Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Appellante],
de Minister, belast met vreemdelingen- en integratiebeleid,
INLEIDING
mr. M. van Wilgen (DIMAS), die waarnam voor mr. J. Paula voornoemd.
OVERWEGINGEN
Firma Liber. Zij voert aan dat de bestreden beslissing onvoldoende is gemotiveerd en dat verweerder heeft gehandeld in strijd met de beginselen van zorgvuldigheid en evenredigheid, nu hij geen rekening heeft gehouden met de hem bekende omstandigheden die haar verhinderen naar Aruba terug te keren. Ter zitting heeft appellante tevens een beroep gedaan op de hardheidsclausule, stellende – zo begrijpt het gerecht – dat verweerder ambtshalve had moeten toetsen of zij aan de voorwaarden daarvoor voldoet. Appellante concludeert daarom dat de bestreden beslissing niet in stand kan blijven.
Firma Liber, nu artikel 7a Ltu uitsluitend het totaal aantal maanden van legaal verblijf relevant acht, ongeacht eventuele verblijfsgaten. Verweerder concludeert dan ook tot ongegrondverklaring van het beroep.
Firma Liber,mits zij aan de daarvoor geldende vereisten voldoet. Dat over 2023–2024 een verblijfsgat is ontstaan, doet er niet aan af dat de eerdere periode van legaal verblijf van appellante blijft meetellen voor een
Firma Liber.
CONCLUSIE
BESLISSING
15 oktober 2025, in aanwezigheid van de griffier.
binnen zes wekenna de dagtekening van deze uitspraak.
- het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
- een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
- vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).