ECLI:NL:OGEAA:2026:156
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Kinderen kunnen geen aanspraak meer maken op legitieme portie na verstrijken overgangstermijn nieuw erfrecht
De kinderen uit het eerste huwelijk van de overledene hebben een procedure gestart om hun legitieme portie op te eisen, nadat de overledene zijn tweede echtgenoot tot enig erfgenaam had benoemd. De overledene is in 1993 overleden en het nieuwe Arubaanse erfrecht, dat de legitieme portie afschaft, is op 1 september 2021 in werking getreden.
De eisers maakten hun aanspraak pas in 2025 geldend, ruim na de overgangstermijn die in artikel 83 van Pro de overgangsbepalingen van het nieuwe Burgerlijk Wetboek is gesteld. Volgens deze bepaling hadden zij uiterlijk tot 1 september 2022 de tijd om hun legitieme portie te claimen, omdat het overlijden van de erflater vóór 1 september 2017 plaatsvond.
Het Gerecht oordeelde dat de eisers te laat waren met hun vordering en dat zij daarom geen aanspraak meer kunnen maken op de legitieme portie. De discussie over de omvang van de nalatenschap en de berekening van het aandeel bleef daardoor buiten beschouwing. Daarnaast werden de eisers veroordeeld in de proceskosten van de gedaagde, omdat zij de vordering zonder voorafgaande kennisgeving instelden, waardoor de gedaagde niet tijdig kon reageren.
Het vonnis werd uitgesproken door rechter J. Brandt op 10 juni 2026, waarbij de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: De vordering tot legitieme portie wordt afgewezen wegens overschrijding van de overgangstermijn; eisers worden veroordeeld in de proceskosten.