5.3.2Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. Proces-verbaal van aangifte aangever [dochter van slachtoffer 2] d.d. 3 augustus 2025, met bijlagen waaronder medische verslagen,
bijlage 3.1van het dossier;
Op 2 augustus 2025 was ik samen met mijn dochter, [slachtoffer 2], op stap gegaan. In de vroege ochtend van 3 augustus 2025, omstreeks 2:00 uur, begaven wij ons richting nachtclub Kalibra. Vervolgens omstreeks 2:50 uur besloten wij naar huis te gaan. Ik liep opnieuw in de oostelijke richting om naar het toilet te gaan om te plassen. Terwijl ik in de gang tussen het restaurant “Papiamia” en “Kalibra” bar liep, zag ik een jongeman van donkere huidskleur in mijn richting komen. Hij droeg een zwart T-shirt. Toen hij dichterbij kwam, greep hij plotseling mijn zilverkleurige ketting vast en begon krachtig eraan te trekken.
Toen ik besefte wat er gebeurde, pakte ik zijn hand vast om te voorkomen dat hij mijn ketting kon wegnemen omdat mijn ketting niet direct was gebroken, raakten wij met elkaar in een gevecht. Ik duwde de man op een tafel. Toen we weer opstonden, probeerde hij mij met zijn vuist te slaan, maar hij raakte mij niet. Ik verdedigde mezelf en sloeg hem terug, maar ik weet niet precies waar ik hem toen had geraakt.
We raakten opnieuw in een worsteling en vielen samen op de vloer. De jongeman hield nog steeds mijn halsketting vast, die op dat moment nog steeds niet was gebroken. Terwijl ik op de grond lag, voelde ik dat andere personen mij begonnen te schoppen tegen mijn bovenlichaam. Ik werd geschopt tegen mijn rug, achter mijn hoofd, op mijn armen en mijn ribben. Eén van de personen trapte mij, in het bijzonder in mijn linkerzij, alwaar dit mij veel pijn veroorzaakte. Ik kon mezelf toen niet meer goed verdedigen. Ik probeerde toen alleen nog maar mijn gezicht en lichaam te beschermen.
2. Proces-verbaal getuige verklaring [dochter van slachtoffer 2] d.d. 5 augustus 2025,
bijlage 5.1van het dossier:
Ik zag dat meerdere personen erbij waren gekomen en hadden allen gezamenlijk mijn vader overal over zijn lichaam en gezicht geschopt.
3. Proces-verbaal bevinding videobeelden “Papia Mia Restaurant” d.d. 11 augustus 2025,
bijlage 10.1van het dossier:
02:55:12 uur
dat liep een man van donkerbruine huidskleur, met lange haren tot zijn schouder, gekleed in een witkleurige T-shirt, vanaf de westelijke richting, op de gang van Papia Mia Restaurant, en ging achter de man [medeverdachte 2] staan. Vervolgens liep bedoelde man van donkerbruine huidskleur, met lange haren tot zijn schouder gekleed in een witkleurige T-shirt, richting de aangever en de verdachte [medeverdachte 1].
Opmerking verbalisant: Ik, verbalisant, herken bedoelde man van donker bruine huidskleur, met lange haren tot zijn schouder, gekleed in een witkleurige T-shirt, als de verdachte genaamd [verdachte].
02:55:13 uur
dat pakte de verdachte [verdachte], met zijn linkerhand de aangever bij zijn rug, terwijl de verdachte [medeverdachte 1] de aangever in een greep hield en worstelde.
02:55:14 uur
dat worstelde de aangever [slachtoffer 2], met de verdachte [medeverdachte 1]
, terwijl de verdachte [verdachte], de aangever aan zijn rug hield.
02:55:19 uur
dat ging de verdachte [verdachte], richting de aangever.
Opmerking verbalisant: De verdachte [verdachte], droeg een schoen met reflectie van de letter “N”, bekend als van het merk “New Balance”.
02:55:20 uur tot 02:55:22
dat ging de verdachte [verdachte], op de aangever [slachtoffer 2], en zwaaide zijn handen drie (3) keren in de richting van de aangever tijdens dat de aangever [slachtoffer 2] op de grond ligt, terwijl de verdachte [medeverdachte 1] op de aangever.
02:55:23 uur
dat schopte en trapte de verdachte [verdachte], de aangever [slachtoffer 2], tijdens dat de aangever op de grond ligt.
02:55:30 uur
dat hield de man van blanke huidskleur, gekleed in een witkleurige T-shirt met opschrift een weerkaatsing logo op de achterzijde van zijn T-shirt, de verdachte [verdachte], bij zijn borst vast. Inmiddels ligt de aangever [slachtoffer 2], op de grond
02:55:31 uur
dat vervolgens gingen de verdachte [verdachte] en de man van blanke huidskleur, gekleed in een witkleurige T-shirt met de weerkaatsing logo op de achterzijde van zijn T-shirt, naar een kant weg van de aangever. Inmiddels ging de man gekleed met de witkleurige pet tussen de aangever en de verdachte [verdachte] staan en de aangever [slachtoffer 2], bedekt zijn gezicht met zijn handen en trok zijn benen omhoog om zijn buik te beschermen.
02:5532 uur tot 02:55:35
dat kwam een man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwartkleurige schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, op de aangever [slachtoffer 2], en zakte richting de aangever en sloeg zes (6) keren met zijn handen tegen het gezicht van de aangever. Direct hierna werd bedoelde man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwarte schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, door de man met de witkleurige pet weggeduwd.
Opmerking verbalisant: Ik, verbalisant, herken bedoelde man gekleed in een witkleurige T-shirt, met lange spijkerbroek, met zwartkleurige schoenen met lange haren vastgebonden op zijn hoofd, aan zijn kleding en haren als de verdachte genaamd [medeverdachte 3].
4. De verklaring van de verdachte, op 16 januari 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting:
Bij Kalibra heb ik één schop uitgedeeld.
5. Proces-verbaal aanhouding d.d. 24 juli 2025,
bijlage 1.1van het dossier:
Op 3 augustus 2025 werd ons, verbalisanten, gemeld om ons richting "Lekker" te begeven ter ondersteuning van de andere patrouilles. Ter plaatse werd er via de portofoon door collega's van Noord gemeld dat de verdachten, die de eerder genoemde bloedende man zouden hebben gestoken, waren vertrokken in een blauwe Hyundai Accent met getinte ruiten. Tevens werd doorgegeven dat de verdachten vermoedelijk in het bezit waren van een vuurwapen, waarmee zij het slachtoffer zouden hebben bedreigd. Verder meldde de betreffende patrouille dat de blauwe Hyundai Accent schade aan de voorzijde had en in de richting van [straatnaam 1] reed.
Wij, verbalisanten, gaven daarop via de portofoon door dat wij ons in de richting van [straatnaam 1] begaven in verband met het aantreffen van het genoemde voertuig.
Wij, verbalisanten, namen de [straatnaam 2] en reden in noordelijke richting. Ter hoogte van [straatnaam 3] zagen wij een blauwe Hyundai Accent langzaam vanuit de [straatnaam 4] naar rechts afslaan en vervolgens zijn weg vervolgde in zuidelijke richting op de [straatnaam 2]. Nadat wij de genoemde auto waren gepasseerd, zagen wij dat de betreffende Hyundai Accent schade had aan de voorbumper, getinte ruiten had en overeenkwam met het merk, model en de kleur zoals eerder omschreven door de collega's van Noord. Hierop besloten wij, verbalisanten, achter het voertuig aan te gaan. Wij, verbalisanten, meldden de genoemde auto te hebben gezien en gaven door dat wij de betreffende Hyundai Accent een stopteken zouden geven. Wij maakten een U-turn op de [straatnaam 2] om achter de auto aan te gaan. Wij reden toen in de zuidelijke richting ongeveer vijf meter achter voornoemde auto en ter hoogte van [straatnaam 3] zagen wij, dat de auto opeens rechts van de weg uitweek en hierbij snelheid verminderde en plotseling weer terug in het midden van de rijbaan zijn weg vervolgde. Dit was voor ons, verbalisanten een opvallende manoeuvre. Door middel van geluids- en optische signalen werd het voertuig een stopteken gegeven, waarop de bestuurder het voertuig ter hoogte van [straatnaam 5] tot stilstand bracht.
Naar aanleiding van de eerder opvallende gedane manoeuvre van de blauwe Hyundai Accent gingen wij, verbalisanten, ter hoogte van [straatnaam 3] een controle verrichtten naar het vuurwapen. Eerder bij de melding van een vechtpartij ter hoogte van Lekker werd omschreven dat het een kleine vuurwapen betrof. Op het erf van perceel [adres nummer] zag ik, [betrokkene] een soortgelijke kleine vuistvuurwapen zilver van kleur met een zwart handvat op de grond liggen in het zand. Deze werd veilig gesteld en B.F.T.O. kwam ter plaatse en nam deze in beslag.
6. Proces-verbaal d.d. 14 augustus 2025,
bijlage 1.3van het dossier:
In verband met het bovengenoemde geval hebben wij, verbalisanten, een proces-verbaal bevinding opgemaakt. Per abuis hebben wij in bedoelde proces-verbaal niet gespecificeerd waar precies de blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], een opvallende manoeuvre maakte.
De aanvullende en duidelijke bevinding betreft toen wij, verbalisanten, met de roepnummer 1-5. in de zuidelijke richting, op de [straatnaam 2], ter hoogte van [straatnaam 3] reden, reed de blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], voor ons, in de zuidelijke richting ter hoogte van het huis vlak ten zuiden van [straatnaam 3]. Daar reed betreffende blauwe Hyundai Accent met kenteken [autokenteken], plotseling helemaal rechts op de rechterrijstrook van de weg en vervolgens gedeeltelijk rechts van de weg af en toen gedeeltelijk op de berm. Direct hierna verminderde bedoelde auto zijn snelheid en vervolgens reed bedoelde auto weer naar het midden van de rijstrook. Dit gebeurde bij het huis, vlak ten zuiden van [straatnaam 3]. Op basis hiervan besloten wij, verbalisanten, na de aanhouding de volledige route te controleren, vanaf de plaats waar de [autokenteken] tot stilstand werd gebracht op de [straatnaam 2], tot aan de locatie van de genoemde opvallende manoeuvre bij het perceel ten zuiden van [straatnaam 3], dat achteraf perceel [adres nummer], bleek te zijn. Deze controle werd uitgevoerd in verband met het vermoedelijk vuurwapen dat de verdachten bij zich zouden hebben en waarmee zij mensen zouden hebben bedreigd bij Lekker.
7. Proces-verbaal bevinding 2e gedeelte videobeelden luchtruimte van de cellencomplex te politiewacht Shaba d.d. 19 september 2025,
bijlage 12.2van het dossier:
Op 12 augustus 2025, werd in verband met de arrestanten controle en arrestantenzorg, de videocamera's van de luchtruimte van de cellencomplex van de politiewacht Shaba, door de politieagenten in de agentenkamer, live bekeken. Op dat moment waren de arrestanten die ingesloten waren bij de politiewacht Shaba, namelijk de arrestant genaamd [verdachte] en de arrestant [medeverdachte 3] aan het luchten. Tevens waren er andere arrestanten op dat moment ook aan het luchten in de luchtruimte.
Op 11 september 2025, verrichtte ik, verbalisant, verder onderzoek naar de videobeelden.
Vervolgens zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):
Abo tawata den auto tambe?
Vervolgens zei de verdachte [verdachte]:
Eh ami ta dilanti, e homber ki tawata core
Inmiddels zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):
E ora (onduidelijk) cu e otro homber so, abo no.
Vervolgens zei de verdachte [verdachte]:
No noh? Yes
Vervolgens zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):
No, nan dos nan ta busca
Vervolgens zei de verdachte [verdachte]:
E homber ki tawata tin …. di candela. E hombre ki tawata tine riba dje. E kiermen zwaaie zwaaie zwaaie, e hombre no kier baha e bentana. Ma bise baha e bentana noh, e hombre a baha e bentana
Inmiddels zei de arrestant gekleed in de wit T-shirt (jongeman):
…………. (Onduidelijk)
Vervolgens zei de verdachte [verdachte]:
Mucha ma coy e cos hasi vuuu, zwaaie tur cu tin.
8. Proces-verbaal onderzoek vuurwapen, patronen en huls in verband met beroving d.d. 2 september 2025, met bijlagen waaronder foto’s van een aangetroffen vuurwapen,
bijlage 17.1van het dossier:
Op 3 augustus 2025, omstreeks 3:50 uur, werd ik door de dienstdoende centralist van de Centrale Post gestuurd naar de omgeving van het Caribbean Palm Village Resort te Noord. Kort daarna werd gemeld dat op het adres [adres 2] een vuurwapen op het erf was aangetroffen. Dit vuurwapen zou tijdens de achtervolging door de verdachten uit de auto zijn gegooid.
Bij aankomst op het adres [adres 2] wees het surveillance eenheid mij op een pistool dat op de grond lag. Ik trof dit pistool aan nabij de erfmuur aan de linker achterzijde van de woning. Het pistool is door mij in beslag genomen. Daarnaast constateerde ik een vermoedelijke kogelinslag in de erfmuur, ongeveer 1,25 meter boven de plek waar het pistool lag.
Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Rhöner, model 115, serienummer 3[serienummer] en kaliber 6,25 mm/.25. Het pistool was doorgeladen. Tijdens het naar achter trekken van de slede om het vuurwapen te controleren werd een huls van het kaliber 6,35/.25 Auto aangetroffen. In de loop zat een kogel vast en werd eruit getikt. In de patroonhouder werden drie patronen aangetroffen. De bewegende delen van het pistool functioneerden naar behoren. Op de rand van de monding van de loop zag ik vermoedelijk sporen van overgedragen verf. De drie patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber 6,35 mm/.25 Auto.
Naar aanleiding van het onderzoek verricht op het vuurwapen kan ik concluderen dat:
- het pistool een echt vuurwapen is,
- het pistool deugdelijk is,
- het pistool voor bedreiging en afdreiging geschikt is,
- het pistool onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening valt,
- de patronen en de huls vallen ook onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening.