Uitspraak
[Belanghebbende], geboren op [geboortedatum] 2007 in Aruba,
De Voogdijraad, in zijn hoedanigheid van bijzondere curator.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De man verzocht de vernietiging van de erkenning van de minderjarige op grond dat hij niet haar biologische vader is. Het gerecht achtte DNA-onderzoek noodzakelijk om de biologische relatie vast te stellen. De moeder werkte aanvankelijk niet mee, maar gaf later toestemming. De minderjarige, inmiddels 17 jaar, weigerde echter haar medewerking.
Het gerecht overwoog dat het recht op informatie over biologische afstamming een fundamenteel recht is, beschermd onder artikel 8 EVRM Pro, maar niet absoluut. Dit recht moet worden afgewogen tegen andere fundamentele rechten, zoals het recht op bescherming van het privéleven en het recht om niet tegen de wil in DNA-onderzoek te ondergaan.
Gezien de leeftijd en de duidelijke weigering van de minderjarige om mee te werken, weegt haar belang en wens zwaarder dan het belang van de man. Het gerecht oordeelde dat van de minderjarige niet kan worden verlangd dat zij meewerkt aan het DNA-onderzoek en wees het verzoek van de man af. De minderjarige wordt meerderjarig op 22 april 2025 en kan dan zelf beslissen over het verkrijgen van informatie over haar afstamming.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van de erkenning wordt afgewezen vanwege de weigering van de minderjarige mee te werken aan DNA-onderzoek.