AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid vervoerder in kort geding wegens gebrek aan belang bij beslag op sigaretten
In deze zaak vorderen Rutena Freezone N.V. en Transimex Freezone N.V. (gezamenlijk Rutena c.s.) de opheffing van een conservatoir beslag dat Romar Freezone Trading Co. N.V. heeft gelegd op 250 dozen sigaretten van het merk Marble, opgeslagen in het magazijn van Transimex in de vrije zone van Aruba.
Romar voert verweer dat Rutena c.s. niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, omdat zij geen eigendom of ander rechtens te respecteren belang hebben bij de beslagen goederen. Rutena is slechts vervoerder en Transimex is slechts opslaghouder, geen eigenaar.
Het Gerecht oordeelt dat het begrip belanghebbende in art. 705 lid 1 RvPro niet strikt is gedefinieerd, maar wel vereist dat er een rechtens te respecteren belang moet zijn. Dit ontbreekt bij Rutena c.s. omdat zij geen eigendom of ander belang hebben bij de goederen. Daarom worden zij niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
De proceskosten worden aan Rutena c.s. opgelegd, begroot op Afl. 1.000,-. Het vonnis is gewezen door rechter J. Brandt en uitgesproken op 25 juni 2025.
Uitkomst: Rutena c.s. worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot opheffing van het beslag en veroordeeld in de proceskosten.
hierna afzonderlijk te noemen: Rutena en Transimex of gezamenlijk: Rutena c.s.,
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,
tegen:
de naamloze vennootschap ROMAR FREEZONE TRADING CO. N.V.,
te Aruba,
gedaagde,
hierna te noemen: Romar,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock.
1.DE PROCEDURE
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 20 mei 2025;
- de akte overlegging producties aan de zijde van Romar, ingediend op 5 juni 2025;
- de akte overlegging productie aan de zijde van Rutena c.s., ingediend op 5 juni 2025;
- de mondelinge behandeling op 6 juni 2025.
1.2
Tijdens de mondelinge behandeling van 2 april 2025 zijn verschenen mr. Mohamed namens Rutena c.s. en namens Romar haar directeur de heer [directeur], bijgestaan door mr. Kock. Partijen hebben tijdens de zitting het woord gevoerd (mede aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen) en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.3
Vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
2.1
De onderneming Rantery S.A., gevestigd te Uruguay, heeft begin 2025 1.060 dozen sigaretten van het merk Marble gekocht van AL Tounbak LLC te Dubai. Deze dozen met sigaretten (of in ieder geval een gedeelte daarvan) zijn vervolgens via vervoerder Rutena naar Fort Lauderdale vervoerd. Van daaruit zijn de sigaretten door Rutena naar de zogenoemde vrije zone in Aruba vervoerd en opgeslagen in het magazijn van Transimex.
2.2
Romar is rechthebbende op sigaretten van het merk Marble in Aruba en heeft op 16 april 2025 conservatoir beslag laten leggen op 250 dozen met sigaretten van dit merk, die opgeslagen waren bij Transimex.
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
3.1
Rutena c.s. vorderen het door Romar op 15 april 2025 gelegde beslag op de lading houdende 250 dozen sigaretten van het merk Marble op te heffen, met veroordeling van Romar in de kosten van dit geding, waaronder Afl. 15,- voor kosten uittreksel Kamer van Koophandel.
3.2
Romar heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
4.DE BEOORDELING
4.1
In dit kort geding dient beoordeeld te worden of het beslag op de lading van 250 dozen sigaretten opgeheven moet worden.
4.2
Het meest ver strekkende verweer van Romar is dat Rutena c.s. niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen, zodat het Gerecht eerst dit verweer zal beoordelen. Ter onderbouwing van dit verweer stelt Romar dat Rutena c.s. niet als belanghebbenden in de zin van artikel 705 lid 1 RvPro kunnen worden gekwalificeerd nu de goederen niet aan Rutena c.s. toebehoren. Rutena is alleen de transporteur, en Transimex had de dozen met sigaretten – voorafgaand aan het beslag – opgeslagen in haar magazijn.
4.3
De term belanghebbende uit artikel 705 lid 1 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is niet een zeer strak begrensd begrip. Ook elders in Rv wordt geen omschrijving van het begrip belanghebbende gegeven. Ook uit de wetsgeschiedenis blijkt niet van een nauw omlijnd begrip, maar wordt eenvoudigweg gesproken over “andere belanghebbenden” dan de beslagene, waarbij een niet-limitatief voorbeeld wordt gegeven (vgl. MvT Inv. bij art. 705, Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Wijziging Rv, Wet RO en Fw 1992, p. 313.). Het gaat er naar het oordeel van de kort geding rechter dus vooral om dat voor de kwalificatie “belanghebbende” nodig is dat een rechtens te respecteren belang bij de beslagen goederen kan worden aangeduid. In het geval van Rutena c.s. is daar geen sprake van.
4.4
Rutena heeft niet gesteld dat zij enig belang heeft bij opheffing van het beslag. Het enige feit dat Rutena als vervoerder betrokken is geweest, acht het Gerecht onvoldoende om als belanghebbende te worden aangemerkt. Transimex stelt dat zij belanghebbende is, omdat zij de beslagen goederen had opgeslagen in haar magazijn. Dit feit brengt echter niet met zich mee dat Transimex een belang heeft bij opheffing van het beslag. Transimex is geen eigenaar van de goederen. Nu Rutena c.s. niet als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt, komt het Gerecht tot het oordeel dat het niet-ontvankelijkheidsverweer van Romar slaagt.
4.5
Rutena c.s. zullen in de proceskosten worden veroordeeld, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Romar begroot op Afl. 1.000,- aan gemachtigdensalaris.
5.DE UITSPRAAK
Het Gerecht:
5.1
verklaart Rutena c.s. niet-ontvankelijk in hun vorderingen;
5.2
veroordeelt Rutena c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure, die tot de datum van deze uitspraak aan de kant van Romar worden begroot op Afl. 1.000,-;
5.3
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 juni 2025 in aanwezigheid van de griffier.