ECLI:NL:OGEAA:2026:18

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
575 van 2025
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen van voorbereiding van doodslag en wapenbezit in Aruba

Op 16 januari 2026 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte, die beschuldigd werd van het medeplegen van voorbereiding van doodslag en het voorhanden hebben van vuurwapens. De verdachte, geboren in 1988 en thans gedetineerd, werd op 6 september 2025 aangehouden na een actie van het Arrestatieteam. Tijdens deze actie werden meerdere vuurwapens en munitie aangetroffen in de voertuigen waarin de verdachte en zijn medeverdachten zich bevonden. De tenlastelegging omvatte het voorhanden hebben van vuurwapens en het voorbereiden van een misdrijf dat een gevangenisstraf van acht jaren of meer met zich meebracht. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van tien jaren, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak op basis van onvoldoende bewijs voor de voorbereidingshandelingen. Het Gerecht oordeelde dat er voldoende bewijs was voor de voorbereiding van doodslag, gezien de aangetroffen wapens, munitie en de verklaringen van de verdachte. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren, met inachtneming van de tijd die hij in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Tevens werden de in beslag genomen vuurwapens en munitie onttrokken aan het verkeer en verklaard tot verbeurd.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/01687
Zaaknummer: 575 van 2025
Uitspraakdatum: 16 januari 2026 (op tegenspraak)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], op het adres [adres 1],
thans gedetineerd in het [detentieplaats],
hierna: de verdachte.

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 16 januari 2026.
Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. L. Bronkhorst, de verdachte en zijn raadsman mr. D.G. Illes, advocaat in Aruba.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:
1.
dat hij op of omstreeks 6 september 2025 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van moord en/of doodslag tegen personen als omschreven in artikel 2:262 en/of artikel 2:259 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk een of meer voorwerpen, te weten een of meer vuurwapens en zwarte kleding en een zwarte bivakmuts, voorhanden heeft gehad;
2.
dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2023 tot en met 6 september 2025 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen:
  • een zwart pistool van het merk Glock, model 26, serienummer [serienummer 1] en kaliber 9x19mm met twee zwarte lange patroonhouders met tweeëndertig (32) patronen en/of;
  • een zilveren pistool van het merk Taurus, serienummer [serienummer 2] en kaliber .380 auto met een patroonhouder met twee (2) patronen en/of;
  • een zilveren revolver van het merk ROHM GMBH SONTHE IM/BRZ, model .38 S, serienummer [serienummer 3] en kaliber.38 special met zes (6) patronen en/of;
  • een of meer vuurwapens en/of;
  • een of meer scherpe patronen,
in elk geval een of meer vuurwapens en/of munitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

3.Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.Beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 1 is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor moord dan wel doodslag. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.
4.3
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande:
1.
dat hij op
of omstreeks6 september 2025 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,ter voorbereiding van het te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten het medeplegen van
moord en/ofdoodslag tegen personen als omschreven in
artikel 2:262 en/ofartikel 2:259 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk
een of meervoorwerpen, te weten
een of meervuurwapens en zwarte kleding en een zwarte bivakmuts, voorhanden heeft gehad;
2.
dat hij op
een of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 september 2023 tot en met 6 september 2025 te Aruba
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen:
  • een zwart pistool van het merk Glock, model 26, serienummer [serienummer 1] en kaliber 9x19mm met twee zwarte lange patroonhouders met tweeëndertig (32) patronen en
  • een zilveren pistool van het merk Taurus, serienummer [serienummer 2] en kaliber .380 auto met een patroonhouder met twee (2) patronen en
  • een zilveren revolver van het merk ROHM GMBH SONTHE IM/BRZ, model .38 S, serienummer [serienummer 3] en kaliber.38 special met zes (6) patronen en
  • een
  • een of meerscherpe patronen,
in elk geval
een of meervuurwapens en
/ofmunitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
4.4
Bewijsmiddelen [1]
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Feiten 1 en 2:
1. De verklaring van de verdachte, op 8 december 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:
De twee vuurwapens en de bivakmuts die zijn aangetroffen op 6 september 2025 waren van mij. Het vuurwapen dat in de Honda Fit is aangetroffen was ook van mij, dat had ik die dag aan iemand anders gegeven.
De kleding die is aangetroffen was niet gekocht voor uitgaan, maar om te kunnen reageren als de personen zouden komen.
2. Proces-verbaal inzet arrestatieteam, d.d. 7 september 2025,
bijlage 2.1.1van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:
Op 6 september 2025 omstreeks 13:36 uur begaven leden van het Arrestatieteam zich naar het perceel [adres 2]. Ter plaatse zagen zij dat twee mannen bezig waren benzine in een witte Hyundai Getz, voorzien van kenteken [autokenteken 1], te gieten. De verdachte [verdachte] bevond zich op dat moment als mede-inzittende in een zilverkleurige Honda Fit, voorzien van kenteken [autokenteken 2].
Op datzelfde moment begon één van de mannen, die zich bij de Hyundai Getz bevond, in oostelijke richting weg te rennen. Betrokkene werd opgepakt.
Omstreeks 13.38 uur werd verdachte [verdachte] aangehouden. Hij droeg een zwart herentasje, dat geopend in zijn handbereik lag. In het herentasje werd een zwart vuistvuurwapen, merk Glock, met een verlengde houder aangetroffen. Bij nader onderzoek in de Honda Fit werd in de middenconsole een tweede zwart herentasje aangetroffen, waarin de bruine kolf van een revolver duidelijk zichtbaar en voorhanden was.
De Hyundai Getz werd gecontroleerd. Op de voetmat onder het stuur werd een zilverkleurig vuistvuurwapen aangetroffen. De mannen werden aangehouden. Personalia verdachten: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2].
Tijdens het overbrengen van de verdachte [verdachte] naar de politiewacht te [locatie], uitte de verdachte het volgende in het Papiaments (vertaald naar Nederlands):
‘Ik weet dat zij ons hebben verraden. [Betrokkene] uit [adres 2]. Zij zijn geschrokken en daarom zijn zij naar de politie gegaan.’
3. Proces-verbaal van inbeslagname vuurwapens en mobiele telefoons, d.d. 6 september 2025,
bijlage 4.4van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:
Op 6 september 2025 werden [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangehouden. Bij de aanhouding van de verdachte [verdachte] had hij een zwarte schoudertas met inhoud bij zich. Bij een ingesteld onderzoek werden aangetroffen een zwart pistool van het merk Glock met twee zwarte lange patroonhouders met tweeëndertig (32) patronen, een zilverkleurig pistool van het merk Taurus met een patroonhouder met twee (2) patronen, en een zwarte bivakmuts.
Bij een ingesteld onderzoek aan de kleding van [verdachte] werd een grijskleurige mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy S24 Plus aangetroffen.
4. Aanvullend proces-verbaal van het proces-verbaal van inbeslagname vuurwapens en mobiele telefoons, d.d. 6 september 2025,
bijlage 4.5van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:
Bij een ingesteld onderzoek aan de kleding van de verdachte [medeverdachte 2] werd een zwarte bivakmuts in zijn broekzak aangetroffen.
5. Proces-verbaal van onderzoek auto’s, d.d. 8 september 2025,
bijlage 4.6van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:
Bij de aanhouding van [verdachte], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] stonden zij naast twee auto’s. Er werd onderzoek ingesteld in de Honda Fit [autokenteken 2]. Het betrof een voertuig met de stuurinrichting aangebracht aan de rechterzijde. Tussen de bestuurderszitbank en de handrem werd een zwarte schoudertas aangetroffen. In de tas werd het volgende aangetroffen:
- een zilverkleurige revolver van het merk RG met zes (6) patronen;
- een donkerbruin vuurwapen holster.
Tevens werden op de achterbank in de auto de volgende kleren in een boodschappentas aangetroffen:
- drie (3) paar splinternieuwe zwarte sokken van het merk Power Club;
- twee (2) splinternieuwe zwarte truien met witte strepen, maat L en XL van het merk ICON;
- twee (2) splinternieuwe zwarte joggingbroeken met witte strepen, maat L en XL van het merk ICON.
In de Hyundai Getz [autokenteken 1] werd op de vloer aan de bestuurderszijde een pistool aangetroffen, te weten een zilverkleurig pistool van het merk Taurus met zestien (16) patronen.
6. Proces-verbaal onderzoek vuurwapen en patronen, van het Korps Politie Aruba, Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, d.d. 9 september 2025,
bijlage 7.1van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:
Op 6 september 2025 waren er in twee voertuigen meerdere vuurwapens aangetroffen. De vuurwapens en munitie werden door mij in beslaggenomen en onderzocht.
Vuurwapen nummer 1:
Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Glock, serienummer [serienummer 1] en kaliber 9x19mm. Het pistool was doorgeladen. In de kamer lag een patroon. De patroonhouder heeft een capaciteit voor 17 patronen. In de patroonhouder werden 15 patronen aangetroffen. De bewegende delen bleken naar behoren te functioneren. Bij onderzoek aan de aangetroffen patroonhouder bleek deze vaan het merk Glock te zijn. In de patroonhouder werden 16 patronen aangetroffen.
De tweeëndertig patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber 9x19mm.
Vuurwapen nummer 2:
Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Taurus, serienummer [serienummer 2] en kaliber .380 auto. Het pistool was doorgeladen. In de kamer lag een patroon. In de patroonhouder werd een patroon aangetroffen. De bewegende delen bleken naar behoren te functioneren.
De twee patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber .380 auto.
Vuurwapen nummer 3:
Het vuurwapen bleek een revolver te zijn, merk ROHM GMBH SONTHE IM/BRZ, model .38 S, kaliber.38 special, serienummer [serienummer 3]. De revolver zag er goed onderhouden uit. De revolver was geladen, de haan was in de achterste stand. In de trommel werden zes patronen aangetroffen. De bewegende delen bleken naar behoren te functioneren. Bij onderzoek bleken de zes scherpe patronen van het kaliber .38 Special te zijn.
Vuurwapen nummer 4:
Het vuurwapen bleek een pistool te zijn, merk Taurus. Het pistool was doorgeladen. In de kamer lag een patroon. In de patroonhouder werden 15 patronen aangetroffen. De bewegende delen bleken naar behoren te functioneren. De zestien patronen bleken scherpe pistoolpatronen te zijn van het kaliber .380 auto.
Conclusie
Naar aanleiding van het onderzoek kan ik concluderen dat:
- de vier vuurwapens echte vuurwapens zijn,
- de vier vuurwapens als deugdelijk moeten worden beschouwd;
- de vier vuurwapens vallen onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening,
- de patronen vallen ook onder de bepalingen van de Vuurwapenverordening.
7. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], d.d. 6 september 2025,
bijlage 2.1.3van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte – zakelijk weergegeven-:
Ik had bij mijn aanhouding een Glock 26 en een .380 kaliber in mijn schoudertas en die ik aan [medeverdachte 2] had overgedragen is een .38 special revolver. Ik had ook een extra patroonhouder met zeventien patronen erin in mijn schoudertas.
Ongeveer twee jaar geleden zag ik een gesloten plastic zakje drijven. Toen ik dit opendeed, zag ik drie vuurwapens erin. Ik weet dat ik dit aan de politie had moeten melden, maar ik had het niet vermeld.
Ik heb gehoord dat enkele vrienden van mij, mij willen vermoorden. Ik had me voorbereid op de dag dat ik hen zou tegenkomen. Als ik hen tegen zou komen, was ik bereid om te reageren. Dat is de reden waarom ik de vuurwapens bij me had. Ze willen mij vermoorden omdat zij [medeverdachte 2] willen vermoorden en zij weten dat ik dat niet zal laten gebeuren. Ik ben iemand die, als ik iets van plan ben te doen, het gewoon doe.
8. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], d.d. 8 september 2025,
bijlage 2.1.5van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte – zakelijk weergegeven-:
Vraag: Tijdens het onderzoek in de grijskleurige Honda Fit werden twee zwarte truien, twee zwarte joggingbroeken en zwarte sokken in een witte tas aangetroffen.
De kledingstukken waren om mij voor te bereiden. Indien de mannen problemen met ons zouden komen zoeken. Dan was ik klaar om hierop te reageren. De bivakmuts behoort aan mij.
Ik was alleen aan het voorbereiden voor de dag dat hij voor mij zou komen. Ik geef een voorbeeld. Als zij op de woning van [medeverdachte 2] zouden komen schieten, zouden [medeverdachte 2] en ik hierop reageren. Dan zouden wij de kledingstukken die ik gekocht heb gebruiken.
9. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], van 15 september 2025,
bijlage 2.1.7van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte – zakelijk weergegeven-:
Vraag: tijdens het onderzoek verricht in de fotogalerij van jouw telefoon werd een video-opname aangetroffen welke op7 oktober 2024werd gecreëerd. In de video-opname zien we jou met een donkerkleurig vuurwapen voorzien van een bruine kolf (revolver) in jouw hand. De verdachte werd in de gelegenheid gesteld om de video-opname te bekijken.
Antwoord: dat is inderdaad een .38. Dat was mijn vuurwapen.
Vraag: tijdens het onderzoek verricht in de fotogalerij van jouw telefoon werd een video-opname aangetroffen welke op18 februari 2025werd gecreëerd. In de video-opname is een mannelijke stem te horen en staat een nikkel-kleurige revolver met bruine kolf en een zwart leren holster op een bed. De man zegt dat het ‘nieuw’ is en pakt de revolver op met een getatoeëerde hand. Hij opent de trommel, waarin zes (6) patronen zichtbaar zijn. De stem en getatoeëerde hand komen overeen met jouw stem en jouw linker getatoeëerde hand. De verdachte werd in de gelegenheid gesteld om de video-opname te bekijken.
Antwoord: Dat is mijn vuurwapen. Jullie hebben dit tijdens onze aanhouding in de auto van [medeverdachte 2] aangetroffen.
Vraag: tijdens het onderzoek verricht in de fotogalerij van jouw telefoon werd een video-opname aangetroffen welke op16 juli 2025werd gecreëerd. In de video-opname zijn een nikkel-kleurige revolver en een zwart pistool (Glock), geladen met een patroonhouder te zien. De verdachte werd in de gelegenheid gesteld om de video-opname te bekijken.
Antwoord: bedoelde revolver hebben jullie in de auto van [medeverdachte 2] aangetroffen en de zwart Glock pistool hebben jullie op mij aangetroffen tijdens mijn aanhouding.
Vraag: tijdens het onderzoek verricht in de fotogalerij van jouw telefoon werd een video-opname aangetroffen welke op23 juli 2025werd gecreëerd. In de video-opname zijn vijf patronen van een jachtgeweer (shotgun) te zien. De verdachte werd in de gelegenheid gesteld om de video-opname te bekijken.
Antwoord: dat zijn hagelpatronen van een shotgun.
Vraag: tijdens het onderzoek verricht in de fotogalerij van jouw telefoon werd een video-opname aangetroffen welke op9 augustus 2025werd gecreëerd. In de video-opname zien wij jou met een zwart pistool (Glock) in je hand. De verdachte werd in de gelegenheid gesteld om de video-opname te bekijken.
Antwoord: Dat is het vuurwapen dat bij mijn aanhouding in mijn tas werd aangetroffen.
Vraag: tijdens het onderzoek verricht in de fotogalerij van jouw telefoon werd een video-opname aangetroffen welke op4 september 2025werd gecreëerd. In de video-opname zijn twee patroonhouders van 9mm te zien. De verdachte werd in de gelegenheid gesteld om de video-opname te bekijken.
Antwoord: het betreffen de twee patroonhouders van het Glock-pistool die jullie bij mijn aanhouding hebben aangetroffen.
10. Proces-verbaal van bevinding van video-opnames uit mobiele telefoon van [verdachte], d.d. 14 september 2025,
bijlage 4.10van het dossier, voor zover inhoudende als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar – zakelijk weergegeven-:
Bij de aanhouding van [verdachte] werd een mobiele telefoon van het merk Samsung Galaxy S24 Plus, welke hij in zijn bezit had, in beslag genomen. Ik heb onderzoek gedaan naar de data van de telefoon. In de fotogalerij zijn een aantal video-opnames aangetroffen, te weten:
Video-opname: nullsegmentingMuxer_0_
In de video-opname is de verdachte [verdachte] te zien met een donkerkleurig vuurwapen voorzien van een bruine kolf (revolver) in zijn hand. De betreffende video-opname werd op 7 oktober 2024 gecreëerd.
Video-opname: 20250808_17534
In de video-opname is de verdachte [verdachte] te zien met een zwart pistool (Glock) in zijn hand. Het pistool is voorzien van een selecteur aan de achterkant en een patroonhouder. De video-opname werd op 9 augustus 2025 gecreëerd.
Video-opname: 20250818_082155
In de video-opname zijn twee voeten te zien, is een mannenstem te horen en aan het eind verschijnt een getatoeëerde hand. De opname is in een auto opgenomen. Er is te horen in het Papiamento: -
opmerking Gerecht: ter terechtzitting door de tolk vertaald – kort en zakelijk weergegeven - als volgt:
‘Ik zal een machine op hun openstellen en dat is geen spel. (…) Kan me niet schelen als ik een straf moet uitzitten, de straf zit ik uit. (…) Geen gangster gaan uithangen in de straat, want ik ben klaar, kom maar. Dit is [verdachte] die spreekt. Wanneer ik praat, dan gebeurt het. Het is een ding dat ik in gedachten heb, dat ik weet, als jullie fout gaan, dan maak ik jullie af. (…) Ik zal een machine op jullie los laten gaan. Speel maar en dan zul je zelf zien. (…) De vlam zal je pakken. Je zoekt [verdachte], kijk maar als hij achter je staat. Zoals bij carnaval waar ik drie mensen heb gestoken, zo laat ik de machine op jullie los (…)’.
Opmerking verbalisant: de stem en de getatoeëerde hand in de video-opname komen overeen met de stem en de linker getatoeëerde hand van de verdachte [verdachte]. De video-opname werd op 18 augustus 2025 om 8.24 uur AM gecreëerd.
Video-opname: VID-20250904-WA0012
In de video-opname zijn twee patroonhouders van 9mm te zien. Bedoelde patroonhouders worden door de bedoelde getatoeëerde hand vastgehouden. De hand komt overeen met de linker getatoeëerde hand van de verdachte [verdachte]. De video-opname werd op 4 september 2025 gecreëerd.
4.5
Bewijsoverwegingen
Feit 1
De verdediging heeft bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen die zien op moord dan wel doodslag. De feiten en omstandigheden zijn onvoldoende om te kunnen spreken van voorbereiding. Het Gerecht overweegt hierover als volgt.
Juridisch kader
Volgens vaste jurisprudentie ten aanzien van strafbare voorbereiding als bedoeld in artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, moet beoordeeld worden of de voorbereidingsmiddelen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm kennelijk zijn bestemd tot het begaan van het misdrijf. In deze beoordeling moet worden betrokken het gebruik dat van de middelen wordt gemaakt als ook het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had. Hierbij moet worden vastgesteld dat de verdachte het voorwerp overeenkomstig de kennelijke bestemming wilde gebruiken. Het opzet van de dader dient gericht te zijn niet alleen op de voorbereidingshandeling, maar eveneens op het grondmisdrijf waartoe de voorbereidingshandeling heeft gestrekt. Voorwaardelijk opzet op de criminele bestemming van het voorbereidingsmiddel is voldoende (Kamerstukken II 1990/91, 22268, nr. 3; Hoge Raad 7 juli 2009, NJ 2009/401). Bij de voorbereiding van moord zal sprake moeten zijn van een voorgenomen daad en gelegenheid tot nadenken over en zich rekenschap geven van de betekening en gevolgen van die daad. Een en ander kan volgen uit de planmatige aard van de voorbereiding.
Feiten en omstandigheden
Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het Gerecht vast dat de verdachte samen met zijn medeverdachte [medeverdachte 2] op de bewuste dag, 6 september 2025, in het bezit was van nieuwe zwarte kleding, beiden op die dag een bivakmuts bij zich droegen en meerdere functionerende vuurwapens bij zich hadden. De vuurwapens waren (door)geladen en er was veel munitie (56 patronen) bij hen aanwezig. De verdachte heeft in de weken daarvoor een aantal video’s opgenomen, waar wapens en munitie op te zien zijn, en ook een video waarin in niet mis te verstane bewoordingen te horen is dat de verdachte de tegenpartij af zal maken en de machine (het Gerecht begrijpt een vuurwapen) op hen los zal laten, en dat hij niet bang is voor de (strafrechtelijke) gevolgen hiervan. Deze video was van 18 augustus 2025, 19 dagen voor de aanhouding van verdachte. En er is ook nog een video van 4 september 2025, twee dagen voor zijn aanhouding. Ook in zijn verhoor heeft de verdachte verklaard dat ‘ze voorbereid waren’. Als voorbeeld noemt hij dat als zij (de tegenstanders) op de woning van zijn medeverdachte zouden komen schieten, de medeverdachte en hijzelf hierop zouden reageren, dan zouden zij de kledingstukken die waren gekocht gebruiken. Na de aanhouding is door een verbalisant gehoord dat de verdachte bij de politiewacht heeft gezegd dat ze zijn verraden door [betrokkene] uit [adres 2].
Beoordeling Gerecht
Het Gerecht stelt vast dat uit het procesdossier niet met zekerheid valt te zeggen wat concreet de bedoeling was van de verdachten. Verdachte heeft hier desgevraagd ook geen antwoord op gegeven. In verschillende bewoordingen heeft hij verklaard dat hij zou ‘reageren’ op geweld. Deze verklaring lijkt plausibel, maar vooral vanwege de aangetroffen kleding en de bivakmutsen is ook niet uit te sluiten dat verdachte zelf het initiatief tot een aanval zou nemen. Dat maakt dat er in feite drie mogelijke scenario’s zijn:
- Scenario 1: als de verdachte en/of de medeverdachte zouden worden aangevallen zouden ze meteen op dat moment in de tegenaanval gaan en terug schieten;
- Scenario 2: als de verdachte en/of de medeverdachte zouden worden aangevallen zouden ze zich snel daarna kunnen omkleden in onopvallende zwarte kleding en bivakmuts, meteen daarop in de aanval kunnen gaan en vervolgens ongezien wegkomen;
- Scenario 3: de verdachte en/of de medeverdachte zouden niet afwachten maar zelf de confrontatie aangaan, waarbij de onopvallende zwarte kleding en bivakmuts zouden worden gebruikt om er nadien ongezien mee weg te komen.
Het Gerecht stelt vast dat in elk van deze scenario’s de intentie bij de verdachten aanwezig is om samen de wapens en/of kleding te gaan gebruiken met het (voorwaardelijk) opzet om de tegenpartij te doden. Daarmee is sprake van voorbereiding op doodslag. De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte zou moeten worden vrijgesproken, omdat hooguit sprake zou zijn van voorbereiding op zelfverdediging. Zelfs als deze lezing gevolgd zou worden, staat dat niet in de weg aan een bewezenverklaring in deze zaak. Het betreft immers nog altijd voorbereiding op het misdrijf doodslag, zij het dat verdachte bij een daadwerkelijke noodweersituatie zou worden ontslagen van rechtsvervolging. Of daarvan sprake is, ligt in deze zaak niet ter beoordeling voor.
Gezien de gebezigde bewijsmiddelen is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten, zowel waar het gaat om de voorbereidingshandelingen als om het beoogde grondmisdrijf; zij waren beiden in bezit van vuurwapens en zij beschikten samen over de genoemde kleding. Het Gerecht acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van het medeplegen van strafbare voorbereiding van het medeplegen van doodslag. De verweren worden verworpen.
Het Gerecht acht niet bewezen dat sprake was van voorbereiding op het medeplegen van moord, omdat niet vaststaat dat de verdachten zich voorbereidden op het met voorbedachten rade doden van de tegenpartij. De verdachte wordt van dat onderdeel van het ten laste gelegde vrijgesproken.

5.Kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
Feit 1:
Medeplegen van voorbereiding van medeplegen van doodslag,
strafbaar gesteld in artikel 2:259 juncto artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht,
Feit 2:
Handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,
strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening,
meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

6.Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7.Oplegging van straf

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren, met aftrek van voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft in het kader van de strafmaat verzocht aan te sluiten bij straffen die in soortgelijke zaken wordt opgelegd en daarmee tot een aanzienlijk lagere straf te komen dan door de officier van justitie is geëist.
7.3
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Ook wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft gedurende een lange tijd verschillende vuurwapens met munitie in bezit gehad. En samen met de medeverdachte heeft hij zich fors bewapend. Kennelijk was er sprake van een (dreigend) conflict en zagen zij aanleiding vuurwapens aan te schaffen, alsmede grote hoeveelheden munitie en kleding die hun zichtbaarheid en/of opsporing bemoeilijkt. Het is zeer ernstig en zorgwekkend dat verdachte en zijn medeverdachte menen conflicten op deze manier te kunnen oplossen. Kennelijk deinzen zij niet terug voor het aangaan van een vuurgevecht met hun rivalen. Dit roept grote risico’s in het leven. Niet alleen voor de betrokken personen, maar ook voor onschuldige burgers. Vanuit het oogpunt van preventie en normhandhaving dient dit dan ook krachtig te worden bestreden. Gelet hierop kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 5 november 2025, waaruit blijkt dat hij in het verleden veelvuldig is veroordeeld voor geweldsfeiten, voor wapenbezit en ook al een keer voor poging moord/doodslag (uit het uittreksel blijkt de kwalificatie niet). De verdachte heeft het bewezenverklaarde bovendien gepleegd in een proeftijd van een opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van een eerdere veroordeling. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. Dit alles weegt in strafverzwarende zin mee.
De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij vuurwapenbezit in de auto uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Strafverzwarend in deze zaak is dat het gaat om meerdere wapens over een langere periode en bovendien bezit onder bedenkelijke omstandigheden. Er bestaan geen oriëntatiepunten voor voorbereiding doodslag. Het oriëntatiepunt voor (voltooide) doodslag is 10-12 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf, voor poging doodslag met een vuurwapen zonder letsel geldt een oriëntatiepunt van 5-6 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf van acht jaren passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

8.Het beslag

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven vuurwapens en munitie gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de inbeslaggenomen zwarte bivakmuts en een grijskleurige mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy S24 Plus, is gevorderd dat deze worden verbeurd verklaard.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
8.3
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven vuurwapens en munitie, te weten:
  • een zwart pistool van het merk Glock met twee zwarte lange patroonhouders met tweeëndertig (32) patronen;
  • een zilveren pistool van het merk Taurus met een patroonhouder met twee (2) patronen.
Het ongecontroleerde bezit hiervan is in strijd met de wet en het algemeen belang.
Het Gerecht verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen betreffen met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan of voorbereid:
  • een zwarte bivakmuts;
  • een grijskleurige mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy S24 Plus.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:67, 1:68, 1:74, 1:75, 1:120, 1:123, 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba en de artikelen 3 en 11 van de Vuurwapenverordening, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 impliciet primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 impliciet subsidiaire en 2 tenlastegelegde, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de
8 (acht) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen:
  • een zwart pistool van het merk Glock met twee zwarte lange patroonhouders met tweeëndertig (32) patronen;
  • een zilveren pistool van het merk Taurus met een patroonhouder met twee (2) patronen.
verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen genoemd op de beslaglijst als:
  • een zwarte bivakmuts;
  • een grijskleurige mobiele telefoon van het merk Samsung, model Galaxy S24 Plus.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. J. van der Vegte (zittingsgriffier), en op 16 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit Gerecht.
INHOUDSINDICATIE:

Voetnoten

1.Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, d.d. 5 november 2025, geregistreerd onder administratienummer A-107/25 en de onderzoeknaam “Step”.