Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE FEITEN
Reputational Reviewopgemaakt over [betrokkene 1] (hierna: het Kroll-rapport) over de jegens [betrokkene 1] bestaande publieke aantijgingen en/of verdenkingen met betrekking tot onder meer witwassen en belastingontduiking.
“Naar aanleiding van uw verzoek van 19 juli 2024 en uw aanvullend verzoek van 13 mei 2025, inzake bovengenoemd onderwerp, deel ik u het volgende mede.
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE BEOORDELING
Milliyetvan het jaar 2000. Van voldoende concrete, actuele verdenkingen jegens [betrokkene 1] is in het kader van dit geding derhalve niet gebleken. Daar komt bij dat in het Kroll-rapport is geconcludeerd dat van een strafrechtelijke vervolging of veroordeling van [betrokkene 1] geen sprake is (geweest) en dat hij thans ook geen onderwerp is van lopend onderzoek. Naar het voorlopig oordeel van het Gerecht kan daarom op basis van de betreffende berichtgevingen over [betrokkene 1] niet met een voldoende mate van zekerheid worden gezegd dat Aruba Bank gerechtvaardigd heeft te vrezen voor reputatieschade wanneer zij met Princess in zee gaat, om de enkele reden dat [betrokkene 1] de UBO is van Princess. Gelet hierop en nu dit overigens door Aruba Bank ook niet concreet is onderbouwd, is voorshands evenmin voldoende aannemelijk geworden dat Aruba Bank terecht vreest dat haar correspondent banken vanwege de enkele reden dat [betrokkene 1] de UBO is van Princess, de relatie met haar zullen opzeggen als zij een bankrekening aan Princess ter beschikking stelt.