Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAA:2026:145

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
168 van 2026
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Landsverordening verdovende middelenArt. 11 Landsverordening verdovende middelenArt. 1:62 Wetboek van Strafrecht ArubaArt. 1:117 Wetboek van Strafrecht Aruba
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling handel in cocaïne met faciliterende rol tot twaalf maanden gevangenisstraf

De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk bezit, verkoop, aflevering en vervoer van cocaïne in Aruba gedurende de periode van 12 augustus 2025 tot en met 9 december 2025. Tijdens de terechtzitting op 11 mei 2026 heeft het Gerecht kennisgenomen van de standpunten van de officier van justitie en de verdediging. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen, maar het Gerecht oordeelde dat deze verklaringen concreet, specifiek en onderling consistent waren, ondersteund door overige bewijsmiddelen.

Het Gerecht achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte betrokken was bij de handel in cocaïne, maar sprak hem vrij van andere ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden. De strafbaarheid van de verdachte werd bevestigd, zonder dat er omstandigheden waren die deze uitsloten.

Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van drugshandel en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte had een meer substantiële rol dan de eindverkopers doordat hij de distributie faciliteerde. Ook werd meegewogen dat de verdachte eerder was veroordeeld voor soortgelijke feiten, wat als strafverzwarend werd beschouwd. Het Gerecht legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden op, met aftrek van de tijd in voorarrest.

Daarnaast werd de teruggave bevolen van inbeslaggenomen voorwerpen die niet meer nodig waren voor het strafvorderlijk belang. Het vonnis werd uitgesproken op 1 juni 2026 door rechter E. Diepraam.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorarrest wegens handel in cocaïne met faciliterende rol.

Uitspraak

Parketnummer: P-2025/02308
Zaaknummer: 168 van 2026
Uitspraak van: 1 juni 2026 (op tegenspraak)
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres],
thans gedetineerd in het [detentieplaats],
hierna: de verdachte.

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 mei 2026.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. C. van Buul, en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. S.O.R.’G. Faarup, namens mr. A.E.A. Hernandez, advocaten in Aruba, naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 augustus 2025 tot en met 9 december 2025 in Aruba tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid cocaïne, in elk geval enige bereiding van deze stof, in bezit heeft gehad en/of aanwezig heeft gehad en/of heeft verkocht en/of heeft afgeleverd en/of heeft vervoerd.

3.Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.Beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
4.2
Het standpunt van de verdedigingDe raadsman heeft aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen, die belastend over verdachte hebben verklaard, te algemeen en niet specifiek genoeg althans tegenstrijdig zijn. De getuigenverklaringen kunnen volgens de raadsman niet als wettig en overtuigend bewijs worden gebruikt. De raadsman heeft vrijspraak bepleit van hetgeen ten laste is gelegd.
4.3
Het oordeel van het Gerecht
Het Gerecht is van oordeel dat de hierna aangehaalde verklaringen voldoende concreet en specifiek zijn. De verklaringen vinden steun in elkaar en de overige bewijsmiddelen in het dossier. Het Gerecht heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Zij zijn daarom bruikbaar voor het bewijs.
4.4
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen:
dat hij op
een of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 12 augustus 2025 tot en met 9 december 2025 in Aruba
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een hoeveelheid cocaïne,
in elk geval enige bereiding van deze stof,in bezit heeft gehad en
/ofaanwezig heeft gehad en
/ofheeft verkocht en
/ofheeft afgeleverd
en/of heeft vervoerd.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.
4.4.7
Bewijsmiddelen [1]
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.
1. De verklaring van de verdachte, op 11 mei 2026 afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, voor zover inhoudende:
U houdt mij de verklaringen van de kopers voor waarin verklaard wordt dat ik drugs verkoop. Dit klopt. U houdt mij de verklaringen voor van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Zij zijn al lange tijd mijn vrienden. Ik heb hun een paar keer geholpen met drugs. Ik geef het niet altijd gratis weg. Ik ben geen Sinterklaas.
2. Proces-verbaal van 2de verhoor verdachte [medeverdachte 3], d.d. 8 december 2025,
bijlage 139van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik crack/cocaïne base. Ik koop ook van [verdachte]. [Verdachte] komt drugs voor mijn oom brengen. [verdachte] is de leverancier van mijn oom. Hij levert crack voor mijn oom [oom van medeverdachte 3]. Zijn voornaam is [verdachte]. Ik heb ongeveer 5 keren verdovende middelen van hem gekocht. Ik betaalde 100,- Florin voor 5 gram crack. Vorige maand was de eerste keer dat ik verdovende middelen van hem had gekocht. Op 29 november 2025 was de laatste keer dat ik verdovende middelen van hem had gekocht. U houdt mij een foto voor van verdachte [verdachte] en ik herken hem op die foto.
3. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 1], d.d. 10 december 2025,
bijlage 159van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik piedra/cocaïnesteentjes. Om de twee dagen kan ik iets van 25,- Florin gebruiken. Dus cocaïne steentjes met een waarde van 25,- Florin. Van [verdachte] koop ik via een ander persoon, haar naam is [betrokkene]. [Verdachte] levert cocaïne steentjes bij [betrokkene]. Ik betaal 10,- Florin of 15,- Florin. Ik heb ongeveer 4 maanden geleden voor de eerste keer cocaïne steentjes van [verdachte] gekocht, via [betrokkene]. De laatste keer dat ik cocaïne steentjes van [verdachte] had gekocht was volgens mij in het midden van oktober.
4. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 2], d.d. 11 december 2025,
bijlage 176van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik crack/cocaïnesteentjes/piedra. Bijna elke dag gebruik ik iets van 10,- Florin aan cocainesteentjes. In de weekeinde kan ik iets van 25,- Florin gebruiken. Ik ken [verdachte]. Ik kocht ook drugs van hem. U houdt mij een foto voor van verdachte [verdachte] en ik herken [verdachte] op die foto. Ik heb alleen contact met hem wanneer ik drus wil kopen. Ik koop af en toe crack bij hem; 1 à 2 keer per week. Soms betaal ik 20,- Florin en soms 25,- Florin. Ik bel hem op en hierna levert hij de drugs voor mij [locatie]. De eerste keer dat ik cocaïnesteentjes van [verdachte] heb gekocht was ongeveer 4 maanden geleden en de laatste keer ongeveer 2 maanden geleden.
5. Proces-verbaal van 1ste verhoor verdachte [medeverdachte 4], d.d. 13 december 2025,
bijlage 188van het dossier, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:
Ik gebruik crack/cocaïnesteentjes/piedra. Ik ken [verdachte]. Ik koop cocaïnesteentjes van hem. U houdt mij een foto voor van verdachte [verdachte] en ik herken [verdachte] op die foto. Ik koop al jaren van hem. Ik kocht van hem voordat hij naar het buitenland ging. Toen hij terug kwam uit het buitenland, zei hij tegen mij dat hij "on" is. Dat was ongeveer vier maanden geleden. Ik koop 2 keer per week crack van [verdachte]. Ik betaal 10,- Arubaanse Florin. De eerste keer dat ik cocaïne steentjes van [verdachte] had gekocht was 2 a 3 jaren geleden en de laatste keer ongeveer 2 maanden geleden.

5.De kwalificatie en de strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder B en C, van de landsverordening verdovende middelen, strafbaar gesteld bij artikel 11 van Pro deze landsverordening,
Dit feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straf

7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van voor de duur van twaalf maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft subsidiair een strafmaatverweer gevoerd en verzocht, gelet op de aard en omvang van het bewezenverklaarde en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
7.3
Het oordeel van het Gerecht
Bij het bepalen van de straf heeft het Gerecht rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Het Gerecht heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne. Verdachte had een meer substantiële rol dan de feitelijke eindverkopers, onder meer doordat hij de distributie faciliteerde. Van verdovende middelen is algemeen bekend dat deze verslavend werken en voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijk zijn. De handel in verdovende middelen gaat gepaard met veel andere vormen van (zware) criminaliteit en vormt dus een groot maatschappelijk probleem. De verdachte heeft met zijn handelen hieraan bijgedragen.
Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, is het Gerecht van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie gaan bij het met enige regelmaat verkopen/afleveren/verstrekken van gebruikershoeveelheden harddrugs gedurende een periode van minder dan zes maanden uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tussen 12 en 18 maanden.
Het Gerecht heeft kennis genomen van een uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte van 30 maart 2026, waaruit blijkt dat hij in het verleden is veroordeeld tot een zeer aanzienlijke gevangenisstraf voor soortgelijke feiten. Dat verdachte ondanks die eerdere straf opnieuw de fout in gaat weegt het Gerecht sterk in strafverzwarende zin mee.
Het Gerecht komt, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

8.Het beslag

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen onder Ad. 1 tot en met Ad. 7 (bijlage 108 van het dossier) gevorderd dat deze aan de verdachte worden teruggegeven.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om teruggave van alle onder de verdachte in beslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
8.3
Het oordeel van het gerecht
Het Gerecht gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen onder Ad. 1 tot en met 7 (bijlage 108 van het dossier), nu zich hiertegen geen strafvorderlijk belang verzet.

12.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:62 en 1:117 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.
DE BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezenverklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de
twaalf [12] maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
gelast de teruggave van de voorwerpen onder Ad. 1 tot en met 7 (bijlage 108 van het dossier) aan de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Diepraam, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Eman, (zittingsgriffier), en op 1 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht.

Voetnoten

1.Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba, Algemene Dienst Unit Narcotica, d.d. 26 maart 2025, geregistreerd onder proces-verbaalnummers 2025-02308, 2025-02284, 2025-02285, 2025-02278 en 2025-02279 en de onderzoeknaam “Dubbel”.