ECLI:NL:OGEAA:2026:17

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
577 van 2025
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie in Aruba

Op 16 januari 2026 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie. De zaak werd behandeld op tegenspraak, waarbij de verdachte op 8 december 2025 werd gehoord. De officier van justitie, mr. L. Bronkhorst, eiste een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De verdachte, geboren in 2006 en thans gedetineerd, werd beschuldigd van het voorhanden hebben van een revolver van het merk Taurus met bijbehorende munitie op 6 september 2025 te Aruba. Het Gerecht oordeelde dat de dagvaarding geldig was en dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in zijn vervolging. De verdachte had het ten laste gelegde feit bekend, en er werden geen bewijsverweren gevoerd door de verdediging. Het Gerecht achtte het bewezen dat de verdachte het vuurwapen en de munitie voorhanden had, en sprak hem vrij van andere tenlasteleggingen. De strafbaarheid van de verdachte werd niet uitgesloten, en het Gerecht legde een gevangenisstraf op van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Tevens werd de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen vuurwapen en de munitie bevolen, en de teruggave van een in beslag genomen mobiele telefoon aan de rechthebbende.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/01689
Zaaknummer: 577 van 2025
Uitspraakdatum: 16 januari 2026 (op tegenspraak)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], op het adres [adres],
thans gedetineerd in het [detentieplaats],
hierna: de verdachte.

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 16 januari 2026.
Ter terechtzitting waren aanwezig de officier van justitie mr. L. Bronkhorst, de verdachte en zijn raadsman mr. D.G. Illes, advocaat in Aruba.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij op of omstreeks 6 september 2025 te Aruba tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een revolver van het merk Taurus, model PT938, serienummer [serienummer] en kaliber .380 auto met zestien (16) patronen, en/of een revolver of een pistool met een of meer scherpe patronen, in elk geval een of meer vuurwapens en/of munitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.

3.Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.Beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd.
4.3
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:
dat hij op
of omstreeks6 september 2025 te Aruba
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een revolver van het merk Taurus, model PT938, serienummer [serienummer] en kaliber .380 auto met zestien (16) patronen,
en/of een revolver of een pistool met een of meer scherpe patronen, in elk geval een
of meervuurwapen
sen
/ofmunitie als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
4.4
Bewijsmiddelen [1]
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Nu de verdachte het tenlastegelegde feit heeft bekend en er ter terechtzitting geen vrijspraak is bepleit, volstaat het Gerecht met een opsomming van de bewijsmiddelen:
De bekennende verklaring van de verdachte, op 8 december 2025 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting;
Proces-verbaal inzet arrestatieteam, d.d. 7 september 2025,
bijlage 2.1.1van het dossier.
Proces-verbaal van onderzoek auto’s, d.d. 8 september 2025,
bijlage 4.6van het dossier.
Proces-verbaal onderzoek vuurwapen en patronen, van het Korps Politie Aruba, Bureau Forensisch Technische Onderzoeken, d.d. 9 september 2025,
bijlage 7.1van het dossier.

5.Kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening,
strafbaar gesteld bij artikel 11, eerste lid, van deze Verordening,
meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

6.Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7.Oplegging van straf

7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft in het kader van de strafmaat verzocht aan te sluiten bij straffen die in soortgelijke zaken wordt opgelegd en daarmee tot een lagere straf te komen dan door de officier van justitie is geëist.
7.3
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met bij behorende munitie. Het voorhanden hebben van een doorgeladen vuurwapen zoals de onderhavige brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich. Het ongecontroleerd voorhanden hebben van vuurwapens moet dan ook krachtig worden bestreden.
Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het Gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 5 november 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke of andersoortige strafbare feiten is veroordeeld.
Het Gerecht zal aansluiting zoeken bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor het voorhanden hebben van een vuurwapen in de auto in geval van een first offender als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, gegeven.
Het Gerecht ziet in de feiten en/of de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen reden om af te wijken van bovengenoemd oriëntatiepunt. De straf die de officier van justitie heeft geëist, is passend en geboden. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

8.Het beslag

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijnde een zilverkleurig pistool van het merk Taurus, met zestien (16) patronen, gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. Ten aanzien van de inbeslaggenomen mobiele telefoon is door de officier van justitie geen standpunt ingenomen.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.
8.3
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven zilverkleurig pistool van het merk Taurus, met zestien (16) patronen. Het ongecontroleerde bezit hiervan is in strijd met de wet en het algemeen belang.
Het Gerecht gelast de teruggave aan de rechthebbende van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon van het merk Apple, model iPhone (onbekend modelnummer), nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:74, 1:75 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, en de artikelen 3 en 11 van de Vuurwapenverordening, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de
18 (achttien) maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte, dan als veroordeelde, zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op
2 (twee) jaren,aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven vuurwapen en de munitie, te weten een zilverkleurig pistool van het merk Taurus, met zestien (16) patronen;
gelast de teruggave aan de rechthebbende van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven mobiele telefoon van het merk Apple, model iPhone (onbekend modelnummer).
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Gerrits, rechter, bijgestaan door mr. J. van der Vegte (zittingsgriffier), en op 16 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit Gerecht.
INHOUDSINDICATIE:

Voetnoten

1.Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, d.d. 5 november 2025, geregistreerd onder administratienummer A-107/25 en de onderzoeknaam “Step”.