ECLI:NL:OGEAA:2025:216

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
1 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
AUA202500426
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van commissie afgewezen in arbeidszaak tussen werknemer en werkgever

In deze zaak heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba op 1 juli 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een werknemer, aangeduid als [verzoeker], en zijn werkgever, de naamloze vennootschap Dal Time N.V. [verzoeker] vorderde betaling van achterstallige commissie die hij meende te hebben verdiend over een verkoop die plaatsvond op 13 juli 2023. De werknemer stelde dat zijn verkoopinspanningen de reden waren voor de totstandkoming van de verkoop, maar Dal betwistte dit en voerde aan dat de commissie niet aan [verzoeker] maar aan een collega was uitbetaald. Tijdens de mondelinge behandeling op 13 mei 2025 werd de procedure besproken, waarbij beide partijen hun standpunten naar voren brachten. Het Gerecht oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden waren die de ontvankelijkheid van [verzoeker] in zijn vorderingen in de weg stonden. Echter, het Gerecht verwierp de claim van [verzoeker] op basis van het feit dat hij niet voldoende had aangetoond dat zijn inspanningen de verkoop hadden beïnvloed. De wens van de gast om de commissie aan [verzoeker] uit te betalen, was niet voldoende om af te wijken van de bestaande commissiestructuur van Dal. Uiteindelijk werden alle vorderingen van [verzoeker] afgewezen en werd hij veroordeeld in de proceskosten van Dal, begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde.

Uitspraak

Beschikking van 1 juli 2025
Behorend bij AUA202500423 E.J.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[Verzoeker],
te Aruba,
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: de advocaat mr. A.E.A. Hernandez,
tegen:
de naamloze vennootschap
DAL TIME N.V.,
te Aruba,
verweerster,
hierna te noemen: Dal,
gemachtigde: de advocaat mr. A.E. Barrios.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met producties;
- het verweerschrift, met producties;
- de mondelinge behandeling van de zaak ter terechtzitting van 13 mei 2025.
1.2
Ter zitting zijn verschenen: [verzoeker] bijgestaan door zijn gemachtigde en Dal bij haar gemachtigde, die werd vergezeld door mevrouw [Marketing manager] (Marketing manager bij Dal) en de heer [Project Director] (Project Director bij Dal). Partijen hebben bij wijze van re- en dupliek het woord gevoerd - mede aan de hand van door hen overgelegde en voorgedragen pleitaantekeningen, beiden voorzien van toegelaten nadere producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.3
Zoals tijdens de mondelinge behandeling van de zaak beslist, wordt de aanvullende productie nr. 8 van [verzoeker] buiten beschouwing gelaten, omdat die niet binnen de in het procesreglement voorgeschreven termijn is ingediend.
1.4
Beschikking is nader bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende bestreden alsmede op grond van overgelegde producties voor zover niet of onvoldoende bestreden staat onder meer het volgende vast tussen partijen.
2.2
Dal houdt zich bezig met de verkoop van Time Shares van de Divi Vacation Club (hierna: Divi).
2.3 [
Verzoeker] is op 2 januari 2015 voor onbepaalde tijd in loondienst getreden van Dal in de functie van “
Line Sales Representative”. Sedert 1 april 2017 vervult [verzoeker] de functie van “
In-House Sales Representative”. In de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst staat onder meer het volgende:
“(…)
2.
Employment. Employee will fulfill the duties and responsibilities of In-House Sales Representatives as set forth on the position description attached asExhibit A. (…)
3.
Compensation. The Company shall provide Employee with the compensation attached hereto asExhibit B, all of which shall be subject to applicable government taxes and withholdings.
(…).”.
2.4
In “
Exihibit B” behorende bij de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst staat onder meer het volgende:
“(…)
1. Commission. Employee shall receive the following commission incentive compensation with respect to the aggregate Net Purchase Price for all Good Business Sales in a month that were attributable directly to Employee’s sales efforts (The “Monthly Sales Volume”):
(…).”.
2.5
In de “
13 month Owner program procedures and guidelines” staat onder meer het volgende:
“(…)
B) If the original Sales executive is no longer employes, out on sick leave or on vacation, the original T.O. manager can claim this owner/referral on their own. If a sale results, a split commission will NOT be in order.
(…).”.
2.6 [
Verzoeker]was in de periode van 1 juli 2023 tot 16 juli 2023 uitlandig op vakantie.
2.7
Op 13 juli 2023 heeft een time share owner van Divi, mevrouw [betrokkene 1] (hierna: de gast), 80.000 points gekocht (hierna: de verkoop) met het verzoek om de commissie over deze verkoop aan [verzoeker] uit te betalen.
2.8
De commissie over deze verkoop is door Dal niet aan [verzoeker] maar aan een collega van [verzoeker] de heer [betrokkene 2] uitbetaald.

3.HET GESCHIL

3.1 [
Verzoeker] verzoekt dat het Gerecht bij beschikking - voor zover mogelijk - uitvoerbaar bij voorraad:
a. Dal veroordeelt om aan hem te betalen US$ 1.257,- aan achterstallige commissie uit hoofd van de aan hem toe te schrijven verkoop;
b. Dal veroordeelt om aan [verzoeker] te betalen de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 lid 1 BW over het onder a. toe te wijzen bedrag vanaf 24 mei 2024;
c. Dal veroordeelt om aan [verzoeker] te betalen de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de onder a. en b. toegewezen bedragen, te rekenen vanaf de opeisbaarheid hiervan tot de dag der voldoening;
d. subsidiair iedere andere door het Gerecht te vernemen voorziening treft;
e. Dal veroordeelt in de kosten van de procedure.
3.2 [
Verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van achterstallige commissie over de verkoop. Volgens [verzoeker] is de verkoop door zijn verkoopinspanningen tot stand gebracht waardoor hij recht heeft op de commissie met betrekking tot deze verkoop.
3.3
Dal voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid danwel afwijzing van de vorderingen van [verzoeker], en tot veroordeling van [verzoeker] in de kosten van deze procedure.
3.4
Voorzover van belang voor de uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4.DE BEOORDELING

4.1
Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die meebrengen dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door hem verzochte. Het ontvankelijkheidsverweer van Dal wordt daarom verworpen.
4.2
Partijen verschillen van mening over de vraag of de commissie over de verkoop van 13 juli 2023 aan [verzoeker] dient te worden uitbetaald. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.
4.3 [
Verzoeker] heeft gesteld dat hij recht heeft op bedoelde commissie omdat de verkoop door zijn inspanningen tot stand is gekomen, maar in het licht van voormeld Exhibit B onder 1 - dat bepalend is voor het al dan niet recht hebben op commissie met betrekking tot de verkoop en waarop Dal zich beroept - is gesteld noch gebleken welke inspanningen de ten tijde van de verkoop uitlandige [verzoeker] met de verkoop precies heeft verricht. Dat brengt met zich dat de stelling van [verzoeker], dat de verkoop door zijn verkoopinspanningen tot stand is gebracht, waardoor hij recht heeft op bedoelde commissie, feitelijke grondslag mist, en daarom wordt gepasseerd. Dat de gast heeft verzocht om de commissie met betrekking tot de verkoop aan [verzoeker] uit te betalen, maakt het vorenstaande niet anders. Zoals Dal terecht en overigens onbestreden heeft gesteld, kan de wens van een gast geen aanleiding zijn om van de bestaande commissiestructuur of -beleid van Dal, die door [verzoeker] niet of onvoldoende is bestreden, af te wijken. Dat Dal dat in het verleden wel heeft gedaan is gesteld noch gebleken uit verificatoire bescheiden.
4.4
Al het vorenstaande brengt mee dat alle vorderingen van [verzoeker] zullen worden afgewezen. Alle overige stellingen van partijen kunnen, wat van de inhoud daarvan ook zij, onbesproken blijven.
4.5 [
Verzoeker] zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden verwezen in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Dal, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,-aan gemachtigdensalaris (2 punten, tarief 5).

5.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
5.1
wijst af het door [verzoeker] verzochte;
5.2
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Dal, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,- aan salaris voor de gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 1 juli 2025 in aanwezigheid van de griffier.