Uitspraak
Rabohypotheekbank N.V.,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele procedure vordert Rabohypotheekbank N.V. betaling van een schuld van gedaagde. Rabo stelde dat gedaagde een sommatiebrief van 9 maart 2016 had ontvangen, waardoor de verjaring van de vordering was gestuit. Het gerecht stond Rabo toe bewijs te leveren van ontvangst, bijvoorbeeld door getuigen of schriftelijk bewijs.
Rabo heeft echter geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheden en bracht geen bewijs in. Zij stelde slechts dat de brief voorshands was ontvangen, maar dit werd door het gerecht niet geaccepteerd omdat het debat hierover al was afgesloten in het tussenvonnis. Het gerecht oordeelde dat de bewijslast bij Rabo lag en dat zij dit niet had voldaan.
Daarom ging het gerecht ervan uit dat de brief niet was ontvangen en dat de vordering van Rabo was verjaard. Dit leidde tot afwijzing van de hoofdvordering. Omdat de hoofdvordering werd afgewezen, werd ook de vrijwaringsvordering afgewezen. Rabo en de eiseres in vrijwaring werden veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de wederpartijen.
Uitkomst: De vordering van Rabo en de vrijwaringsvordering worden afgewezen wegens het niet leveren van bewijs van ontvangst van de sommatiebrief, waardoor de vordering verjaard is.