Eisers hebben een civiele procedure gestart tegen gedaagde, woonachtig in Duitsland. De oproeping van gedaagde vond plaats via een exploot dat niet volgens de vereisten van het Haags Betekeningsverdrag is betekend. Het Gerecht constateert dat de deurwaarder het exploot heeft overgedragen aan de lokale autoriteit in Aruba, die het heeft ontvangen en gepubliceerd, maar dat er geen bewijs is dat de betekening in Duitsland conform het verdrag is uitgevoerd.
De griffier heeft navraag gedaan bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken, die bevestigde dat alleen publicatie in de Landscourant heeft plaatsgevonden, zonder correcte betekening in Duitsland. Hierdoor kan het Gerecht niet beoordelen of verstek verleend kan worden en besluit het dat gedaagde opnieuw moet worden opgeroepen.
Het Gerecht beveelt dat de oproeping via de formele weg van het Haags Betekeningsverdrag moet plaatsvinden, met gebruik van het modelformulier en vertaling van alle relevante stukken in het Duits. Eisers moeten uiterlijk 8 juli 2025 de vertalingen aanleveren. De nieuwe oproeping wordt gepland op 1 oktober 2025. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden totdat is voldaan aan de vereisten van het verdrag.
De uitspraak is gewezen door rechter T.A.M. Tijhuis en uitgesproken op 11 juni 2025.