ECLI:NL:OGEAA:2026:133
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Land Aruba tot afgifte motorvaartuig onder voorwaarde inklaring
In deze kortgedingprocedure vordert eiser afgifte van een motorvaartuig dat het Land Aruba onder zich houdt zonder rechtstitel. Eiser kocht de boot in 2018 in Venezuela en probeerde deze in 2019 in te klaren, maar de inklaring werd ingetrokken wegens niet-naleving van formaliteiten.
Eerder oordeelde het Gerecht in een bodemprocedure dat het Land Aruba schadevergoeding moest betalen wegens belemmering van de boot, maar het eigendom bleef bij eiser. Eiser sommeerde het Land tot afgifte, waarop het Land niet reageerde.
Het Land stelde dat eiser niet-ontvankelijk was omdat het verzoek feitelijk een bestuursrechtelijke procedure betrof, maar het Gerecht oordeelde dat het hier ging om een feitelijke handeling en dus civielrechtelijke bevoegdheid bestond.
Het Gerecht stelde vast dat eiser eigenaar is en de boot kan opeisen, maar dat afgifte afhankelijk is van het voldoen aan inklaringsvereisten. Het Land moet medewerking verlenen en helder communiceren over de procedure. Bij niet-naleving wordt een dwangsom opgelegd.
Het Land wordt veroordeeld tot afgifte van de boot binnen twee dagen na betekening, betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt veroordeeld tot afgifte van de boot aan eiser onder voorwaarde van naleving inklaringsvereisten, met dwangsom bij niet-naleving.