In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 14 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen Desarrollos Hotel Corporation DHC Aruba N.V. (hierna: DHC) en [verweerder]. DHC verzocht de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te ontbinden wegens gewichtige redenen, zonder toekenning van een ontslagvergoeding. [Verweerder] voerde verweer en vroeg om afwijzing van de vorderingen van DHC, met veroordeling van DHC in de proceskosten.
De procedure begon met een verzoekschrift van DHC op 29 juli 2025, gevolgd door een verweerschrift van [verweerder] op 27 augustus 2025. Tijdens de mondelinge behandeling op 29 augustus 2025 hebben beide partijen hun standpunten toegelicht. DHC stelde dat er sprake was van een dringende reden voor ontbinding, terwijl [verweerder] dit betwistte en stelde dat de omstandigheden niet aan hem te wijten waren.
Het Gerecht oordeelde dat de feiten en omstandigheden niet voldoende onderbouwd waren om een dringende reden voor ontbinding vast te stellen. Wel werd vastgesteld dat er sprake was van een vertrouwensbreuk en een verstoorde arbeidsrelatie, wat leidde tot de conclusie dat de arbeidsovereenkomst ontbonden moest worden. DHC werd veroordeeld tot het betalen van een billijke vergoeding van USD 150.000,- aan [verweerder].
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig dossier en tijdige communicatie van de werkgever bij disfunctioneren van een werknemer. Het Gerecht oordeelde dat de ontbinding grotendeels te wijten was aan omstandigheden aan de zijde van DHC, waardoor [verweerder] recht had op een vergoeding.