Verzoeker, een Venezolaanse leerling in Aruba, had een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn verblijfsvergunning met als doel voortgezet verblijf. Deze aanvraag werd door de minister van Arbeid, Energie en Integratie afgewezen omdat verzoeker sinds januari 2024 werkzaam stond ingeschreven zonder toestemming, wat in strijd is met de voorwaarden voor de vergunning.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg het gerecht om een voorlopige voorziening, zodat hij voorlopig behandeld zou worden alsof hij een geldige verblijfsvergunning had. Hij stelde dat hij stage liep in het kader van zijn opleiding en dat de afwijzing zou leiden tot het verlies van zijn Algemene Ziektekosten Verzekering (AZV).
Het gerecht oordeelde dat verzoeker onvoldoende feiten had aangevoerd waaruit een onevenredig nadeel bleek dat een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. Het enkel feit dat hij mogelijk niet meer AZV-verzekerd zou zijn, is onvoldoende omdat vreemdelingen zonder geldige vergunning sowieso niet AZV-verzekerd zijn en dit niet betekent dat medische behandeling wordt ontzegd.
Daarom wees het gerecht het verzoek af en veroordeelde verzoeker niet in de proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.