ECLI:NL:OGEAA:2024:164

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 juli 2024
Publicatiedatum
12 augustus 2024
Zaaknummer
Lar nr. AUA202401387
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 LarLandsverordening administratieve rechtspraakLandsverordening toelating en uitzetting (Ltu)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tijdelijke verblijfsvergunning voor arbeid wegens illegaal verblijf

Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, is in januari 2019 illegaal Aruba binnengekomen en heeft sindsdien geen geldige verblijfsvergunning gehad. Hij diende een asielaanvraag in, waarop geen beslissing is genomen, en meerdere verzoeken om verblijf werden afgewezen, waaronder een aanvraag voor een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid.

Na afwijzing van zijn aanvraag door de Minister van Arbeid, Energie en Integratie heeft verzoeker bezwaar gemaakt en vervolgens een verzoek tot schorsing van de afwijzing ingediend. Het Gerecht behandelde de zaak op 12 juni 2024 en oordeelde dat schorsing van de beschikking verzoeker geen voordeel oplevert omdat zijn illegale verblijf onveranderd blijft.

Het Gerecht overwoog dat de positieve DPL-verklaring niet automatisch leidt tot een werkvergunning en dat het niet passend is om bij voorlopige voorziening een verblijfsstatus toe te kennen aan iemand die sinds 2019 illegaal verblijft. Het verzoek tot schorsing en voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de afwijzing van de tijdelijke verblijfsvergunning wordt afgewezen vanwege illegaal verblijf sinds 2019.

Uitspraak

Uitspraak van 10 juli 2024
Lar nr. AUA202401387

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het verzoek in de zin van artikel 54 van Pro de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:

[Verzoeker],

domicilie kiezend in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: de advocaat mr. J.J.C. Odor,
gericht tegen:

DE MINISTER VAN ARBEID, ENERGIE EN INTEGRATIE,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: de advocaat mr. L.J. Pieters.

DE PROCEDURE

Op 8 april 2024 heeft verweerder afgewezen de aanvraag van verzoeker ter verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf om alhier werkzaam te zijn en te verblijven.
Hiertegen heeft verzoeker op 26 april 2024 bezwaar gemaakt.
Op 29 april 2024 heeft verzoeker onderhavig verzoekschrift ingediend.
Het gerecht heeft de zaak behandeld ter zitting van 12 juni 2024. Verzoeker is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De feiten

1.1
Verzoeker, geboren op [geboortedatum] 1986 in Venezuela en van Venezolaanse nationaliteit, is januari 2019 Aruba op clandestiene wijze binnengekomen.
1.2
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend.
1.3
Bij beschikking van 1 februari 2019 heeft verweerder de uitzetting van verzoeker bevolen, en een periode van niet-toelating van 60 maanden aan hem opgelegd. Aan verzoeker is toen een meldingsplicht opgelegd, inhoudende dat hij zich op elke woensdag om 10.00 uur diende te melden.
1.4
Het verzoek van 25 mei 2022 om verlening van een vergunning voor tijdelijk verblijf wegens gezinsvorming is door verweerder op 17 november 2023 afgewezen.
1.5
Het verzoek van Galatas Multiservices VBA ten behoeve van verzoeker om een DPL-verklaring is op 16 november 2023 toegewezen.
1.6
Bij bestreden beschikking van 8 april 2024 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker strekkende tot verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf, met als doel arbeid in loondienst, afgewezen.
1.7
Hiertegen heeft verzoeker bezwaar gemaakt.
De standpunten van partijen
3.1
Verzoeker kan zich niet verenigen met de afwijzing van zijn verzoek tot verlening van een verblijfsvergunning en heeft zich -samengevat- op het standpunt gesteld dat de bestreden beschikking onvoldoende is gemotiveerd en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn belangen. Daartoe heeft hij aangevoerd dat hij bij zijn aankomst in Aruba een asielaanvraag heeft ingediend en nimmer een antwoord of een beslissing op die aanvraag heeft gekregen. Verder voert verzoeker aan dat hij een duurzame huishouding met zijn partner en zijn dochter voert, dat hij het gezin wil kunnen onderhouden, maar dat hij niet in hun levensbehoefte kan voorzien omdat hij niet mag werken bij gebrek aan een verblijfstitel. Voorts voert verzoeker aan dat honorering van zijn aanvraag in de rede ligt, omdat hij inmiddels beschikt over een positieve DPL-verklaring.
3.2
Verweerder heeft aan de bestreden beschikking ten grondslag gelegd dat verzoeker in januari 2019 Aruba illegaal is binnengekomen en dat hij sindsdien nimmer heeft beschikt over een verblijfstitel. Verzoeker handelt hierdoor in strijd met de wettelijke bepalingen van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu). Weliswaar heeft verzoeker recent een positieve DPL-verklaring gekregen, maar dat betekent niet dat hem automatisch een werkvergunning zal worden verstrekt. Het is aan het Departamento di Integracion, Maneho y Admision di Stranhero (DIMAS) om te toetsen of verzoeker in aanmerking kan komen voor een werkvergunning. Verder voert verweerder aan dat toewijzing van het verzoek geen gevolg heeft voor de rechtspositie van verzoeker. Schorsing van de bestreden beschikking brengt immers geen verandering in het feit dat verzoeker illegaal op Aruba verblijft.
De beoordeling
4.1
Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang.
Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van genoemde indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.
4.2
Verzoeker beoogt met deze procedure te bereiken dat hem een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel het verrichten van arbeid in loondienst wordt verleend. Het verzoek kan verzoeker echter niet baten om de volgende redenen.
4.3
Het besluit waartegen bezwaar is gemaakt betreft een afwijzing van een aanvraag om een verblijfsvergunning. Schorsing van die beschikking levert verzoeker niets op; zijn rechtspositie blijft daarmee onveranderd, namelijk dat hij illegaal op Aruba verblijft en dus niet mag werken.
4.4
Er is geen aanleiding om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat verzoeker moet worden geacht te beschikken over de gevraagde verblijfsvergunning, al dan niet voor de duur van de bezwaarprocedure. Daarvoor is redengevend dat verzoeker in januari 2019 Aruba illegaal is ingereisd en sedertdien illegaal op het eiland heeft verbleven. Eerdere aanvragen om een verblijfsvergunning hebben om die reden geen verblijfstitel opgeleverd. Het voert te ver om onder deze omstandigheden bij wijze van voorlopige voorziening verzoeker een verblijfsstatus te verschaffen. Verzoeker moet de beslissing op bezwaar afwachten. Ter zitting heeft verzoeker nog naar voren gebracht dat het hem vooral is te doen om een beslissing op zijn asielaanvraag te ontvangen. Dat doel kan in deze procedure echter niet worden bereikt, omdat het verzoek is gedaan in het kader van bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag om een tijdelijke verblijfsvergunning voor het doel arbeid.
5. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat er geen grond is voor schorsing van de bestreden beschikking dan wel het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

BESLISSING

Het gerecht:
- wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. B.J. van Ettekoven, rechter in dit gerecht, ter zitting van 10 juli 2024, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.