ECLI:NL:OGEAA:2026:167

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
AUA202304450 AR
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en gebruiksrechten perceel te Aruba

In deze zaak stond de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen centraal, waaronder een perceel met daarop een woning en appartement, inboedel, auto's en gereedschap. De peildatum voor de gemeenschap was 17 september 2017.

De rechtbank heeft de inboedel, auto's en gereedschap aan de man toegedeeld, waarbij hij overbedelingsvergoedingen aan de vrouw moet betalen. Het perceel met woning en appartement is aan de vrouw toegewezen tegen een waarde van Afl. 292.330,-, waarbij zij een overbedelingsvergoeding aan de man verschuldigd is. De man mag tot uiterlijk 31 maart 2027 in het appartement verblijven zonder vergoeding te betalen.

Verder is vastgesteld dat de vrouw haar aandeel in de door de man betaalde eigenaarslasten, met name grondbelasting, moet voldoen. De gebruiksvergoeding die de vrouw vorderde is weggestreept tegen de huurinkomsten en investeringen van de man, zodat hierover geen verdere vorderingen zijn.

De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitgesproken op 29 april 2026 door rechter Tijhuis.

Uitkomst: Het perceel wordt aan de vrouw toegewezen met overbedelingsvergoeding aan de man, de man krijgt de inboedel, auto's en gereedschap met overbedelingsvergoedingen aan de vrouw, en de vrouw betaalt haar aandeel in de grondbelasting.

Uitspraak

Vonnis van 29 april 2026
Behorend bij A.R. no. AUA202304450
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te Aruba,
eiseres,
hierna te noemen: de vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. N.S. Gravenstijn,
tegen:
[Gedaagde],
wonende te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: de man,
gemachtigde: de advocaat mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena.

1.DE VERDERE PROCEDURE

1.1
Het eerdere verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis in deze zaak van
5 november 2025 en de daarin genoemde stukken.
1.2
Bij voormeld tussenvonnis is een comparitie van partijen gelast die, na uitstel op verzoek van partijen, heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd.
1.3
Vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Aan de orde is de verdeling van de tussen partijen bestaande, ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. Zoals in het tussenvonnis is overwogen, behoorde op de peildatum (zijnde 17 september 2017) tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap:
1. het recht van erfpacht op een perceel grond, met daarop gebouwd een houten opstal
(hierna: de woning) en een appartement (hierna: het appartement), gelegen aan de
[adres] te Aruba (hierna alles gezamenlijk aan te duiden als het perceel);
2. de inboedel;
3. een viertal auto’s;
4. gereedschap.
2.2
In het tussenvonnis is al overwogen dat de inboedel wordt toegedeeld aan de man tegen een, om proceseconomische redenen geschatte, waarde van Afl. 2.000,- en dat de man is gehouden de vrouw een overbedelingsvergoeding van Afl. 1.000,- te betalen. Voor wat betreft de auto’s is geoordeeld dat tot de gemeenschap behoren een Suzuki Grand Vitara bouwjaar 1989, een Suzuki Grand Vitara bouwjaar 2002, een BMW en een pick-up en dat deze auto’s aan de man worden toegedeeld onder de verplichting een overbedelingsvergoeding van Afl. 1.000,- aan de vrouw te betalen. Voor wat betreft het gereedschap is verder overwogen dat tot de te verdelen gemeenschap een luchtcompressor, schroevendraaiers, een hamer en tuingereedschap behoren, dat de waarde van deze zaken, om proceseconomische redenen, op Afl. 500,- wordt geschat en dat dit gereedschap aan de man zal worden toegedeeld onder de verplichting om wegens overbedeling een bedrag van Afl. 250,- aan de vrouw te vergoeden.
2.3
Aan de orde is dan nog het perceel met daarop gebouwd de woning en een appartement, de door de man ontvangen huurinkomsten, de door de vrouw gevorderde gebruiksvergoeding, de door de man betaalde eigenaarslasten en de door de man gestelde, door hem gedane investeringen in het perceel. De ten aanzien van deze onderwerpen door partijen over en weer betrokken stellingen zijn tijdens de comparitie van partijen besproken. Ook is tijdens de comparitie vast komen te staan dat het perceel niet met een hypothecaire geldlening is belast.
2.4
Tijdens de comparitie is gebleken dat de vrouw inmiddels (sinds oktober 2025) in de woning woont en de man in het appartement. Partijen hebben er tijdens de comparitie mee ingestemd dat de woning aan de vrouw wordt toegedeeld tegen een waarde van Afl. 292.330,-, zodat de vrouw is gehouden wegens overbedeling een bedrag van Afl. 146.165,- aan de man te betalen. De vrouw staat de man toe uiterlijk tot en met 31 maart 2027 in het appartement te verblijven (zonder daarvoor een vergoeding te betalen). Uiterlijk die dag dient de man het appartement en het perceel met al hetgeen hem toebehoort (waaronder alle zich op het perceel bevindende auto’s) te verlaten. Verder is de vrouw gehouden haar aandeel in de door de man betaalde eigenaarslasten te betalen. Deze lasten betreffen de grondbelasting van Afl. 404,- per jaar. Nu de grondbelasting over 2017 en 2018 door de vrouw is betaald (zijnde 2 x Afl. 404,- = Afl. 808.-) en daarna (tot en met 2025; zijnde 6 x Afl. 404,- = Afl. 2.424,-) door de man, is de vrouw gehouden een bedrag van Afl. 808,- aan de man te betalen. De vrouw zal daartoe worden veroordeeld. Tot slot zijn partijen ter zitting overeengekomen dat de aan de vrouw toekomende, door de man te betalen gebruiksvergoeding kan worden weggestreept tegen de door de man ontvangen huurinkomsten en de door hem in de woning gedane investeringen en dat partijen aldus dienaangaande niets meer van elkaar hebben te vorderen. Op deze onderdelen, waaronder de gevorderde rekening en verantwoording, hoeft daarom niet meer te worden beslist.
2.5
Omdat partijen gewezen echtelieden zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
3.1
stelt de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande, ontbonden huwelijksgoederengemeenschap als volgt vast:
  • het perceel wordt toegedeeld aan de vrouw tegen een waarde van Afl. 292.330,-, onder de verplichting van de vrouw om wegens overbedeling het bedrag van Afl. 146.165,- aan de man te betalen;
  • de inboedel wordt toegedeeld aan de man tegen een waarde van Afl. 2.000,-, onder de verplichting van de man om wegens overbedeling het bedrag van Afl. 1.000,- aan de vrouw te betalen;
  • de auto’s Suzuki Grand Vitara bouwjaar 1989, Suzuki Grand Vitara bouwjaar 2002, BMW en een pick-up worden toegedeeld aan de man, onder de verplichting van de man wegens overbedeling het bedrag van Afl. 1.000,- aan de vrouw te betalen;
  • het gereedschap (een luchtcompressor, schroevendraaiers, een hamer en tuingereedschap) wordt toegedeeld aan de man, onder de verplichting van de man om wegens overbedeling het bedrag van Afl. 250,- aan de vrouw te betalen;
3.2
verstaat dat het de man is toegestaan om uiterlijk tot en met 31 maart 2027 in het appartement te verblijven zonder gehoudenheid daarvoor een vergoeding aan de vrouw te betalen;
3.3
veroordeelt de vrouw om ter zake van de grondbelasting tot en met 2025 het bedrag van Afl. 808,- aan de man te betalen;
3.4
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.