ECLI:NL:OGEAA:2023:259

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
29 maart 2023
Publicatiedatum
25 oktober 2023
Zaaknummer
AUA201904437
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:47 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erfgrens en mandeligheid van muur tussen percelen vastgesteld met kostenverdeling

In deze civiele bodemzaak bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba stond de eigendom en kostenverdeling van een muur tussen twee percelen centraal. De procedure kende meerdere fases, waaronder deskundigenrapporten en aanvullende verklaringen over de bouwkosten van de muur, die in 2014 werd gebouwd.

De deskundige stelde vast dat de bouwkosten van de muur Afl. 36.747,-- bedroegen, wat het gerecht als bewezen aanvaardde. Het gerecht bepaalde dat de erfgrens tussen de percelen op of onder de volle lengterichting van de muur ligt en verklaarde de muur tot gemeenschappelijk eigendom (mandeligheid).

Vervolgens werd bepaald dat de partijen ieder de helft van de bouwkosten en onderhoudskosten van de muur dienen te betalen. Daarnaast werden de proceskosten verdeeld: de in conventie in het ongelijk gestelde partij werd veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de wederpartij, en vice versa voor de reconventionele procedure. Alle proceskostenveroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De erfgrens ligt op de muur die mandelig is, met een gelijke verdeling van bouw- en onderhoudskosten en proceskosten tussen partijen.

Uitspraak

Vonnis van 29 maart 2023
Behorend bij A.R. no. AUA201904437
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in de zaak van:
[naam eiser in conventie, verweerder in reconventie]
te Aruba,
eiser in conventie, verweerder in reconventie,
hierna ook te noemen: [eiser in conventie, verweerder in reconventie],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:
[naam gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
te Aruba,
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
hierna ook te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
gemachtigde: de advocaat mr. N.G. Booi.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot 24 augustus 2022 blijkt uit het tussenvonnis van dit Gerecht van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
-de bij partijen genoegzaam bekende op 26 november 2022 ter griffie ingediende aanvulling/verduidelijking door de door het Gerecht benoemde deskundige op/van zijn op 15 maart 2022 ingediende rapport;
-de door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 14 december 2022 genomen akte houdende uitlatingen naar aanleiding van voormelde aanvulling/verduidelijking, met (niet ter zake doende) producties;
-de door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op 14 februari 2023 genomen contra-akte.
1.2
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

in conventie en in reconventie

2.1
Het Gerecht volhardt in zijn in de tussenvonnissen neergelegde overwegingen en beslissingen.
in reconventie
2.2
Ingevolge het laatste tussenvonnis diende de deskundige ter aanvulling op het door hem uitgebrachte rapport schriftelijk kenbaar te maken of de door hem geraamde kosten van de bouw van de muur, te weten ad Afl. 36.747,--, zien op de bouw van de muur in 2014 of op de bouw van de muur in 2022. Die duidelijkheid heeft de deskundige verschaft. De deskundige heeft te kennen gegeven dat de door hem begrote kosten zien op de bouw van de muur in 2014.
2.3
Onder verwijzing naar rechtsoverweging 4.9 van het tussenvonnis van 13 oktober 2021 in verbinding met rechtsoverweging 2.3 van het tussenvonnis van 9 februari 2022 brengt vorenstaande met zich dat [eiser] zijn stelling, dat de bouw van de muur in 2014 Afl. 38.121,77 heeft gekost, heeft kunnen bewijzen ten belope van het door de deskundige vastgestelde bedrag ad Afl. 36.747,--. In zoverre zal de in het tussenvonnis van 13 oktober 2021 onder i. omschreven vordering van [eiser in conventie, verweerder in reconventie] op dit onderdeel worden toegewezen als na te melden. Er zijn geen feiten of omstandigheden (tijdig) gesteld die te dezen een andere uitkomst kunnen dragen.
2.4 [
eiser in conventie,verweerder in reconventie] zal, als de overwegend in het ongelijk gesteld partij, worden veroordeeld in de kosten van deze reconventionele procedure gevallen aan de zijde van [eiser] waaronder begrepen dat door [eiser in conventie, verweerder in reconventie] voorgeschoten kosten van de deskundige tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 250,-- aan verschotten (kosten deskundigenbericht) en Afl. 2.500,-- aan salaris gemachtigde (2,5 punten van tarief 4, ad Afl. 1.000,-- per punt).
in conventie
2.5 [
gedaagde in conventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de conventionele procedure gevallen aan de zijde van [eiser in conventie, verweerder in reconventie], tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 202,74 =) Afl. 652,74 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 2.500,-- aan salaris gemachtigde (2 punten van tarief 5, ad Afl. 1.250,-- per punt).

3.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
in conventie
-bepaalt op de voet van artikel 5:47 BW Pro dat de erfgrens tussen de percelen van partijen is gelegen op of onder de volle lengterichting van de muur;
-verklaart voor recht dat de muur gemeenschappelijk eigendom is van partijen en aldus mandelig is;
-veroordeelt [gedaagde in conventie] in de conventionele proceskosten van [eiser], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.750,--;
in reconventie
-verklaart voor recht dat [verweerder in reconventie] de helft van bouwkosten van de muur, te weten (36.747,-- : 2 =) Afl. 18.373,50, moet betalen aan [eiser]
;
-verklaart verder voor recht dat [verweerder in reconventie] de helft van de onderhoudskosten van de muur moet betalen;
-veroordeelt [verweerder in reconventie] in de reconventionele proceskosten van [eiser in reconventie], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.500,--;
in conventie en in reconventie
-verklaart voormelde proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 maart 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.