Op 1 september 2019 sloten DAC Group N.V. en Ennia Caribe Leven en Schade een outsourcing overeenkomst waarbij DAC de incasso van achterstallige pensioenpremies voor Ennia zou verzorgen. De overeenkomst voorzag in een schriftelijke opzegging met een opzegtermijn van ten minste 30 dagen.
In november 2021 maakte Ennia bekend de incasso intern te willen regelen en betaalde zij de openstaande commissies aan DAC. DAC stelde dat de overeenkomst niet rechtsgeldig was beëindigd en vorderde een verklaring voor recht dat Ennia wanprestatie had gepleegd door voortijdige beëindiging, met schadevergoeding. Ennia betwistte dit en vorderde terugbetaling van een bedrag dat zij aan DAC had betaald.
Het Gerecht oordeelde dat de enige opzegging van de overeenkomst schriftelijk op 3 november 2022 heeft plaatsgevonden, wat rechtsgeldig was. DAC kon daarom geen aanspraak maken op schadevergoeding wegens wanprestatie. Ook was onvoldoende onderbouwd dat DAC werkzaamheden had verricht waarvoor nog commissie verschuldigd was. De vorderingen van DAC werden afgewezen en partijen werden veroordeeld in hun proceskosten.