder b. omschreven voorziening zal als zijnde vaag en onbepaald worden afgewezen.
3.9
Afweging van de belangen van partijen maakt voorgaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet aan de zijde van Care4Care bij toewijzing van het door haar verzochte ten opzichte van de belangen van het Land bij afwijzing daarvan. Dit temeer omdat is gebleken dat de hiervoor onder 2.1 sub a. vermelde laatste twee percelen domeingrond 1-K-4806 en 1-K-4807 geen onderdeel uitmaken van het aan Care4Care verstrekte (reeds vervallen) optierecht.
3.1
Care4Care zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van het Land, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.750,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
-wijst af het door Care4Care verzochte;
-veroordeelt Care4Care in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van het Land, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.750,--.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Dit is ter zitting ook als zodanig verwoord door de hiervoor onder 1.3 genoemde mevrouw [betrokkene 1], die daarbij aangaf dat als daarvan wordt afgeweken onderzoek kan worden ingesteld tegen de desbetreffende ambtenaar of ambtenaren.
2.De daartoe bevoegde minister is immers degene die de te vervullen voorwaarden zoals omschreven in de beschikking bepaalt. In de beschikking staat met betrekking tot die voorwaarden niet zoiets als “