Appellant is in 2017 als toerist Aruba binnengekomen en heeft in januari 2021 een asielaanvraag ingediend. Op 14 april 2021 is hij aangehouden en is een uitzettingsbevel met een niet-toelatingsperiode van 54 maanden opgelegd. Appellant maakte bezwaar tegen dit bevel, dat bij beschikking van 25 juli 2023 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde appellant beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg.
Het gerecht oordeelt dat het bezwaar niet correct is behandeld, omdat niet is vastgesteld of het bezwaarschrift aan de bezwaaradviescommissie is voorgelegd, wat strijdig is met de wettelijke procedure. Hierdoor wordt de bestreden beslissing vernietigd. Tevens is de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep met ruim anderhalf jaar overschreden, waarvoor een immateriële schadevergoeding van Afl. 2.000,- wordt toegekend.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en teruggave van het griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en de zaak kan in hoger beroep worden gebracht bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.