ECLI:NL:OGEAA:2024:202

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
4 september 2024
Publicatiedatum
23 september 2024
Zaaknummer
AUA202300971
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling nalatenschappen met huurrecht op domeingrond en uitgestelde verklaring van erfrecht

In deze civiele zaak gaat het om de verdeling van de nalatenschappen van de erflater en erflaatster, ouders van de zoon van de erflaters, die op zijn beurt de vader is van eiser. De nalatenschappen omvatten een huurrecht op een perceel domeingrond met daarop een verhuurde woning. De nalatenschappen zijn nog niet verdeeld.

Eiser wenst dat de verdeling van de nalatenschappen ten overstaan van een notaris plaatsvindt, maar partijen zijn het niet eens over de wijze van verdeling. Het Gerecht overweegt dat bij gebrek aan overeenstemming de rechter de verdeling vaststelt. Omdat geen verklaring van erfrecht is overgelegd, wordt eiser in de gelegenheid gesteld deze alsnog te overleggen, waarin tevens duidelijk moet worden wie de erfgenamen zijn en hoe de nalatenschappen zijn aanvaard.

De omvang van de nalatenschappen wordt beperkt geacht tot het huurrecht en de huurpenningen uit de verhuurde woning. Partijen hebben nog geen standpunten ingenomen over de wijze van verdeling en de waarde van het huurrecht. De zaak wordt daarom verwezen naar de rol voor het overleggen van de verklaring van erfrecht en het indienen van onderbouwde stukken over de waarde van het huurrecht. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en verwezen naar de rol voor overlegging van een verklaring van erfrecht; verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitspraak

Vonnis van 4 september 2024
Behorend bij A.R. no. AUA202300971
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te Nederland, domicilie kiezende te Aruba ten kantore van zijn hierna te noemen gemachtigde,
eiser,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:

1.[Gedaagde 1],

wonende te Aruba,
hierna te noemen: [gedaagde 1],
procederend in persoon,
2.
[Gedaagde 2],
wonende te Nederland,
hierna te noemen: [gedaagde 2],
procederend in persoon,
3.
[Gedaagde 3],
wonende te Nederland,
hierna te noemen: [gedaagde 3],
procederend in persoon.

1.DE VERDERE PROCEDURE

1.1
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis in deze zaak van 17 april 2024 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van de zijde van [eiser] van 15 mei 2024;
- de antwoordakte van de zijde van [gedaagde 3] en [gedaagde 2] van 12 juni 2024.
1.2
Vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Zoals in het tussenvonnis is overwogen zijn [erflater], overleden op 14 juli 1985 (hierna: de erflater), en [erflaatster], overleden op 23 november 2016 (hierna: de erflaatster), de ouders van [zoon van erflaters] (hierna: [zoon van erflaters]), [gedaagde 2] en [gedaagde 3]. [Zoon van erflaters] was gehuwd met [gedaagde 1]. Zij zijn de ouders van [eiser]. [Zoon van erflaters] is op 19 april 2005 in Nederland overleden.
De nalatenschappen van de erflater en de erflaatster zijn nog niet verdeeld. Tot deze nalatenschappen behoort het huurrecht op het perceel domeingrond gelegen [adres]. Op dit perceel heeft de erflater een woning gebouwd. Deze woning wordt verhuurd.
2.2
In voormeld tussenvonnis is [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag hoe zijn vordering moet worden bezien in het licht van de (eerst bij dupliek gebleken) omstandigheid dat de tot de nalatenschappen behorende onroerende zaak huurgrond betreft. Dit kan immers meebrengen dat voor (de effectuering van) de verdeling de betrokkenheid van een notaris niet is vereist.
2.3
Uit hetgeen [eiser] heeft aangevoerd in zijn akte na tussenvonnis, begrijpt het Gerecht dat hij wil dat de verdeling van de nalatenschappen ten overstaan van een notaris (en niet door het Gerecht) zal plaatsvinden. Een vordering tot verdeling van een gemeenschap kan worden toegewezen door middel van een bevel tot verdeling ten overstaan van de notaris. Voor zover echter de deelgenoten over een verdeling niet eens kunnen worden, gelast de rechter de wijze van verdeling of stelt de rechter de verdeling zelf vast. Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, blijkt dat zij het over de verdeling niet eens worden. Het Gerecht zal daarom de verdeling vaststellen.
Verklaringen van erfrecht
2.4
Aan de orde is de verdeling van de nalatenschappen van de erflater en de erflaatster. Omdat geen verklaring van erfrecht is overgelegd, zal [eiser] in de gelegenheid worden gesteld dit alsnog te doen. Uit de verklaring van erfrecht dient tevens te blijken wie de erfgenamen van wijlen [zoon van erflaters] zijn, alsmede of en op welke wijze de nalatenschappen, waaronder die van [zoon van erflaters], zijn aanvaard.
Omvang en verdeling nalatenschappen
2.5
Voor wat betreft de omvang van de nalatenschappen geldt, zoals in het tussenvonnis is overwogen, dat niet is gesteld of gebleken dat tot de te verdelen nalatenschappen meer behoort dan het huurrecht en de uit de verhuur van de woning verkregen huurpenningen. Het Gerecht gaat daar dan ook vanuit.
2.6
Partijen hebben geen stellingen betrokken over op wijze de nalatenschappen moeten worden verdeeld. Zij zullen daarom, nadat de verklaring van erfrecht in het geding is gebracht, in de gelegenheid worden gesteld zich hierover alsnog uit te laten. Tevens dienen zij zich, onderbouwd met stukken, uit de laten over de waarde van het huurrecht. De zaak zal te zijner tijd met dat doel naar de rol worden verwezen.
Slotsom
2.7
Voor nu zal de zaak naar de rol worden verwezen voor het overleggen van een verklaring van erfrecht door [eiser] zoals hiervoor in 2.4 is overwogen. In afwachting daarvan zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
3.1
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 16 oktober 2024voor akte overleggen stukken van de zijde van [eiser], een en ander zoals hiervoor in 2.4 overwogen;
3.2
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 september 2024 in aanwezigheid van de griffier.