ECLI:NL:OGEAA:2023:129

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 mei 2023
Publicatiedatum
9 augustus 2023
Zaaknummer
AUA202202318
Instantie
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 677 RvArt. 678 RvArt. 3:194 BWArt. 181 Boek 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding

Partijen zijn in 2002 gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen en zijn in 2020 gescheiden waarbij de verdeling van de gemeenschap werd bevolen. De vrouw vordert de verdeling conform haar voorstel, de man verzet zich en wenst een andere verdeling met gebruiksvergoeding.

Partijen hebben de wettelijk voorgeschreven procedure bij een notaris voor de verdeling van de gemeenschap niet gevolgd. Het Gerecht wijst erop dat deze procedure alsnog moet worden gevolgd, waarbij een notaris de verdeling moet vaststellen en partijen kunnen worden bijgestaan door een onzijdige persoon indien nodig.

De roerende zaken, behalve auto's, zijn reeds verdeeld en pensioenaanspraken worden niet verdeeld. Het Gerecht houdt verdere beslissingen aan en verwijst de zaak naar de parkeerrol, zodat partijen later met een proces-verbaal van non-vereniging en boedelbeschrijving de zaak kunnen voortzetten.

Uitkomst: Partijen moeten de wettelijke procedure voor verdeling van de gemeenschap bij een notaris volgen; verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

Vonnis van 10 mei 2023 (bij vervroeging)
Behorend bij A.R. no. AUA202202318
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
[naam eiseres],
wonende te Aruba,
eiseres in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna ook te noemen: de vrouw,
gemachtigde: de advocaat mr. E.A.Th. Kuster,
tegen:
[naam gedaagde],
wonende te Aruba,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
hierna ook te noemen: de man,
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis in deze zaak van 23 november 2022 en de daarin genoemde stukken.
1.2
Bij voormeld vonnis is een comparitie van partijen bepaald. De zitting heeft (na ambtshalve uitstel) plaatsgevonden op 7 maart 2023, alwaar beide partijen, de vrouw bijgestaan door mr. Kuster voornoemd, zijn verschenen, op vragen van het Gerecht hebben geantwoord en op elkaars stellingen hebben kunnen reageren.
1.3
Na afloop van de zitting hebben partijen geprobeerd om in onderling overleg tot een regeling te komen. Bij akte van 19 april 2023 is meegedeeld dat dit niet is gelukt.
1.4
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.

2.HET GESCHIL

In conventie en in reconventie
2.1
De vrouw vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de gemeenschapsboedel wordt verdeeld overeenkomstig haar voorstel zoals weergegeven in haar productie 3 bij inleidend verzoek.
2.2
De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de door vrouw gevorderde verdeling. De man wenst de verdeling op grond van zijn uitgangspunten en maakt tevens aanspraak op een gebruiksvergoeding.
2.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beslissing van belang, ingegaan.

3.DE BEOORDELING

In conventie en in reconventie
3.1
Niet is tussen partijen in geschil het volgende. Partijen zijn op 20 februari 2002 te Aruba in wettelijke gemeenschap van goederen gehuwd. Bij beschikking van 2 maart 2020 heeft dit Gerecht de echtscheiding uitgesproken tussen partijen en de verdeling van de gemeenschap bevolen (hierna: de echtscheidingsbeschikking). Tevens is, voor het geval partijen daarover niet overeenkomen, benoemd tot notaris te wiens overstaan de verdeling behoort te worden tot stand gebracht, notaris mr. [naam notaris] en is tot onzijdig persoon benoemd om die persoon te vertegenwoordigen die mocht weigeren of nalaten aan de verdeling mee te werken: [naam deurwaarder], deurwaarder, wonende in Aruba.
3.2
De echtscheidingsbeschikking is op 29 mei 2020 ingeschreven in het daartoe bestemde register. Door die inschrijving eindigde het huwelijk van partijen en is sprake van een ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (hierna: de gemeenschap). De vrouw en de man vorderen thans de verdeling van die gemeenschap.
3.3
Artikel 677 van Pro het Burgerlijk Wetboek van Aruba (Rv) bepaalt voor zover thans van belang het volgende:
“1.
Het vonnis waarbij een vordering tot verdeling van een gemeenschap wordt toegewezen, zonder dat de rechter de vaststelling van de verdeling aan zich houdt, houdt in een bevel tot verdeling ten overstaan van een notaris, alsmede, zo partijen het over de keuze niet eens zijn, de benoeming van deze notaris. (…).
2. Op verlangen van elk der partijen kan het vonnis tevens de benoeming inhouden van een onzijdig persoon als bedoeld in artikel 181 van Pro Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba.
3. De notaris bepaalt dag en uur waarop partijen voor hem moeten verschijnen, en roept hen tegen het vastgestelde tijdstip op. Indien zij niet allen verschijnen, kan hij partijen eenmaal of meermalen tegen een nieuwe dag oproepen (…).”.
3.4
Artikel 678 Rv Pro luidt als volgt:

1. Indien de notaris partijen niet kan verenigen, constateert hij dit in een proces-verbaal, waarin hij desverlangd opgeeft op welke punten partijen reeds tot overeenstemming zijn gekomen.
2. Zolang geen volledige overeenstemming is bereikt, kan de meest gerede partij vorderen dat de rechter de wijze van verdeling gelast of zelf de verdeling vaststelt, dan wel wat overigens ter zake van hetgeen partijen verdeeld houdt, nodig is.
3. Zolang hem geen afschrift van het proces-verbaal wordt overgelegd, kan de rechter op verlangen van elk der partijen de zaak aanhouden ten einde de notaris opnieuw gelegenheid te geven tot toepassing van artikel 677, derde lid.”.
3.5
Ter zitting hebben partijen bevestigd de in het dictum van de echtscheidingsbeschikking vermelde wettelijk voorgeschreven marsroute ten overstaan van de door het Gerecht bij die beschikking benoemde notaris (of een door partijen in gezamenlijk overleg te benaderen boedelnotaris) niet te hebben doorlopen. Het Gerecht zal daarom bij dit vonnis, zoals ook ter zitting met partijen is besproken, bepalen dat dit alsnog moet gebeuren.
3.6
Voor zover partijen geen overeenstemming weten te bereiken over de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap, ligt het voor de hand dat zij de verdeling van de gemeenschap laten aanvangen met een boedelbeschrijving in de zin van het eerste lid van artikel 3:194 BW Pro, en dat zij de notaris daartoe gezamenlijk opdracht geven. Zo nodig kan ieder der partijen op de voet van die wettelijke bepaling afdwingen dat de verdeling van de gemeenschap aanvangt met een boedelbeschrijving.
3.7
Bij de verdeling ten overstaan van de notaris dient rekening te worden gehouden met het navolgende. Ter zitting hebben partijen verklaard dat de tot de gemeenschap behorende roerende zaken (anders dan de auto’s) al zijn verdeeld en dat ter zake geen (nadere) verrekening of vergoeding meer hoeft plaats te vinden. Tevens hebben partijen verklaard dat zij afzien van de verdeling van de (eventuele) pensioenaanspraken van de man en de vrouw.
3.8
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden en de zaak wordt ambtshalve naar de eerstvolgende parkeerrol verwezen. De meest gerede partij kan te zijner tijd zogewenst en onder overlegging van een proces-verbaal (van non-vereniging) van de notaris in de zin van het eerste lid van artikel 678 Rv Pro en onder overlegging van een door de notaris ter zake van de gemeenschap opgemaakte boedelbeschrijving - zo die is opgemaakt - verzoeken de zaak weer op de lopende rol te plaatsen om verder te procederen. In dat geval zal een comparitie van partijen worden gelast.

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht:
4.1
bepaalt dat partijen ter zake van de verdeling van de gemeenschap alsnog de hiervoor onder 3.3 en 3.4 omschreven wettelijk voorgeschreven weg dienen te volgen ten overstaan van notaris mr. [naam notaris] (zo partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de in te schakelen boedelnotaris), overeenkomstig het dictum van de echtscheidingsbeschikking, desnoods met behulp van de bij die beschikking benoemde onzijdige persoon, waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen hiervoor in 3.8 is overwogen;
4.2
houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak ambtshalve naar de eerstvolgende parkeerrol.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.