Op 12 oktober 2011 sloten gedaagde en Richezza Corp. een leningsovereenkomst waarbij gedaagde Afl. 150.000,- leende. Deze lening werd later verhoogd en aangepast met rente en verlengingstermijnen. Richezza Corp. werd op 12 juli 2023 failliet verklaard, waarna eiser als curator werd aangesteld.
De curator stelde gedaagde in gebreke voor een openstaande schuld van ruim Afl. 711.000,-, waarvan een deel werd verjaringsgewijs niet gevorderd. Na afwijzing van een verbod op executieverkoop werd het appartementsrecht geveild en de opbrengst conservatoir beslagen.
In kort geding vorderde de curator betaling van Afl. 298.223,- vermeerderd met rente en proceskosten. Gedaagde verscheen niet, waardoor verstek werd verleend. Het Gerecht achtte de vordering voldoende aannemelijk en het spoedeisend belang gegeven, en wees de vordering toe met rente vanaf 19 juli 2025 en veroordeling in de proceskosten.