Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
2.2 ADMINISTRATIE EN AANGIFTEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en eigenaar van twee onroerende goederen op Aruba, kreeg naheffingsaanslagen toeristenheffing opgelegd voor de periode januari tot en met april 2024. Na een boekenonderzoek en een concept-controlerapport waarin hogere bedragen werden vastgesteld dan aanvankelijk nageheven, legde de Inspecteur nadere naheffingsaanslagen op. Belanghebbende stelde dat deze nadere aanslagen onrechtmatig waren en in strijd met het vertrouwens-, zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur op grond van de Algemene landsverordening belastingen bevoegd was om belasting na te heffen indien te weinig was betaald, zonder beperking tot één naheffingsaanslag per tijdvak. Het feit dat het controlerapport voorafgaand aan de eerste naheffingsaanslagen was besproken met de adviseur van belanghebbende, maakte duidelijk dat hogere bedragen verschuldigd waren. Hierdoor was geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen dat de eerste naheffingsaanslagen definitief waren.
De Inspecteur had volgens het Gerecht niet onzorgvuldig gehandeld door nadere naheffingsaanslagen op te leggen, aangezien het doel was de wettelijk verschuldigde belasting alsnog te heffen. Ook het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat belanghebbende redelijkerwijs moest begrijpen dat de eerste naheffingsaanslagen niet definitief waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de nadere naheffingsaanslagen toeristenheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.