Eisers hebben een civiele procedure gestart tegen een gedaagde die in de Verenigde Staten woont. De oproeping van gedaagde vond plaats via een exploot dat door de deurwaarder aan de directeur van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) werd overhandigd. DWJZ verzond het exploot aangetekend naar de VS, maar er is geen ontvangstbevestiging ontvangen.
Het gerecht kan daardoor niet vaststellen of de betekening aan gedaagde daadwerkelijk heeft plaatsgevonden in overeenstemming met het Haags Betekeningsverdrag, dat van toepassing is op betekening in het buitenland. Omdat de VS geen bezwaar maakt tegen rechtstreekse postbezorging, maar de ontvangst niet is bevestigd, is het gerecht van oordeel dat gedaagde opnieuw moet worden opgeroepen.
Het gerecht beveelt dat de deurwaarder, via DWJZ, de oproeping opnieuw zal doen volgens de formele procedure van het Haags Betekeningsverdrag, met gebruikmaking van het modelformulier en vertalingen in het Engels. Eisers moeten uiterlijk 22 oktober 2025 authentieke vertalingen van alle relevante stukken aan de deurwaarder overhandigen. De nieuwe oproeping zal plaatsvinden met een zittingsdatum op 28 januari 2026 om 8.30 uur.
De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden totdat is bevestigd dat de betekening aan gedaagde correct heeft plaatsgevonden. Het vonnis is gewezen door rechter T.A.M. Tijhuis en uitgesproken op 1 oktober 2025.